1.3 lezen Daar doe je het voor

Pak jij alvast je spullen?
1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 3

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 70 min

Onderdelen in deze les

Pak jij alvast je spullen?

Slide 1 - Tekstslide

Wat leer je in Lezen 1.3?

Slide 2 - Woordweb

afspraken
  • Als je wat wil zeggen, steek je je vinger op
  • Luister naar elkaar
  • Voor of na de les naar de wc

Slide 3 - Tekstslide

Planning
  • Doelen 
  • Instructie
  • Aan de slag

Slide 4 - Tekstslide

Doelen:
  1. ik weet wat leesstrategieën zijn
  2. ik weet wat tekstdoelen zijn
  3. Ik kan een tekstverband en een signaalwoord koppelen
blz. 20 van je boek

Slide 5 - Tekstslide

Leesstrategieën
Verkennend lezen
Nauwkeurig lezen
Zoekend lezen

Studerend
blz. 146 van je boek

Slide 6 - Tekstslide

even oefenen!

Slide 7 - Tekstslide

Je wilt snel weten waar de tekst over gaat.
A
nauwkeurig lezen
B
verkennend lezen
C
studerend lezen
D
zoekend lezen

Slide 8 - Quizvraag

Een tekst helemaal lezen om hem te begrijpen
A
zoekend lezen
B
verkennend lezen
C
nauwkeurig lezen
D
studerend lezen

Slide 9 - Quizvraag

Hoe duur is een treinkaartje naar Parijs?
A
verkennend lezen
B
nauwkeurig lezen
C
zoekend lezen
D
studerend lezen

Slide 10 - Quizvraag

Tekstdoel
Is de bedoeling die de schrijver heeft met zijn tekst.

Slide 11 - Tekstslide

Tekstdoelen

Slide 12 - Tekstslide

Tekstdoelen

Slide 13 - Tekstslide

Wat zijn voorbeelden van tekstdoelen?
A
artikel, tijdschrift, krant
B
informeren, amuseren, activeren, overtuigen
C
informerende tekst, activerende tekst, amuserende tekst

Slide 14 - Quizvraag

Een nieuwsbericht is een ...
A
informatieve tekst
B
betogende tekst
C
activerende tekst
D
amuserende tekst

Slide 15 - Quizvraag

De boeken van 'Harry Potter' bevatten...
A
informatieve tekst
B
oevrtuigende tekst
C
activerende tekst
D
amuserende tekst

Slide 16 - Quizvraag

Deze tekst is een ...
A
Amuserende tekst
B
Overtuigende tekst
C
Informerende tekst
D
Activerende tekst

Slide 17 - Quizvraag

Deze tekst is een ...
A
Amuserende tekst
B
Overtuigende tekst
C
Informerende tekst
D
Activerende tekst

Slide 18 - Quizvraag

Een advertentie van Coca Cola is een:
A
amuserende tekst
B
informatieve tekst
C
overtuigende tekst
D
activerende tekst

Slide 19 - Quizvraag

Wat geef je in een recensie?
A
In een recensie geef je alleen je mening.
B
In een recensie schrijf je alleen op wat je niet goed vindt.
C
In een recensie zeg je helemaal niks.
D
In een recensie geef je je menig en argumenten.

Slide 20 - Quizvraag

Je leest een recensie over een film.
Wat is het tekstdoel?
A
amuseren
B
informeren
C
overtuigen
D
activeren

Slide 21 - Quizvraag

TEKSTVERBANDEN

Slide 22 - Tekstslide

Uitleg signaalwoorden        blz. 146 boek

Aan signaalwoorden herken je een tekstverband

-  opsomming        allereerst, ook, bovendien, tot slot ....

-  tegenstelling     maar, daarentegen,echter, toch, in tegendeel

-   reden                     want, omdat, daarom, venwege, immers...

-  conclusie             dus, kortom

-  voorbeeld             bijvoorbeeld, zoals, zo, ter illustratie...

-  oorzaak en gevolg  doordat, hierdoor, met als gevolg

Slide 23 - Tekstslide

Tekstverbanden blz. 146

Slide 24 - Tekstslide

Daarna
A
oorzaak/gevolg
B
tijdsvolgorde
C
tegenstelling
D
opsomming

Slide 25 - Quizvraag

maar
A
opsomming
B
vergelijking
C
tegenstelling
D
conclusie

Slide 26 - Quizvraag

DAAROM
A
opsomming
B
argument
C
tijd
D
voorbeeld

Slide 27 - Quizvraag

DUS
A
tijd
B
conclusie
C
vergelijking
D
opsomming

Slide 28 - Quizvraag

ZOALS
A
opsomming
B
oorzaak/gevolg
C
tijd
D
voorbeeld

Slide 29 - Quizvraag

DOORDAT
A
opsomming
B
oorzaak/gevolg
C
tijd
D
voorbeeld

Slide 30 - Quizvraag

'En' hoort bij het tekstverband:
A
Conclusie
B
Opsomming
C
Tegenstelling
D
Voorbeeld

Slide 31 - Quizvraag

'Omdat' hoort bij het verband...
A
tegenstelling
B
voorbeeld
C
opsomming
D
reden

Slide 32 - Quizvraag

Zoals is een signaalwoord voor opsomming
A
Waar
B
Niet waar

Slide 33 - Quizvraag

Welke is GEEN tekstverband?
A
waardering
B
opsomming
C
tegenstelling
D
voorbeeld

Slide 34 - Quizvraag

Welk signaalwoord hoort bij:

Opsomming
A
verder
B
eerst
C
bovendien
D
daardoor

Slide 35 - Quizvraag

Aan de slag:
Maak de test jezelf
online via magsiter de ELO

klascode 3B861254
werk rustig,  werk voor jezelf
werk en/of lees
timer
20:00

Slide 36 - Tekstslide

Evalueren

leesstrategie?
tekstdoel?
tekstverband, signaalwoord?
afspraken? vinger opsteken, luisteren, wc

Slide 37 - Tekstslide

huiswerk
donderdag 26 sept:
Je hebt gewoon alles gemaakt van 1.3
Je kent de moeilijke woordenwijzer blz. 146

Slide 38 - Tekstslide

Fijne dag!

Slide 39 - Tekstslide