Conflicthantering

Wat gebeurt er op deze foto's?
1 / 50
volgende
Slide 1: Open vraag
ZedenleerSecundair onderwijs

In deze les zitten 50 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Wat gebeurt er op deze foto's?

Slide 1 - Open vraag

Slide 2 - Tekstslide

Waar komen zulke situaties voor?
vrienden
collega's
landen
familie
relaties
overal waar mensen samen leven

Slide 3 - Poll

Slide 4 - Tekstslide

conflict
Een conflict is een verschil van mening waarbij 2 of meer personen/partijen een doel nastreven of een waarde hebben die voor hen onverenigbaar lijkt en ze daardoor in botsing komen

Slide 5 - Tekstslide


Conflicten kunnen zowel bij mensen, organisaties als landen optreden

Slide 6 - Tekstslide

EN JIJ?
DENK EVEN TERUG AAN SITUATIES WAARIN JIJ EEN ANDERE MENING HAD DAN JE OUDERS, VRIEND(IN), LEERKRACHT, ...
HOE REAGEERDE JIJ MEESTAL?
SLEEP DE AFBEELDING NAAR RECHTS

Slide 7 - Tekstslide

ik druk mijn idee door
ik werk samen
ik vermijd ruzie
ik geef toe
ik sluit een overeenkomst
Zo reageer ik meestal

Slide 8 - Sleepvraag

Doe de zelftest via de link in de volgende slide

Hoe iemand reageert tijdens een conflict is afhankelijk van zijn karakter, opvoeding en leergedrag; zijn zelfzorg en het belang dat hij aan de tegenpartij hecht.

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Link

5 stijlen
Je kan er verschillende zelf hanteren

Forceren: je wil doordrukken
gaat ten koste van de relatie maar is soms nodig wanneer er snel en daadkrachtig moet opgetreden worden 

Vermijden: het conflict ontlopen
spaart de relatie, je wil geen ruzie maken en begint over een ander onderwerp, er komt geen oplossing voor het probleem


Slide 11 - Tekstslide

Toegeven: de andere partij krijgt gelijk, jij vindt de relatie belangrijker dan jou gelijk halen ook al is je eigen mening niet veranderd

Samenwerken: beide partijen lossen samen het probleem op, onderlinge verschillen komen op tafel en worden opgelost

Compromis sluiten: de partijen onderhandelen, geven beide iets toe en komen tot een oplossing die beide oké vinden 

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

Slide 14 - Tekstslide

FORCEREN
Forceren is effectief als er zeer kordaat moet opgetreden worden.  Bijvoorbeeld een bedrijf zit in financiële problemen en er moet dringend bespaard worden.  Er komt een reorganisatie met ontslagen.  Deze maatregel moet doorgedrukt worden ten koste van de relatie met de werknemers.  Het belang om het bedrijf te redden is groter dan de waarde van de individuele relaties met de werknemers.
In levensbedreigende situaties zijn soms eenzijdige, forcerende beslissingen nodig om een groter onheil te voorkomen.
Forceren kan nadelig zijn en de relatie volledig kapot maken wanneer het doordrukken te snel en ondoordacht gebeurt.  De tegenpartij voelt zich volledig ongehoord en gepasseerd.

Slide 15 - Tekstslide

VERMIJDEN
Het conflict uit de weg gaan, ontlopen, is effectief wanneer de inhoud voor jou niet zo belangrijk is of wanneer je wel zeker weet dat je aan het koste eind trekt.  
Je doet dingen tegen je zin zoals bijvoorbeeld langer op een saaie receptie blijven omdat jou partner nog niet uitgepraat is met zijn collega's.  Je blijft tegen je zin langer werken omdat je baas dat gevraagd heeft.
De onderhuidse spanning is voelbaar maar het echte verhaal komt niet op tafel.  Er wordt niks uitgesproken.

Slide 16 - Tekstslide

PROBLEEM OPLOSSEN
Beide partijen zijn bereid om samen naar verschillen en raakpunten te zoeken. De onderlinge verschillen en belangen worden besproken.  Er wordt naar elkaar geluisterd.  Beide partijen communiceren open en eerlijk.
Er wordt naar een gezamenlijke oplossing gezocht.
Beide partijen zijn tevreden met de oplossing.  Er kan achteraf nog geëvalueerd en bijgestuurd worden.

Slide 17 - Tekstslide

TOEGEVEN
Je bent het niet eens maar je vindt de relatie belangrijker dan je gelijk halen; dus je geeft toe en gaat mee in wat de andere partij wil.
Je ziet in dat je zelf ongelijk hebt en geeft daarom je ongelijk toe.
Toegeven is effectief wanneer het onderwerp voor jou minder belangrijk is en je het wel heel belangrijk vindt dat de relatie goed blijft.
Het werkt niet wanneer het onderwerp voor jou wel heel belangrijk is want dan betekent toegeven jezelf te kort doen en blijft de onderhuidse frustratie ophopen.

Slide 18 - Tekstslide

COMPROMIS
Bij onderhandelen en een compromis sluiten zullen beide partijen winst boeken en ook beide water bij de wijn doen.
Je wilt iets van de andere partij en bent ook bereid om er zelf een tegenprestatie voor te doen.
Deze stijl werkt niet bij conflicten over principekwesties, normen en waarden.  Hiervan wordt niet zomaar afgestapt!  Doet men dit toch blijft men met een slecht gevoel achter.

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

Slide 21 - Link

Stappen om tot een goede verbindende communicatie te komen
1) Herken en controleer je emoties
2) Schat de situatie in     
3) Durf op te komen voor jou mening
4) Durf ook jezelf in vraag te stellen
5) Luister aandachtig naar de standpunten van de andere partij
6) Leef je in elkaars gevoelens in
7) Hou rekening met elkaar
8) Sta open voor verandering en wees nieuwsgierig
9)  Sluit een compromis


Slide 22 - Tekstslide

Compromis


De uitkomst van een goede verbindende communicatie is een akkoord waaraan beide partijen een goed gevoel overhouden :
beide winnen !

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

https://www.managementboek.nl/boek/9789026346897/socrates-op-sneakers-elke-wiss

Scan deze QR-code om het boek te bestellen

Slide 25 - Tekstslide

Elke Wiss leert je goede vragen stellen
Wat is een goede vraag en hoe stel je ze?
Hoe leer je goed te luisteren naar de tegenpartij?

Slide 26 - Tekstslide

De socratische grondhouding
1) Luister met open geest zonder je eigen mening op te dringen.
2) Train je ogen en oren op objectief waarnemen zonder je gevoel er te laten tussen komen.
3) Denk na en durf door te vragen.
4) Reflecteer.
5) Het is een onderzoeksgesprek waarbij je samen tot een diepere wijsheid komt.

Slide 27 - Tekstslide

Welke stappen van verbindende communicatie herken je bij de socratische grondhouding?
A
leef je in elkaars emoties in, durf je eigen mening te zeggen
B
luister aandachtig, wees nieuwsgierig, vraag door

Slide 28 - Quizvraag

Maak de oefeningen op conflictstijlen

Slide 29 - Tekstslide

Casus 1: Groepswerk
In de klas moet er geregeld een groepswerk gemaakt worden.  De leerlingen mogen zelf hun groepje kiezen.  An, Maya en Aïcha zijn  vriendinnen en werken altijd samen.  Het is reeds het derde groepswerkje.  Aïcha en Maya merken dat An steeds een excuus heeft wanneer ze niet op tijd klaar is met haar deel en er dan op rekent dat de 2 vriendinnen extra inspringen.  Maya vindt dit niet fijn maar zegt er niks van en gaat gewoon met haar eigen werk verder.  Aïcha wil de vriendschap met An niet stuk maken en neemt een deel van An's taken over maar blijft hierover toch een slecht gevoel hebben.

Slide 30 - Tekstslide

Welke conflictstijl hanteert Maya?
A
forceren
B
probleem oplossen
C
vermijden
D
toegeven

Slide 31 - Quizvraag

Welke conflictstijl hanteert Aïcha?
A
forceren
B
probleem oplossen
C
vermijden
D
toegeven

Slide 32 - Quizvraag

Casus 2: Te laat komen
Tiebe komt te laat aan bij het scoutslokaal voor de lentepoets.  Groepsleider Jens is boos en zegt: "Jij komt altijd te laat als er moet gewerkt worden!  Ga nu maar de toiletten poetsen!"  Tiebe is het hier niet mee eens.  De toiletten worden normaal door de poetsvrouw van het gebouw onderhouden.  De scouts controleren en sorteren het kampmateriaal, luchten de tenten, noteren de voorraden,...  Tiebe protesteert maar zijn groepsleider wil niet toegeven en stuurt Tiebe met emmer en borstel naar de toiletten.

Slide 33 - Tekstslide

Welke conflictstijl hanteert Jens?
A
forceren
B
compromis
C
vermijden
D
toegeven

Slide 34 - Quizvraag

Casus 3: Vakantie

Vijf vrienden gaan al 2 jaar samen op vakantie, steeds de laatste week van augustus.   (27/8 tot 2/9)  Kris heeft een belangrijk familiefeest op 28/8 waar hij zeker moet aanwezig zijn.  Seppe, die een jaar jonger is moet op 5/9 terug naar school.  De andere jongens beginnen pas op 20/9 aan hun bachelor.  Het verschuiven van de datum zou Seppe uitsluiten.  Dirk, Seppe en Thomas willen graag een strandvakantie; Kris en Tom willen cultuur.  De jongens overleggen wat voor hen belangrijk is en besluiten tezamen om de trip in te korten zodat zowel Kris als Seppe mee kunnen.  Ze kiezen voor een Citytrip Barcelona waar ook luieren aan het strand mogelijk is. 

Slide 35 - Tekstslide

Welke conflictstijl hanteert de groep?
A
forceren
B
compromis
C
vermijden
D
toegeven

Slide 36 - Quizvraag

Casus 4 : buren
Je gaat in een nieuwe wijk wonen.  Tussen jou en de buren moet nog een tuinhek geplaatst worden.  De buurman Jos houdt voet bij stuk dat het 2 meter hoog moet zijn om geen inkijk te hebben.  Jij wil maar 1m20 want dan schijnt de zon beter op jou grond.  Jullie vrouwen stellen een tuinhek van 1m60 voor zodat er minder inkijk is maar de zon toch nog volop op jou grond kan.

Slide 37 - Tekstslide

Welke stijl hanteert Jos?
A
compromis
B
samenwerken
C
doordrukken
D
vermijden

Slide 38 - Quizvraag

Welke stijl hanteren de vrouwen?
A
compromis
B
samenwerken
C
doordrukken
D
vermijden

Slide 39 - Quizvraag

Casus 5 : brand
Een bos brandt.  De brandweer krijgt het vuur moeilijk onder controle. Het eerste huis naast het bos heeft al vuur gevat.  De brand dreigt over te slaan naar het volgende pand dat na een groenstrook van 2 meter ligt.  De eigenaar van huis 1 wil dat ze zijn huis blijven bespuiten.  Het brandweercorps beslist om volle kracht te mikken op de groenstrook om zo de brand daar te kunnen stoppen.  Huis nr 1 wordt niet meer gered. 

Slide 40 - Tekstslide

Welke conflictstijl gebruikt de brandweer?

Slide 41 - Open vraag

COMPROMIS
TOEGEVEN
FORCEREN
SAMENWERKEN
VERMIJDEN
Je wil doordrukken ten koste van de andere partij.
Het conflict ontlopen en over iets anders beginnen.
Je past je aan aan de andere partij ook al is je mening niet veranderd.
Onderlinge verschillen worden uitgepraat en het probleem wordt samen opgelost.
De partijen onderhandelen en geven beide iets toe en komen zo tot een oplossing.

Slide 42 - Sleepvraag

Taak in te dienen via startschool tegen de volgende les
Beschrijf 2 situaties die je zelf meemaakte en waar er een conflict ontstond.
Leg uit hoe jij reageerde.
Denk nu nog eens na over de situatie en zeg of je opnieuw hetzelfde zou reageren of het anders zou aanpakken.

Slide 43 - Tekstslide

IN EEN NOTENDOP
CONFLICT = meningsverschil met botsing
HANTERINGSSTIJLEN: forceren, probleem oplossen, vermijden, toegeven, compromis sluiten
VERBINDENDE COMMUNICATIE: waarneming, gevoel, behoefte, verzoek, luisteren, wederzijds respect
COMPROMIS = WIN/WIN
DE SOCRATISCHE GRONDHOUDING: Luisteren, objectief waarnemen, doorvragen, reflecteren

Slide 44 - Tekstslide

Conflicten kunnen ook een voordeel hebben.
1) Je leert jezelf en je eigen grenzen beter kennen.

2) Je leert ook de andere partij beter kennen.

3) Conflicten kunnen voor vernieuwing in je denkpatroon zorgen.

4) Een conflict kan een verheldering van een situatie brengen.

Slide 45 - Tekstslide

IK HEB DE LES BEGREPEN
😒🙁😐🙂😃

Slide 46 - Poll

STEL HIER NOG EEN VRAAG INDIEN JE IETS NIET BEGREPEN HEBT

Slide 47 - Open vraag

Slide 48 - Tekstslide

Bronnen
Omgaan met conflict | test je conflictstijl: samenwerken of een compromis? | 123test.nl. (z.d.). https://www.123test.nl/conflict/ 

https://www.desteven.nl/persoonlijke-ontwikkeling/conflicthantering/conflictstijl

Academy, C. (2017, 22 september). Thomas en Kilmann Conflict Model [Video]. YouTube. https://www.youtube.com/watch?v=tlr0WIP4k4E&feature=youtu.be

Academy, E. (2012, 5 november). Conflicthantering [Video]. YouTube. https://www.youtube.com/watch?v=aYlWzWF1U7Y&feature=youtu.be

Educaplay: Free educational games generator. (z.d.). https://www.educaplay.com

Wiss, E. (2020b). Socrates op sneakers. Praktische gids voor het stellen van goede vragen. Ambo|Anthos.

Slide 49 - Tekstslide

Eindtermen
E.T. 7.5 De leerlingen hanteren strategieën om tot constructieve oplossingen voor conflictsituaties te komen
beheersniveau: kunnen toepassen

E.T. 7.7 De leerlingen onderbouwen een eigen mening over maatschappelijke gebeurtenissen, thema's en trends met betrouwbare informatie en geldige argumenten : feit en mening, realiteit en fictie, argumenten. De leerlingen gebruiken strategieën om een eigen mening te onderbouwen, manieren om met elkaar in dialoog te gaan, reflectievaardigheden.
beheersniveau: kunnen toepassen

Slide 50 - Tekstslide