2 H2B2 KUBV Theorie 1.2 Sculptuur en Ruimte B2A, B2B

2 H2B2 KUBV Theorie Les 1.2 Sculptuur en Ruimte
1 / 53
volgende
Slide 1: Tekstslide
KunstMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 53 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

2 H2B2 KUBV Theorie Les 1.2 Sculptuur en Ruimte

Slide 1 - Tekstslide

Heb je een sculptuur gezien op weg naar school?

Slide 2 - Open vraag

Hier komen een aantal sculpturen
wat past het beste bij elke sculptuur ?

Slide 3 - Tekstslide

Wat is het onderwerp van deze sculptuur? Sleep twee antwoorden naar de afbeelding.
geloof
geschiedenis
natuur
emotie
sport

Slide 4 - Sleepvraag

Wat is het onderwerp van deze sculptuur? Sleep twee antwoorden naar de afbeelding.
geloof
geschiedenis
natuur
emotie
sport

Slide 5 - Sleepvraag

Wat is het onderwerp van deze sculptuur? Sleep twee antwoorden naar de afbeelding.
geloof
geschiedenis
natuur
emotie
sport

Slide 6 - Sleepvraag

Wat is het onderwerp van deze sculptuur? Sleep het antwoord naar de afbeelding.
geloof
geschiedenis
natuur
emotie
sport

Slide 7 - Sleepvraag

Wat is het onderwerp van deze sculptuur? Sleep het antwoord naar de afbeelding.
geloof
geschiedenis
natuur
emotie
sport

Slide 8 - Sleepvraag

Wat is het onderwerp van deze sculptuur? Sleep het antwoord naar de afbeelding.
geloof
geschiedenis
natuur
emotie
sport

Slide 9 - Sleepvraag

Wat is het onderwerp van deze sculptuur? Sleep het antwoord naar de afbeelding.
geloof
geschiedenis
natuur
emotie
sport

Slide 10 - Sleepvraag

 Samenvatting  Sculpturen
– zijn ruimtelijke kunstwerken​
– zijn driedimensionaal (diepte-breedte-hoogte)​
​– kunnen van allerlei materialen gemaakt zijn (of een combinatie)​
 ​– zijn op allerlei plaatsen te vinden ​(naast musea ook in in de openlucht zoals een park, plein, gebouw, fontein)​
– hebben diverse functies (artistiek / monument / religieus / politiek)​

Slide 11 - Tekstslide

Je kon kiezen uit: geloof, geschiedenis, natuur, emotie en sport. Je zult gemerkt hebben dat je sóms kon kiezen voor meer onderwerpen.

Slide 12 - Tekstslide

Je weet nu wat een sculptuur is ​
en wat de belangrijkste kenmerken zijn​
Ook heb je gezien dat een sculptuur veel ​
verschillende onderwerpen en functies kan hebben​
Nu gaan we kijken naar de ​
vormgeving van sculpturen​

Slide 13 - Tekstslide

Waar kun je naar kijken als je iets wil zeggen ​
over de vormgeving van een sculptuur​

Slide 14 - Tekstslide

Kleuren 
Materiaal  
Techniek
Waarneming/verbeelding 
Formaat/gewicht 
Textuur 
Stijl 
Plasticiteit 
Waar kun je naar kijken als je iets wil zeggen 
over de vormgeving van een sculptuur?


Kleuren 
Materiaal 
Techniek
Waarneming/verbeelding 
Formaat/gewicht 
Plasticiteit 
Textuur 
Stijl 

Slide 15 - Tekstslide

Kleuren 
Materiaal  
Techniek
Waarneming/verbeelding 
Formaat/gewicht 
Textuur 
Stijl 
Plasticiteit 
Vandaag gaan we de vormgeving door middel van textuur en plasticiteit nader bekijken.


Kleuren 
Materiaal 
Techniek
Waarneming/verbeelding 
Formaat/gewicht 
Plasticiteit 
Textuur 
Stijl 

Slide 16 - Tekstslide

​Als je naar de waarneming (realistisch) ​wil beeldhouwen, zijn textuur en plasticiteit
heel belangrijk!​

Slide 17 - Tekstslide

Overal om je heen zie je textuur. Textuur is de manier waarop een oppervlak is samengesteld (vezels, haren, bobbeltjes en ribbeltjes etc.) ​
Het bepaalt hoe het oppervlak van het materiaal aanvoelt. Textuur is dus 3D!​

Slide 18 - Tekstslide

Textuur​ is de zichtbare en voelbare structuur van de ​oppervlakte van een materiaal​

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Textuur​ is ook zichtbaar in de huid van mensen
Lee Jeffries fotografeert daklozen

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

De huid van jonge mensen heeft natuurlijk minder textuur, maar kijk goed, er is wel íets te zien

Slide 23 - Tekstslide

De ruimtelijke textuur van de huid (let op: bij de giraffehuid zie je minder 3D/textuur, wel een patroon)

Slide 24 - Tekstslide

De textuur van de huid kun je op ​
verschillende manieren vormgeven

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Met alle materialen kun je textuur creëren​

Slide 27 - Tekstslide


Slide 28 - Tekstslide

Als je een dier naar de waarneming wilt beeldhouwen, is de textuur heel belangrijk!​

Slide 29 - Tekstslide

Maar ook als je een mens naar de waarneming wilt beeldhouwen, is de textuur heel belangrijk!​

Slide 30 - Tekstslide

Jonge mensen hebben weinig rimpels, maar je kunt textuur ook aanbrengen in het haar of de kleding

Slide 31 - Tekstslide

Plasticiteit​ zie je door licht- en schaduwwerking en textuur kan de plasticiteit extra vergroten
anders gezegd: je ziet dat iets ruimte inneemt!​

Slide 32 - Tekstslide

Een sculptuur is een ruimtelijk kunstwerk,
het ruimtelijke effect heet plasticiteit

Slide 33 - Tekstslide

Beide sculpturen zijn plastisch
maar hebben ze evenveel textuur?
anders gezegd: je ziet dat iets ruimte inneemt!​

Slide 34 - Tekstslide

De linker uil is van brons, de rechter van hout.
Wat is het verschil in textuur?
anders gezegd: je ziet dat iets ruimte inneemt!​

Slide 35 - Tekstslide

Wat is het verschil in textuur tussen het bronzen beeld en het houten beeld? Beschrijf het duidelijk en probeer het te verklaren aan de hand van het materiaalgebruik.

Slide 36 - Open vraag

Slide 37 - Tekstslide

Je ziet twee portretbustes.
Zijn deze naar de waarneming gemaakt denk je?

Slide 38 - Tekstslide

Geef voor beide sculpturen duidelijk aan of ze naar de waarneming zijn gemaakt en waaraan je dat kan zien. 

Slide 39 - Open vraag

Slide 40 - Tekstslide

Het hoofd op de linkerafbeelding is van brons en op de rechterafbeelding is van hout. Omdat je bij deze twee materialen een andere techniek gebruikt en dus anders te werk gaat is de textuur ook verschillend. 

Slide 41 - Tekstslide

Kun je door goed te kijken naar de afbeeldingen aangeven waar de linker en de rechter afbeelding hun textuur hebben? En kun je het verband met de techniek aangeven?

Slide 42 - Open vraag

In de praktijkles krijg je de opdracht om een portretbuste te maken van klei. 
Een buste is een een hoofd, met een nek en een stuk van de schouders.
Het moet een zelfportret worden.
Je gaat jezelf naar de waarneming maken, maar je kunt dat op heel veel verschillende manieren doen!
Bedenk welke gezichtsuitdrukking en welke houding je kunt aannemen, welke attributen of kleding je kunt laten zien.

Slide 43 - Tekstslide

Omdat jouw huid nog niet zoveel rimpels heeft moet je de textuur in andere details gaan laten zien.
Dat kan zijn: je haar, sieraden, een hoed of een stuk van je kleding.

Maar je kunt ook je hele hoofd 
met grote stukken klei in vorm brengen, 
grof modelleren,
zodat er overal wel textuur te zien is.

Slide 44 - Tekstslide

Slide 45 - Tekstslide

Bedenk hoe jij jezelf in klei wilt vormgeven

Slide 46 - Tekstslide

Jouw portret ga je het liefst zoveel mogelijk naar de waarneming maken, zodat het heel echt lijkt. Dat doen je natuurlijk door de vorm, de houding en de details zo exact mogelijk uit te voeren, maar het aanbrengen van textuur is ook heel belangrijk. Hoe ga jij textuur toepassen op jouw sculptuur?  

Slide 47 - Tekstslide

Welke uitdrukking krijgt jouw gezicht?

Slide 48 - Open vraag

Wordt jouw gezicht glad of grof gemodelleerd?

Slide 49 - Open vraag

In welke details laat jij textuur zien?

Slide 50 - Open vraag

Hoe ga je jouw haar vormgeven?

Slide 51 - Open vraag

Welke kleding laat jij voor een deel zien?

Slide 52 - Open vraag

Welke attributen of sieraden ga je toevoegen om textuur aan te brengen?

Slide 53 - Open vraag