Vraag en Aanbod Hoofdstuk 1 *

Nikita wil nieuwe schoenen. Is dit vraag of aanbod?
A
Vraag
B
Aanbod
1 / 31
volgende
Slide 1: Quizvraag
EconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Nikita wil nieuwe schoenen. Is dit vraag of aanbod?
A
Vraag
B
Aanbod

Slide 1 - Quizvraag

Het snijpunt van vraag en aanbod noem je:
A
optimaal
B
nulpunt
C
geen winst geen verlies
D
evenwicht

Slide 2 - Quizvraag

Wat is aanbod op de markt?
A
Wat producenten verkopen
B
wat consumenten willen kopen
C
aantal consumenten op de markt
D
wat producenten vragen voor hun product

Slide 3 - Quizvraag

De inkoopprijs van een blikje sinas is € 0,30. De winstmarge is € 0,70. Wat is de verkoopprijs
A
€ 0,30
B
€ 1,00
C
€ 1,30
D
€ 1,50

Slide 4 - Quizvraag

Wat is het marktevenwicht?
A
Het punt waar aanbod groter is dan vraag.
B
Het punt waar vraag groter is dan aanbod.
C
Het punt waar vraag en aanbod niet van belang zijn.
D
Het punt waar vraag en aanbod gelijk zijn.

Slide 5 - Quizvraag

Zie je hier een vraagoverschot of een aanbodoverschot?
A
Vraagoverschot
B
Aanbodoverschot

Slide 6 - Quizvraag

Op de x-as van de grafiek van vraag en aanbod, staat altijd ...
A
de prijs (p)
B
de hoeveelheid (qa,qv)

Slide 7 - Quizvraag

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Wat hebben we voor de vakantie ook alweer gedaan? 

Slide 10 - Tekstslide

Wat weet je nog? 
Vraag ->  Betalingsbereidheid - vraaglijn
Aanbod -> Leveringsbereidheid - aanbodlijn
Positief / Negatief verband

Evenwicht - Evenwichtsprijs - Evenwichtshoeveelheid - MarktOMZET

Aanbodoverschot / Vraagoverschot
Marktmechanisme

Slide 11 - Tekstslide

Een andere omschrijving van de aanbodlijn is ...
A
leveringsbereidheid producenten
B
betalingsbereidheid consumenten

Slide 12 - Quizvraag

Sleep naar de juiste definitie
Vraagoverschot
Aanbodoverschot
Er is meer aanbod dan vraag
Er is meer vraag dan aanbod
Marktprijs hoger dan de evenwichtsprijs
Marktprijs lager dan de evenwichtsprijs

Slide 13 - Sleepvraag

Qv= -0,3P + 350
Qa= 0,5P - 325
Er is een prijs van 800
Wat is er aan de hand?
A
vraagoverschot van 110
B
vraagoverschot van 35
C
aanbodoverschot van 35
D
aanbodoverschot van 110

Slide 14 - Quizvraag

Wat is het marktevenwicht?
A
Het punt waar aanbod groter is dan vraag.
B
Het punt waar vraag groter is dan aanbod.
C
Het punt waar vraag en aanbod niet van belang zijn.
D
Het punt waar vraag en aanbod gelijk zijn.

Slide 15 - Quizvraag

Verschuiving van de vraaglijn
Verschuiving langs de vraaglijn

Slide 16 - Tekstslide

Verschuiving langs de vraaglijn
Als alleen de prijs verandert.

Slide 17 - Tekstslide

verschuiving van de vraaglijn
Er treedt een verschuiving van de vraaglijn op bij:
- verandering inkomen van de vragers
-  verandering behoeften van vragers 
- Verandering prijs van andere producten

Slide 18 - Tekstslide

De vraaglijn is door een bepaalde gebeurtenis naar links verschoven. De verschuiving kan veroorzaakt zijn door:
A
een stijging van de prijs van het goed
B
een daling van het inkomen
C
een daling van de grondstofprijzen
D
een verlaging van de inkomensbelasting

Slide 19 - Quizvraag

Wat kan een reden zijn voor deze verschuiving van de vraaglijn?
A
Afname van het aantal consumenten
B
Verslechtering kwaliteit concurrerende producten
C
Toename besteedbaar inkomen
D
Toename productiviteit

Slide 20 - Quizvraag

Slide 21 - Tekstslide

Wat zijn deze goederen van elkaar?
A
Complementaire goederen
B
Substitutiegoederen

Slide 22 - Quizvraag

Wat zijn deze goederen van elkaar?
A
Complementaire goederen
B
Substitutiegoederen
C
Geen van beide

Slide 23 - Quizvraag

Wanneer is er sprake van een verschuiving LANGS de vraaglijn?
A
Als de behoeften van de consument verandert
B
Als de prijs van het product verandert
C
Als de prijs van andere producten verandert

Slide 24 - Quizvraag

Verschuiving langs de aanbodlijn



De prijs gaat omhoog = meer aanbod. Verschuiving langs de aanbodlijn

Slide 25 - Tekstslide

Verschuiving langs en van de aanbodlijn, doordat:
langs/op de aanbodlijn
van de aanbodlijn
prijs verandert door een verandering van de vraaglijn
kosten veranderen
aantal aanbieders veranderen
productiviteit verandert

Slide 26 - Tekstslide

Verschuivingen VAN de (vraag of aanbod) lijn


Een toename --> lijn gaat naar rechts:
bij dezelfde prijs meer vraag / aanbod

Een afname --> lijn gaat naar links:
bij dezelfde prijs minder vraag / aanbod

Slide 27 - Tekstslide

Een verschuiving VAN de aanbodlijn komt NIET door:
A
De verandering van prijs
B
hogere arbeidskosten
C
Lager grondstofkosten
D
Verbeterde technologie

Slide 28 - Quizvraag

Wat kan een reden zijn voor deze verschuiving van de aanbodlijn?
A
Afname aantal aanbieders
B
Stijging van prijs concurrerende producten
C
Daling variabele kosten per product
D
Afname productiviteit

Slide 29 - Quizvraag

Opdracht 1.19, 1.20 en 1.21
ZELFTEST oefenen voor SE!!

Slide 30 - Tekstslide

Opdracht 1.16, 1.17, 1.18
(SAMEN)
15 minuten

Slide 31 - Tekstslide