Was machen wir heute?
- Verben im Präsens richtig zu bilden (werkwoorden in de tegenwoordige tijd correct vervoegen)
- Einfache Sätze mit Verben im Präsens zu machen (eenvoudige zinnen maken met vervoegde werkwoorden)
- Die “Feesttentenregel” zu verstehen und anzuwenden (de Feesttentenregel begrijpen en toepassen).
Leerdoelen
Na deze les kunnen jullie:
- Werkwoorden in de tegenwoordige tijd correct vervoegen in het Duits.
- Eenvoudige zinnen maken met correct vervoegde werkwoorden.
- Uitleggen wat de Feesttentenregel is en hoe je die toepast.
De stam van het werkwoord
Om een werkwoord te kunnen vervoegen, moet je de stam vinden.
De stam van het werkwoord vind je door -en of -n weg te halen van het hele werkwoord.
Dus: stam = hele werkwoord -en / -n
Voorbeelden: wohnen → wohn
klettern → kletter
De stam is het hart van het werkwoord. Daarna voeg je de juiste uitgang toe.
De Feesttenten-regel 🎪
Regelmatige werkwoorden: stam + juiste uitgang
Maar hoe weet je nu welk persoonlijk voornaamwoord welke uitgang krijgt❓❓❓
Vind de stam van het werkwoord!
spielen
streicheln
verbessern
lachen
du (kaufen).
kaufet
kaufe
kaufen
kaufst
ihr (machen)
machen
machst
macht
machet
Vervoeg het werkwoord tussen haakjes: Ich (hören) gerne Musik.
hort
höre
horst
horen
Vervoeg het werkwoord tussen haakjes: Ihr (kaufen) solche teuere Sachen.
kaufst
kaufen
kaufet
kauft
Vervoeg het werkwoord tussen haakjes: Du (besuchen) die Oma.
besucht
besuchst
besuchen
besuche
Vervoeg het werkwoord tussen haakjes: Meine Eltern (streicheln) den Hund.
streicheln
scheichelen
streichelt
streichele
Hoe goed snap je de grammatica?
Wat heb je onthouden?
Wat vind je nog moeilijk?
Uitzonderingen
Uitzondering 1:
De letters S, SS, Z, ß ---> Bij du alleen een T ipv ST
Uitzondering 2:
Wanneer de stam eindigt op een D of een T komt er bij de ST en T eerst een extra E.
Huiswerk & Plenda
- Oefenstencil
Maak het thuis af om te oefenen met:
• werkwoorden vervoegen in de tegenwoordige tijd
• uitzonderingen onthouden
Plenda --> Noteer dit huiswerk voor dinsdag 3 november