cross

Evolutie H3C

Fijn om jullie weer te zien! 



                                                                                                      


                                                                                                   Evolutie 3 havo
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Fijn om jullie weer te zien! 



                                                                                                      


                                                                                                   Evolutie 3 havo

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we doen?
- Uitleg over paragraaf 4
- Zelfstandig werken
- Afsluiting

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe zag de aarde er 4,6 miljard jaar geleden uit?

Slide 3 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

De evolutietheorie gaat er vanuit dat soorten zijn:
Ontstaan
Veranderd
Verdwenen

Slide 4 - Tekstslide

ontstaan= van cel naar mens

Slide 5 - Tekstslide

ontstaan
De evolutietheorie
Het is een theorie waar wetenschappers in geloven.
De bekendste ontdekker van de evolutietheorie is Charles Darwin.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

creationisme
  • Geloven in de theorie van het scheppingsverhaal
  • Gaan uit van de uitleg van de bijbel, koran of thora.
  • Religie als uitgangspunt
Intelligent design= combineren evolutie en het scheppingsverhaal

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Geloof jij in de evolutietheorie, in het creationisme of heb je hier (nog) geen mening over?
A
Evolutietheorie
B
Creationisme
C
(nog) geen mening

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Neodarwinistische evolutietheorie
  • Charles Darwin is de grondlegger
  • Andere wetenschappers hebben het verder uitgewerkt
    Hierin is belangrijk:
  1. Verscheidenheid in genotype
  2. Natuurlijke selectie
  3. Soortvormig door isolatie

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1. Genetische variatie
Ontstaat door recombinatie en mutaties.

Slide 10 - Tekstslide

Recombinatie= ontstaat door voortplanting. Zaadcel en eicel hebben andere erfelijke eigenschappen
Mutaties= Een verandering op je DNA door een beschadiging, hierdoor veranderd de code op je DNA.
Bv. ACTG word door een mutatie CCTG
Mutatie op DNA > word doorgegeven aan RNA > Hierdoor kan je een ander aminozuur krijgen en uiteindelijk dus een ander eiwit.
Eiwitten bepalen het fenotype of terwijl, hier kan dus een verandering in optreden.

Wat betekend het begrip recombinatie? (thema erfelijkheid)

Slide 11 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een mutatie? (thema erfelijkheid)

Slide 12 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

2. Natuurlijke selectie
Het best aangepaste organisme in de populatie is het meest succesrijk in het doorgeven van hun genen aan de volgende generaties.
Best aangepaste organisme= gunstig genotype

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Noem een voorbeeld van een goed aangepast organisme in een bepaalde situatie.

Slide 14 - Open vraag

Bijvoorbeeld:
- snelste konijn ontsnapt van de vos
- Het best gecamoufleerde dier word niet opgegeten
- giraf met langste nek kan bij de bomen komen 
3. Reproductieve isolatie
  • Scheiding tussen 2 groepen binnen een populatie
  • Lange tijd geen voortplanting tussen de 2 verschillende groepen

Slide 15 - Tekstslide

Na lange tijd kan een nieuw soort ontstaan

Soorten ontstaan
De giraffen die nu leven hebben een lange nek door: mutaties, recombinatie en natuurlijke selectie.

Slide 16 - Tekstslide

Soorten ontstaan/ verdwijnen/ veranderen
Nieuwe uitleg paragraaf 4
De giraffen die nu leven hebben een lange nek door: mutaties, recombinatie en natuurlijke selectie.

Selectiedruk hoog= lange nek giraf overleeft rest niet door bv gebrek aan eten (milieufactor) de omstandig heden zijn niet gunstig.
Adaptatie= de dieren met de beste aanpassing overleven.
Grote fitness= Wanneer een individu beter aangepast is aan een bepaald milieu, zal deze gemiddeld gezien meer nakomelingen succesvol kunnen grootbrengen. 
Selectiedruk hoog= lange nek giraf overleeft rest niet door bv gebrek aan eten (milieufactor) de omstandig heden zijn niet gunstig.
Adaptatie= de dieren met de beste aanpassing overleven.
Grote fitness= Wanneer een individu beter aangepast is aan een bepaald milieu, zal deze gemiddeld gezien meer nakomelingen succesvol kunnen grootbrengen. 

Slide 17 - Tekstslide

Begrippen die bij natuurlijke selectie komen kijken
Gevolgen natuurlijke selectie
1) mogelijk dat de individuen van de oorspronkelijke vorm uitsterven en de mutanten blijven bestaan de soort is dan geëvolueerd.
2a) Beide vormen kunnen ook blijven bestaan, de best aangepaste vorm komt dan het meeste voor.
2b) Wanneer de soorten onderling blijven voorplanten ontstaat er geen nieuw soort, maar alleen verschillende vormen bv: de verschillende hondenrassen zijn allemaal 1 soort.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leg uit waarom deze situatie te maken heeft met natuurlijke selectie.
Gebruik de begrippen:
Mutatie
Adaptatie
Fitness
Selectiedruk

Slide 19 - Tekstslide

Eerst alleen witte motten en een enkele keer een zwarte mot. Toen kwamen er fabrieken die zorgde voor vervuiling toen na een aantal jaren meer zwarte motten in dit gebied dan witte motten.
In eerste instantie had je voornamelijk witte motten en enkele zwarte motten de zwarte motten zijn ontstaan door een mutatie. Vervolgens werden de bomen door vervuiling een stuk donkerde en hebben de zwarte motten een voordeel zijn beter aangepast op de omgeving (adaptatie) er ontstaat selectiedruk door de andere kleur van de bomen. Doordat de zwarte motten minder snel op worden gegeten hebben zij een betere fitness en krijgen zij meer nakomelingen.

Begrippen: adaptatie, mutatie, fitness en selectiedruk

Slide 20 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Opdrachten:

Paragraaf 4: opdracht 16 (vraag 10 overslaan) + bestuderen afbeelding 36
Oude huiswerk:
Paragraaf 1: opdracht 1, 2 en 3
Paragraaf 2: opdracht 4 + 6
Paragraaf 3: opdracht 7
Huiswerk controle: volgende week maandag.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vragen naar aanleiding van de uitleg of het huiswerk?

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Afronding: Hoe denk jij dat de wereld er over 100 jaar uitziet?

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat een grote rol speelt bij de evolutie theorie is:
  • Verscheidenheid in genotype
  • Natuurlijke selectie
  • Soortvormig door isolatie

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verscheidenheid in genotype ontstaat door:
A
Recombinatie
B
Parthenogenese
C
Adaptatie
D
Mutaties

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Natuurlijke selectie=
         ....          is het meest       ....        in het doorgeven van





hun    ....           aan de volgende generatie
Het best aangepaste organisme in de populatie
Succesrijk
Genen

Slide 27 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Noem een voorbeeld van een goed aangepast organisme in een bepaalde situatie:

Slide 28 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat gebeurd er op deze afbeelding?

Slide 29 - Open vraag

Wat gebeurd er op deze afbeelding? Eerst leefde de dieren als 1 soort samen in een gebied.
Afronding:
1) Ga naar: www.meneerspoor.nl/dotworld.html
2) ga naar level 2.
3) speel het spelletje
Denk na over: wat heeft dit te maken met evolutie (natuurlijke selectie?)

Slide 30 - Tekstslide

Aan te bevelen om via chrome te doen anders doet de website het niet.

Slide 31 - Tekstslide

blauwe achtergrond