Je beschrijft met het molecuulmodel hoe deeltjes in een vaste stof, vloeistof en gas gerangschikt zijn en bewegen.
Je legt uit hoe temperatuur samenhangt met de bewegingssnelheid van moleculen.
Je verklaart eigenschappen van vaste stoffen, vloeistoffen en gassen met afstand, beweging en aantrekking tussen moleculen.
Je verklaart faseovergangen met het molecuulmodel en legt uit dat moleculen daarbij zelf niet veranderen.
Je onderscheidt een natuurkundig proces zoals een faseovergang van een chemische verandering als voorbereiding op H2.4.