10.3Koolhydraten

Koolhydraten 
Koolhydraten worden in de volksmond ook vaak suikers genoemd. Ze zijn bekende energiebronnen voor ons lichaam.
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Koolhydraten 
Koolhydraten worden in de volksmond ook vaak suikers genoemd. Ze zijn bekende energiebronnen voor ons lichaam.

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je leert hoe koolhydraten zijn opgebouwd;
  • Je leert om een reactievergelijking in structuurformules te geven van de vorming (condensatie) en hydrolyse van koolhydraten.

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Bouw van koolhydraten
  • Een koolhydraat kan een monosacharide (1 monomeer), disacharide (2 monomeren) of polysacharide (meer dan 2 monomeren) zijn.
  • Deze structuren staan in Binas 67F

Slide 4 - Tekstslide

In Binas 67F staan de structuren van een aantal monosachariden en disachariden weergegeven.
Let op, hierin staan de C-tjes in de ring niet getekend!

Slide 5 - Tekstslide


wat is de molecuulformule van dit monosacharide?
A
CH₇O₆
B
C₆H₇O₆
C
C₆H₁₂O₆
D
kun je niet zien

Slide 6 - Quizvraag

opletten!
Deze twee moleculen zijn exact hetzelfde!
In Binas67F1 zijn C- en H-atomen weggelaten: elk hoekpunt is een C (behalve de O, die is getekend) en elke hoek moet met 1H aangevuld worden zodat elke C vier bindingen heeft.
de molecuulformule glucose is: C6H12O6

Slide 7 - Tekstslide

disacharide
twee glucose moleculen verbonden met een O atoom vormen samen een disacharide.
Dit is ook een koolhydraat.

Slide 8 - Tekstslide

twee moleculen glucose koppelen aan elkaar door het afsplitsen van water. 
Dit type reactie heet een condensatiereactie.
Daarbij komt H2O vrij.

Slide 9 - Tekstslide

polysachariden

Slide 10 - Tekstslide

Vorming di/polysacharides
Disachariden en polysachariden ontstaan door condensatiereactie tussen monosachariden, waarbij monosachariden aan elkaar worden gekoppeld door een zuurstof tussen de ringen: ~C-O-C~

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

hydrolyse is de omgekeerde reactie van de vorming van disachariden: met behulp van een enzym wordt de ~C-O-C~ binding verbroken en water toegevoegd. Er ontstaan weer 2 OH-groepen aan de twee losse monosachariden.
hydrolyse: reactie met water waarbij losse monosachariden ontstaan

Slide 13 - Tekstslide

Controleer goed hoe je de OH-groep vast tekent aan de ring. Het O-atoom moet altijd aan de C in de ring zitten (O kan 2 bindingen), het H-atoom moet altijd alleen aan het zuurstofatoom zitten (H kan maar één binding hebben)!
hydrolyse = afbraak

Slide 14 - Tekstslide

Met wat voor reactie wordt een disacharide gevormd uit 2 monosachariden?
A
Fotosynthese
B
Hydrolyse
C
Condensatie
D
Additie

Slide 15 - Quizvraag

een polysacharide heeft de formule: (C₆H₁₀O₅)₈₀
Uit hoeveel monosachariden bestaat dit polysacharide?
A
6
B
80
C
480
D
geen idee

Slide 16 - Quizvraag

UITLEG: een polysacharide heeft de formule: (C₆H₁₀O₅)₈₀
Uit hoeveel monosachariden bestaat dit polysacharide?
er zitten 80 eenheden met de formule C₆H₁₀O₅  in het polymeer. 80 monosachariden dus.
Hieronder staan er 3, de unit C₆H₁₀O₅ herhaalt zich, 80 x.

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Als n = 80, wat komt dan op de ...?
maak eerst kloppend zonder 'n':
C₆H₁₀O₅ + ... H₂O → ... C₆H₁₂O₆   wordt:
C₆H₁₀O₅ + 1 H₂O → 1 C₆H₁₂O₆  
bekijk: (C₆H₁₀O₅)n + ... H₂O → ... C₆H₁₂O₆

Slide 19 - Tekstslide

Als n = 80, wat komt dan op de ...?
maak eerst kloppend zonder 'n':
C₆H₁₀O₅ + ... H₂O → ... C₆H₁₂O₆   wordt:
C₆H₁₀O₅ + 1 H₂O → 1 C₆H₁₂O₆  ;  en dan 'n' invullen:
(C₆H₁₀O₅)n + n H₂O → n C₆H₁₂O₆   ;  bij n=80 wordt het dan
(C₆H₁₀O₅)₈₀ + 80 H₂O → 80 C₆H₁₂O₆
bekijk: (C₆H₁₀O₅)n + ... H₂O → ... C₆H₁₂O₆

Slide 20 - Tekstslide

terug naar de koolhydraten...
Wat gebeurt er bij "hydrolyse"
A
er komt water vrij bij de afsplitsing van monosachariden
B
er is water nodig bij de afbraak van polysachariden
C
er komt water vrij bij de opbouw van disachariden
D
er is water nodig bij de opbouw van polysachariden

Slide 21 - Quizvraag

examenvraag (invullen op volgende slide)

Slide 22 - Tekstslide

leg uit dat door hydrolyse van sacharose het massa% suikers toeneemt

Slide 23 - Open vraag

uitwerking
Hydrolyse is een reactie met water. Hierbij wordt de ~C-O-C~ binding verbroken, en wordt H2O ingebouwd. Zo ontstaan weer losse monosachariden, met extra -H en -OH, hierdoor wordt hun massa, en dus het massa% suikers in honing hoger.

Slide 24 - Tekstslide

Welke van de onderstaande stoffen behoren tot de koolhydraten?
A
ribose
B
cellulose
C
glycogeen
D
chitine

Slide 25 - Quizvraag

waar zijn enzymen van gemaakt?
A
vetten
B
zetmeel
C
koolhydraten
D
eiwitten

Slide 26 - Quizvraag

Aan de slag 
maak opgaven 16,17,18,20 en 23
Lees alvast goed paragraaf 10.4

Slide 27 - Tekstslide