Lenzen § 4 Naar Beeldpunten kijken (bolle lens)

Lenzen § 4  Naar Beeldpunten kijken (bolle lens)
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScienceMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Lenzen § 4  Naar Beeldpunten kijken (bolle lens)

Slide 1 - Tekstslide

brandpuntsafstand
  • Hoofdas = de lijn door twee brandpunten
  • Optische midden (O) = Het punt midden tussen de brandpunten.

  • Brandpunt = Het snijpunt van de stralen. 

  • Brandpuntsafstand (f) = de afstand van een brandpunt tot het optische midden van een lens. 

Slide 2 - Tekstslide

beeldvorming
  • Voorwerpspunt (V) = een punt waar lichtstralen vandaan komen.
  • Voorwerp = Alle voorwerpspunten samen.
  • Voorwerpsafstand = De afstand van het voorwerp tot de lens.

  • Beeldpunt (B) = De plaats achter de lens waar de lichtsralen bij elkaar komen.
  • Beeld = Alle beeldpunten samen.
  • Beeldafstand = De afstand van het beeld tot de lens. 
Als de voorwerpsafstand kleiner wordt, wordt de beeldafstand groter. 

Slide 3 - Tekstslide

Een lichtstraal door het optisch midden

Een lichtstraal evenwijdig aan de hoofdas en dan door brandpunt achter de lens

Een lichtstraal vanuit brandpunt dan achter de lens evenwijdig aan de hoofdas. 
Beeld construeren

Slide 4 - Tekstslide

Kijken naar Beeldpunten:  3 situaties

Slide 5 - Tekstslide

Situatie 1:      Voorwerpsafstand is groter dan brandpuntsafstand
v > f        Reëel beeld

Slide 6 - Tekstslide

Situatie 2:      Voorwerpsafstand is gelijk aan brandpuntsafstand
v = f        beeld in het oneindige (geen beeld)

Slide 7 - Tekstslide

Situatie 3:      Voorwerpsafstand is kleiner dan brandpuntsafstand
v < f        virtueel beeld

Slide 8 - Tekstslide

Een reeel beeld is 180 graden gedraaid

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Link

Welke afstanden horen
bij de nummers
1, 2 en 3
A
1 = voorwerpsafstand 2 = brandpuntsafstand 3 = beeldafstand
B
1 = voorwerpsafstand 2 = beeldafstand 3 = brandpuntsafstand
C
1 = beeldafstand 2 = voorwerpsafstand 3 = brandpuntsafstand
D
1 = brandpuntsafstand 2 = beeldafstand 3 = voorwerpsafstand

Slide 11 - Quizvraag

Wanneer er achter een lens een reëel beeld ontstaat dan:
A
is v < f
B
is b < f
C
is v> f
D
is V = f

Slide 12 - Quizvraag

Sleep de gekleurde vakken naar de juiste afbeelding.
v > f
v = f
v < f

Slide 13 - Sleepvraag

Wanneer krijg je een virtueel beeld?
A
Als v > f
B
Als v < f
C
Als v = f
D
Als b = f

Slide 14 - Quizvraag

Welk soort beeld ontstaat er wanneer v > f ?
A
Een reëel beeld.
B
een virtueel beeld.
C
Een beeld in het oneindige.
D
Geen beeld.

Slide 15 - Quizvraag

Wanneer er achter een lens een reëel beeld ontstaat dan:
A
Wordt er een bolle lens gebruikt waarbij b < f.
B
Wordt er een holle lens gebruikt waarbij b < f.
C
Wordt er een bolle lens gebruikt waarbij v < f.
D
Wordt er een holle lens gebruikt waarbij v < f.

Slide 16 - Quizvraag

Bij gebruik van een bolle lens met een brandpuntsafstand van 23 cm ontstaat er een scherp reëel beeld. Wat kun je met zekerheid zeggen over de voorwerpsafstand?
A
Deze is 23 cm.
B
Deze is kleiner dan 23 cm.
C
Deze is 46 cm.
D
Deze is groter dan 23 cm.

Slide 17 - Quizvraag

Wanneer een bolle lens als vergrootglas wordt gebruikt dan:
A
kijk je naar een reëel beeld.
B
Kijk je naar een virtueel beeld.
C
is het beeld kleiner dan het voorwerp.
D
is het beeld dichterbij de lens dan het voorwerp.

Slide 18 - Quizvraag

Wanneer er achter een lens een reëel beeld ontstaat dan:
A
staat het beeld op de kop (t.o.v. het voorwerp).
B
dan is het beeld 180 graden gedraaid (t.o.v. het voorwerp).
C
is het beeld horizontaal gespiegeld (t.o.v. het voorwerp).
D
is het beeld verticaal gespiegeld (t.o.v. het voorwerp).

Slide 19 - Quizvraag

Huiswerk
Leren:  LU-les  Lenzen § 4  Naar beeldpunten kijken.
               § 4  § 4  Naar beeldpunten kijken  Roel Hendriks.
                 
 
Maken:  Opgave 1 t/m 10  (§ 4  § 4  Naar beeldpunten kijken RH).

Slide 20 - Tekstslide