Hoofdgedachte en structuur (Nederlands havo), les 2: Examentraining

Een lezer met een krant aan zee, Tarquinia Lido (Italië), 2007

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE

Examentraining

Hoofdgedachte en structuur: zo pak je examenvragen aan

1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
newEditorNederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining met vier vraagtypen: hoofdgedachte aanwijzen, kernzin en deelonderwerp, functie van tekstdelen en impliciete hoofdgedachte. Twee leesteksten (tekst 4 van ongeveer 340 woorden) en acht examenvragen.

Onderdelen in deze les

Een lezer met een krant aan zee, Tarquinia Lido (Italië), 2007

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE

Examentraining

Hoofdgedachte en structuur: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Roberto Ferrari / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE

Wat ga je kunnen?

Ik kan bij een examentekst de hoofdgedachte, kernzinnen, deelonderwerpen en functies van tekstdelen vinden.

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Titel en begin: lees de titel en de eerste alinea: wat is het onderwerp?

  • 2. Alinea's: bepaal het deelonderwerp van elke alinea.

  • 3. Kernzinnen: zoek de kernzinnen en lees het slot goed.

  • 4. Formuleer: schrijf de hoofdgedachte in eigen woorden op.

  • 5. Controleer: dekt jouw zin de hele tekst, en niet meer dan dat?

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE

Vraagtype 1: hoofdgedachte aanwijzen

  • Meerkeuze: kies de zin die de hele tekst dekt, niet één argument

  • Open: verwoord de hoofdgedachte van een alinea of tekstdeel in één zin

  • Lees eerst de hele tekst 4 (zeven alinea's, drie dia's); de vragen bij vraagtype 2 en 3 gaan ook over deze tekst

Hoofdtekst van ongeveer 340 woorden. Verzonnen tekst; Femke Haan is een verzonnen persoon.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE

Tekst 4: Les in de buitenlucht

(1) Steeds meer scholen zetten hun lessen buiten. Op een groene plek in de buurt geven docenten les over water, weer of geschiedenis, en de leerlingen werken in de buitenlucht. Dat is geen gimmick: buitenlessen horen een vast onderdeel te zijn van het lesprogramma van elke middelbare school.

(2) Een eerste reden is dat leerlingen buiten beter kunnen opletten. Na een uur stilzitten in een warm lokaal zakt de aandacht weg, zegt biologiedocent Femke Haan. 'Na een wandeling zijn ze weer helder in hun hoofd, en dan pas begint het leren.'

(3) Daarnaast leren leerlingen buiten dingen die in een boek abstract blijven. Wie het water in een sloot onderzoekt, begrijpt waarom een schone sloot meer dieren heeft dan een vervuilde. Wie een oud gebouw in de eigen buurt bekijkt, ziet de geschiedenis voor zich.

Eigen tekst voor Examenstof

Eerste deel van tekst 4 (alinea 1 tot en met 3). Het standpunt staat expliciet in de laatste zin van alinea 1.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE

Tekst 4 (vervolg)

(4) Natuurlijk zijn er bezwaren. Docenten vrezen dat ze buiten de klas niet in de hand houden, en dat het regent. Die zorgen zijn begrijpelijk, maar niet doorslaggevend. Met duidelijke afspraken en een opdracht per groep blijft het rustig, en bij slecht weer blijft de les gewoon in het lokaal.

(5) Ook de kosten worden genoemd als bezwaar. Maar een buitenles vraagt weinig meer dan een schrift, een meetlint en goede schoenen. Dat is een stuk goedkoper dan lesmateriaal op een scherm.

(6) Scholen hoeven er dus niet mee te wachten. Begin met één buitenles per week in de eigen omgeving en breid dat uit als docenten en leerlingen er plezier in hebben. Zo wordt de buitenles vanzelf een gewoonte.

(7) Kortom: wie leerlingen beter wil laten leren, moet ze regelmatig de deur uit sturen. Buitenlessen horen in elk lesprogramma.

Eigen tekst voor Examenstof

Tweede deel van tekst 4 (alinea 4 tot en met 7).

Wat is de hoofdgedachte van tekst 4?

A

Buitenlessen horen vast in het lesprogramma

B

Leerlingen letten buiten beter op

C

Scholen kunnen buitenlessen niet betalen

D

Biologie moet vooral buiten worden gegeven

Het standpunt staat in alinea 1 en keert terug in alinea 7. Aandacht buiten is een argument (te smal), de kosten worden juist weerlegd, biologie is een detail uit alinea 2. Verwachte fout: het eerste argument kiezen.

Wat is de hoofdgedachte van alinea 5? Schrijf één zin.

Modelantwoord: de kosten zijn geen goed bezwaar tegen buitenlessen, want ze kosten weinig (1 punt voor het standpunt, 1 punt voor de reden). Verwachte fout: alleen 'de kosten' schrijven; dat is een onderwerp.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE

Vraagtype 2: kernzin en deelonderwerp

  • Citeervraag: schrijf de kernzin letterlijk op, of de eerste en laatste woorden ervan

  • Deelonderwerp: noem in een paar woorden waar de alinea over gaat

  • De kernzin staat niet altijd vooraan: let op zinnen met 'dus', 'maar' en 'kortom'

Bij dit vraagtype gaat het om tekst 4 (zie vraagtype 1).

Citeer de kernzin van alinea 4.

Modelantwoord: 'Die zorgen zijn begrijpelijk, maar niet doorslaggevend.' (1 punt). De eerste zin ('Natuurlijk zijn er bezwaren.') is geen kernzin maar een opstapje. Verwachte fout: de eerste zin citeren.

Wat is het deelonderwerp van alinea 6?

A

Waarom buitenlessen geld kosten

B

Hoe een school kan beginnen met buitenlessen

C

Wat docenten van buitenlessen vinden

D

Hoe leerlingen op een buitenles worden beoordeeld

Alinea 6 geeft een aanpak: begin met één buitenles per week. Alinea 5 gaat over kosten en alinea 4 over de zorgen van docenten. Over beoordelen staat niets in de tekst.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE

Vraagtype 3: functie van tekstdelen

  • Geef aan wat een alinea doet: argument, tegenargument, weerlegging, aanpak, conclusie

  • Volgordevraag: zet de functies in de volgorde waarin ze in de tekst staan

  • Antwoord met wat de alinea doet, niet met waar hij over gaat

Bij dit vraagtype gaat het om tekst 4 (zie vraagtype 1).

Welke functie heeft alinea 3 in tekst 4?

A

Een bezwaar tegen buitenlessen noemen

B

De hoofdgedachte van de tekst herhalen

C

Het onderwerp aan de lezer introduceren

D

Een tweede argument voor buitenlessen geven

Alinea 3 begint met 'Daarnaast' en geeft een nieuwe reden. Het bezwaar staat pas in alinea 4. Verwachte fout: 'bezwaar' kiezen door de voorbeelden over water.

Zet de functies van tekst 4 op volgorde

1

Twee argumenten geven

2

Bezwaren weerleggen

3

Een aanpak voorstellen

4

Conclusie trekken

5

Het standpunt aankondigen

Alinea 1 standpunt, alinea 2 en 3 argumenten, alinea 4 en 5 bezwaren weerleggen, alinea 6 aanpak, alinea 7 conclusie.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE

Vraagtype 4: impliciete hoofdgedachte

  • Staat de hoofdgedachte er niet, dan verwoord je hem zelf

  • Gebruik herhaalde woorden, voorbeelden en het slot als aanwijzing

  • Schrijf een hele zin met onderwerp en wat de schrijver daarover zegt

Tekst 5 is een korte column zonder expliciet standpunt. Verzonnen tekst; de ik-persoon is de schrijver, geen echte persoon.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE

Tekst 5: Opa's telefoon

(1) Mijn opa heeft een telefoon waarmee je alleen kunt bellen. Op zijn verjaardag zaten we met twaalf mensen aan tafel en de telefoons lagen in een mandje bij de deur.

(2) Het was de gezelligste middag van het jaar. We praatten door elkaar, speelden een spel en niemand keek op een scherm om te zien wat er elders gebeurde.

(3) Thuis pak ik mijn telefoon wel honderd keer per dag. Toch heb ik nooit het gevoel dat ik iets mis als hij even niet bij me is.

(4) Sinds die middag laat ik hem weleens een uurtje in een la liggen. Opa lacht erom: hij heeft nooit iets anders gekend.

Eigen tekst voor Examenstof

Korte column, ongeveer 130 woorden. De hoofdgedachte staat er niet letterlijk: zonder telefoon is samenzijn gezelliger.

Welke zin geeft de hoofdgedachte van tekst 5 het best weer?

A

Zonder telefoon is samenzijn gezelliger

B

Opa's telefoon is beter dan een smartphone

C

Verjaardagen zijn gezelliger dan gewone dagen

D

Iedereen moet zijn telefoon weggooien

Alinea 2 en 4 laten zien dat het weglaten van de telefoon het samenzijn beter maakt. Opa's toestel is een aanleiding, geen oordeel. De schrijver pleit niet voor weggooien (te breed). Verwachte fout: het voorbeeld van de verjaardag als hoofdgedachte kiezen.

Noem onderwerp en hoofdgedachte van tekst 5.

Modelantwoord: onderwerp: het gebruik van de telefoon tijdens een familiebijeenkomst (1 punt). Hoofdgedachte: zonder telefoon is samenzijn gezelliger (1 punt). Verwachte fout: twee keer een onderwerp opschrijven.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Hoofdgedachte aanwijzen

2

Kernzin en deelonderwerp

3

Functie van tekstdelen

4

Impliciete hoofdgedachte

Bespreek na de uitslag het lastigste vraagtype met een eigen voorbeeldalinea.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE

Tips voor op het examen

  • Lees eerst de vraag en dan pas de alinea waar de vraag naar verwijst

  • Een hoofdgedachte is een hele zin met een oordeel, geen losse woorden

  • Staat de kernzin niet vooraan? Kijk naar het midden en het eind van de alinea

  • Geef bij 'functie' aan wat de alinea doet, niet waar hij over gaat

  • Controleer je hoofdgedachte: past hij op de hele tekst en niet op één alinea?

Deze slide heeft geen instructies