Pers vnw, bez vnw, vr vnw, aanw vnw

Welkom klas 2
Wat doen we vandaag?
1. Lezen
2. Herhalen ww
3. Nieuwe uitleg voornaamwoorden
4. Afsluiting: blooket?
Wat leer/doe je deze les?
1: Je kunt de volgende woordsoorten herkennen en benoemen:
- persoonlijk voornaamwoord PERS. VNW
- bezittelijk voornaamwoord BEZ. VNW
- vragend voornaamwoord VR. VNW
- aanwijzend voornaamwoord AANW. VNW


timer
1:00
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 33 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Welkom klas 2
Wat doen we vandaag?
1. Lezen
2. Herhalen ww
3. Nieuwe uitleg voornaamwoorden
4. Afsluiting: blooket?
Wat leer/doe je deze les?
1: Je kunt de volgende woordsoorten herkennen en benoemen:
- persoonlijk voornaamwoord PERS. VNW
- bezittelijk voornaamwoord BEZ. VNW
- vragend voornaamwoord VR. VNW
- aanwijzend voornaamwoord AANW. VNW


timer
1:00

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
- onbepaald lidwoord OLW
- bepaald lidwoord BLW
- zelfstandig naamwoord ZN/ZNE
- bijvoeglijk naamwoord BN
- hulpwerkwoord HWW
- zelfstandig werkwoord ZWW
- koppelwerkwoord KWW
- persoonlijk voornaamwoord PERS. VNW
- bezittelijk voornaamwoord BEZ. VNW
- vragend voornaamwoord VR. VNW
- aanwijzend voornaamwoord AANW. VNW
voorzetsel
bijwoord
voegwoord

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Kleurwedstrijd

Slide 4 - Tekstslide

Kleurwedstrijd

Slide 5 - Tekstslide

Kleurwedstrijd

Slide 6 - Tekstslide

Noteer de werkwoorden + soort: kww, zww, hww
Doel: Ik kan een hulpwerkwoord, koppelwerkwoord en zelfstandig werkwoord in de zin herkennen en benoemen.

1. Demonstranten demonstreren tegen het uitzettingsbeleid van Trump.

2. Veel inwoners van Amerika zijn boos geworden.

3. De hoge olieprijzen worden steeds hoger.

timer
5:00

Slide 7 - Tekstslide

Noteer de werkwoorden + soort: kww, zww, hww
Doel: Ik kan een hulpwerkwoord, koppelwerkwoord en zelfstandig werkwoord in de zin herkennen en benoemen.


1. Minister Hugo de Jonge ondertekende nieuwe afspraken over de Friese taal en cultuur.

2. De Friese taal moet aantrekkelijker en bekender worden voor jongeren en nieuwkomers.

3. Als je op een school in Friesland gaat werken, moet je wel Fries kunnen.
timer
5:00

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Persoonlijk voornaamwoord
1. Verwijst naar een persoon, personen of een ding:
ik, jij, je, hij, u, zij, het, ze, hem, haar, me, mij, wij, we, jullie, ons etc. 

Die broer van jou geeft mij altijd boeken, maar ik lees ze nooit.

Slide 10 - Tekstslide

Bezittelijk voornaamwoord
1. Geeft aan VAN WIE iets is. Een bezit!
2. Staat vaak VOOR een ZN: mijn fiets, hun auto
mijn, jouw, uw, zijn, haar, ons, onze, hun, jullie

Dat is mijn fiets. 
*Die fiets is van mij.
*Zij heeft haar haar heel erg mooi zitten.

Slide 11 - Tekstslide

Vragend voornaamwoord
1. Staat meestal aan het begin van een vraag:
wie, wat, welk(e), wat voor

Wat lees jij nu?
Welk uur heb je les?

Slide 12 - Tekstslide

Aanwijzend voornaamwoord
1. Je wijst dingen aan.
Deze, die, dit, dat, zulke, zo'n, dergelijke

Dat fantasy-boek vind ik veel spannender dan deze thriller.

Slide 13 - Tekstslide

Aan de slag
1. Opdracht 8 blz. 19/20 (sla 2 zinnen naar keuze  over)

Klaar? Top!

- Vul je leerdoelenkaart in op blz. 2
- Ga lezen of maak alvast een samenvatting
timer
7:00
We kijken samen na!

Slide 14 - Tekstslide

Werkwoorden
Zelfstandig werkwoord (zin met wg)


Hulpwerkwoord: HELPT & staat nooit alleen!


Koppelwerkwoord (zin met NG)

Slide 15 - Tekstslide

Zelfstandig werkwoord
  • Geeft een duidelijke handeling (actie) aan.
  • Staat altijd maar 1 van in de zin. 
  • Altijd in een zin met een WG. 

Hij zwaaide gisteren naar mij. 
Hij heeft gisteren naar mij gezwaaid.


Slide 16 - Tekstslide

Hulpwerkwoord
  • Helpt een zelfstandig werkwoord of een koppelwerkwoord!
  • Is nooit alleen in de zin!
  • Kunnen meerdere van in de zin staan.

Er wordt veel geld ingezameld voor de slachtoffers in Syrië en Turkije.
Ze hebben er lang op moeten wachten.
De docent is erg onaardig geweest. 

Slide 17 - Tekstslide

Koppelwerkwoord
  • Koppelt een eigenschap aan het onderwerp.
  • Zijn, worden, blijven, blijken, lijken, schijnen
  • Altijd in een zin met NG
  • Staat altijd maar 1 van in de zin.  

Hij lijkt euforisch. 
Hij lijkt euforisch te zijn.
Ik ben altijd docent geweest.

Slide 18 - Tekstslide

Hoe zit het ook alweer?
Ondanks dat er geen hotels, villa's of restaurants op te vinden zijn, is het behoorlijk populair: dit hartvormige eiland bij Kroatië. Onder andere zangeres Beyoncé, basketballer Michael Jordan en miljardair Jeff Bezos komen er graag.
  

En het eiland van de liefde staat nu te koop. Er hangt alleen wel een aardig prijskaartje aan: 13 miljoen (!) euro.
timer
1:00

Slide 19 - Tekstslide

Lukt het jou?

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Aan de slag/huiswerk
In plenda noteren DONDERDAG 2 februari
                                       Opdr. 1, 2, 4 blz. 123

Geschatte tijd: 15 minuten.


Klaar? Top! Zelf nakijken en daarna bezig met je dossier of lezen.

Slide 22 - Tekstslide

Schrijfdossier
Je werkt aan je opdrachten in het schrijfdossier.

Aan het eind van deze les:
Opdracht 1, 2, 3 zijn af!

Let op: Volgende week 8 februari lever je je dossier in.


timer
25:00

Slide 23 - Tekstslide

Opdracht 1 en 2 van blz. 92/93

Klaar? Top!! Zelf (kritisch) nakijken op blz.

Alweer klaar? Lekker bezig! Kies:
- Lezen in je leesboek
- Werken aan je schrijfdossier (opdracht 1, 2 moeten af zijn volgende week!)

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Verwijzen naar de- en het- woorden
Bekijk dit filmpje over hoe je verwijst naar de- en het- woorden.

Slide 26 - Tekstslide

Formuleren hoofdstuk 1 (blz. 32/33)
Bekijk dit filmpje over zinnen correct begrenzen.

Theorie H.2 
?
Klik op de afbeelding om deze te vergroten.

Slide 27 - Tekstslide

Mediatheek?
Wil je tijdens deze lockdown boeken lenen?
-> Mail dan naar: mediatheek@cvo-nf.nl wat je nodig hebt. De boeken/materialen worden voor je klaargelegd en kun je de volgende dag ophalen tussen 9.00-10.00 uur op Groot Mariënburg!

-> De catalogus kun je bekijken via de Aura app OF www.csg-comenius.nl => inloggen leerlingen (links onderaan pagina) => klik op “Catalogus mediatheek”.
Maak nu opdracht 1 van blz. 62 in je schrift. 
Voorbeelden:
1. Het bataljon  -> Onzijdig
2. De dienst -> Mannelijk

Slide 28 - Tekstslide

Mediatheek?
Wil je tijdens deze lockdown boeken lenen?
-> Mail dan naar: mediatheek@cvo-nf.nl wat je nodig hebt. De boeken/materialen worden voor je klaargelegd en kun je de volgende dag ophalen tussen 9.00-10.00 uur op Groot Mariënburg!

-> De catalogus kun je bekijken via de Aura app OF www.csg-comenius.nl => inloggen leerlingen (links onderaan pagina) => klik op “Catalogus mediatheek”.
Maak nu opdracht 2 van blz. 63 in je schrift. 
Voorbeeld: 
1. De aanvoerder, die de zilveren bokaal omhooghield, kwam het podium op.

Uitleg: aanvoerder is een de-woord, dus verwijzen met die of deze.

Slide 29 - Tekstslide

Mediatheek?
Wil je tijdens deze lockdown boeken lenen?
-> Mail dan naar: mediatheek@cvo-nf.nl wat je nodig hebt. De boeken/materialen worden voor je klaargelegd en kun je de volgende dag ophalen tussen 9.00-10.00 uur op Groot Mariënburg!

-> De catalogus kun je bekijken via de Aura app OF www.csg-comenius.nl => inloggen leerlingen (links onderaan pagina) => klik op “Catalogus mediatheek”.
Maak nu opdracht 3 van blz. 63 in je schrift. 
Voorbeeld: 
1. De gemeente legt hier een nieuw fietspad aan, dat de veiligheid moet vergroten.

Uitleg: fietspad is een het-woord, dus verwijzen met dit of dat.

Slide 30 - Tekstslide

Mediatheek?
Wil je tijdens deze lockdown boeken lenen?
-> Mail dan naar: mediatheek@cvo-nf.nl wat je nodig hebt. De boeken/materialen worden voor je klaargelegd en kun je de volgende dag ophalen tussen 9.00-10.00 uur op Groot Mariënburg!

-> De catalogus kun je bekijken via de Aura app OF www.csg-comenius.nl => inloggen leerlingen (links onderaan pagina) => klik op “Catalogus mediatheek”.
Maak nu opdracht 4 van blz. 63 in je schrift. 
Voorbeeld: 
1. Het meisje dat daar loopt vind ik echt heel leuk. 
(dat verwijst naar meisje en meisje is een het-woord.)

2. Doe dit alleen bij je eigen zinnen. 

Slide 31 - Tekstslide

Controleren
Kun jij nu:

- zinnen correct begrenzen met de juiste leestekens?
- zinnen correct begrenzen met behulp van verbindingswoorden?
- de verwijswoorden deze, die, dit en dat correct gebruiken?

Kijk je werk na. De antwoorden vind je in Teams onder bestanden->formuleren-> antwoorden. 

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide