Paragraaf 4.6 - Straling

4.6 Straling
4.6 Straling
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

4.6 Straling
4.6 Straling

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen van paragraaf 4.6 
 
  • Je kunt warmtetransport door straling met een voorbeeld uitleggen. 
  • Je kunt voorbeelden geven van voorwerpen die infrarode straling kunnen uitzenden. 
  • Je kunt uitleggen wat absorberen betekent. 
  • Je kunt verklaren waarom je in een wit T-shirt minder last hebt van de warmte dan in een zwart T-shirt

Slide 2 - Tekstslide

Introductie
In de zomer zitten mensen graag in de zon op een terras. De zon geeft veel warmte. 

Slide 3 - Tekstslide

Warmtetransport door straling
Hiernaast zie je een foto van een zonnehuis. De zon levert een groot deel van de warmte die voor het verwarmen van zo’n huis nodig is. Alleen op echt heel koude dagen moet je de cv-ketel inschakelen.

Slide 4 - Tekstslide

Warmtestraling
De zon straalt in alle richtingen licht en warmte uit. Een deel daarvan komt op aarde terecht. De zon komt op in het oosten en gaat onder in het westen. Op haar hoogste punt staat de zon in het zuiden. Dan bereikt de meeste zonnestraling de aarde. Deze vorm van warmtetransport noem je warmtestraling. Door straling kan warmte over grote afstanden worden vervoerd. Als het zonlicht de aarde bereikt, heeft het een reis afgelegd van ongeveer 150 miljoen kilometer.

Slide 5 - Tekstslide

Welke soorten warmte zijn voorbeelden van warmtestraling?
A
warmte van de zon
B
warme wind
C
warmte van een oven
D
warmte van een lamp

Slide 6 - Quizvraag

Maak de zinnen kloppend.
De zon zendt in alle richtingen licht en warmte uit. Je noemt deze vorm van warmtetransport A........................…..Bij deze vorm van warmtetransport is het
B...………………………..mogelijk om warmte over grote afstanden te transporteren.

Slide 7 - Open vraag

Is de uitspraak juist of onjuist?
Warmtestraling is alleen mogelijk door stoffen die warmte goed geleiden.
A
juist
B
onjuist

Slide 8 - Quizvraag

Is de uitspraak juist of onjuist?
Warmtestraling is alleen mogelijk door stoffen die warmte goed geleiden.
A
juist
B
onjuist

Slide 9 - Quizvraag

Welke soorten warmte zijn voorbeelden van warmtestraling?
A
warmte van BBQ
B
warmte van een kaars
C
warmte van de wind
D
warmte van een gasfornuis

Slide 10 - Quizvraag

Welke beweringen zijn juist?
A
in een zonnehuis zitten veel ramen aan de noordzijde
B
zonnehuizen halen veel warmte uit de straling van de zon
C
de zon straal in alle richtingen warmte en licht uit
D
warmtestraling kan plaats vinden door alle stoffen

Slide 11 - Quizvraag

Infrarode straling
De gloeidraad van een gloeilamp heeft een temperatuur van ongeveer 
2200 °C. Als een voorwerp zo heet is, straalt het licht uit. Dat kun je zien. 
 
De temperatuur van een hete radiator is 70 tot 80 °C. Bij deze temperatuur zendt een voorwerp geen zichtbaar licht uit. Het voorwerp zendt wel infrarode straling uit die je ogen niet kunnen zien. Je kunt die straling wel voelen, bijvoorbeeld als je een hand voor een hete radiator houdt. Ook kun je deze straling met speciale camera’s fotograferen.

Slide 12 - Tekstslide

Deze foto is gemaakt met een infraroodcamera. Je ziet de warme gebieden als het ware oplichten.

Slide 13 - Tekstslide

Welke straling zendt een radiator bij normale temperaturen (70 tot 80 °C) uit?
A
alleen licht
B
alleen infrarode straling
C
licht en infrarode straling
D
geen enkele soort straling

Slide 14 - Quizvraag

Is de uitspraak juist of onjuist?
Een voorwerp kan zo heet worden dat het ook zichtbaar licht gaat uitstralen.
A
juist
B
onjuist

Slide 15 - Quizvraag

Is de uitspraak juist of onjuist?
Infraroodstraling kun je zonder hulpmiddelen niet zien.
A
juist
B
onjuist

Slide 16 - Quizvraag

Je kunt een baksteen zo warm maken dat hij rood licht gaat afgeven.
Zendt de baksteen dan ook infrarode straling uit?
A
ja
B
nee

Slide 17 - Quizvraag

Verwarmen door stroming en straling
Radiatoren verwarmen een kamer zowel door stroming (50 tot 70%) als door straling (30 tot 50%). 

Slide 18 - Tekstslide

Je kunt een baksteen zo warm maken dat hij rood licht gaat afgeven.
Zendt de baksteen dan ook infrarode straling uit?
A
juist
B
onjuist

Slide 19 - Quizvraag

Maak de zin kloppend.
Een hete radiator (70 tot 80 °C) zendt ……………. uit.

Slide 20 - Open vraag

Een warm voorwerp zendt eerst alleen   
uit. Als dat voorwerp heet genoeg wordt, zal het op een gegeven moment ook                        gaan uitzenden.

infrarode straling
licht

Slide 21 - Sleepvraag

Welk voorwerp zendt geen infrarode straling uit?
A
kampvuur
B
radiator
C
zon
D
ijs

Slide 22 - Quizvraag

Straling uitzenden en absorberen
Een voorwerp kan warmte afstaan door straling uit te zenden. De zon verwarmt de aarde door het licht dat ze uitstraalt. Een radiator straalt warmte uit naar voorwerpen in een kamer. 
Een voorwerp kan ook straling opnemen. Je noemt dat absorberen. Het voorwerp wordt dan warm. De aarde wordt warm als ze het licht van de zon absorbeert. Je hand wordt warm als die de straling van een hete radiator absorbeert.

Slide 23 - Tekstslide

Straling kan dus warmte vervoeren, van het ene voorwerp dat de straling uitzendt naar het andere voorwerp dat de straling absorbeert. De warmte gaat daarbij altijd van het voorwerp met de hoogste temperatuur naar het voorwerp met de laagste temperatuur. 
 
Zonnestraling wordt het beste geabsorbeerd door donkere, doffe voorwerpen. Daardoor krijg je het algauw te warm als je met een zwart T-shirt in de hete zon loopt. In een wit T-shirt heb je minder last van de warmte, omdat de kleur wit de zonnestraling grotendeels weerkaatst.

Slide 24 - Tekstslide

Wit weerkaatst de zonnestraling, zwart absorbeert de zonnestraling.

Slide 25 - Tekstslide

Straling terugkaatsen
Lichte, glanzende voorwerpen absorberen maar weinig straling. Het grootste deel van de straling wordt teruggekaatst. De hittebestendige pakken van de brandweer hebben een glanzende buitenkant, zodat de warmte van een brand zo veel mogelijk door de pakken wordt teruggekaatst en niet geabsorbeerd. 
Lichte, glanzende voorwerpen zijn ook slechte warmtestralers. Als ze heet zijn, stralen ze hun warmte maar langzaam uit. Daarom heeft een thermosfles een glanzende binnenkant. Die binnenkant zit weer verpakt in een plastic omhulsel. Plastic is een slechte warmtegeleider.

Slide 26 - Tekstslide

Een voorwerp kan straling opnemen.
Hoe noem je dit?
A
uitzenden
B
absorberen
C
terugkaatsen
D
warmtestroming

Slide 27 - Quizvraag

Je hebt een brandende lucifer vast en voelt de warmte van de lucifer. Maak de zinnen kloppend.
Je hand wordt A...…………..omdat het de B...…………...van de lucifer absorbeert.

Slide 28 - Open vraag

Wat betekent absorberen?
A
het uitzenden van straling
B
het opnemen van straling
C
het weerkaatsen van straling
D
het transporteren van warmte

Slide 29 - Quizvraag

Je zit voor een open haard en je voelt dat je handen warm worden.
Maak de zinnen kloppend.
Je handen absorberen de A...……………..van het vuur. Hierdoor worden je handen B...………………..


.

Slide 30 - Open vraag

Maak de zinnen kloppend. 
Voor de brandweer zijn pakken ontwikkeld die de drager beschermen tegen grote hitte. De buitenkant van zo'n pak is                          en 
Daardoor                              het pak een groot deel van de straling die erop valt. 
donker
Licht
absorbeert
weerkaatst
dof
glanzend

Slide 31 - Sleepvraag

Je wilt dat een voorwerp zo koel mogelijk blijft in de zon.
Welke combinatie van eigenschappen moet het voorwerp hebben?
A
dof materiaal en een donkere kleur
B
dof materiaal en een lichtere kleur
C
glanzend materiaal en een donkere kleur
D
glanzend materiaal en een lichtere kleur

Slide 32 - Quizvraag

Op een parkeerterrein staan een witte auto en een zwarte auto in de felle zon. Maak de zinnen kloppend. 
De                     auto absorbeert het meeste zonlicht.  
De                     auto weerkaatst het meeste zonlicht.  
De                     auto wordt het heetst.
zwart
zwart
zwart
wit
wit
wit

Slide 33 - Sleepvraag

Opdrachten maken
Wat: lees paragraaf 4.6 en maak de online opdrachten    
Hoe: helemaal stil! muziek mag in!    
Hulp: Geen    
Tijd:  ???? minuten lang    
Huiswerk: opdrachten 1 tm 14 van paragraaf 4.6 & Test jezelf   
Klaar?: ga bezig met een ander vak! 

Slide 34 - Tekstslide