Maak een begroting.
Inkomsten: zakgeld 25, kleedgeld 7, baantje 50
Uitgaven: Eten & drinken 30, Spotify 12, persoonlijke verzorging en kleding 28.
a) Zet de inkomsten links onder elkaar, en de uitgaven rechts onder elkaar.
b) Geef aan of je een overschot of een tekort hebt.
c) Kan je sparen?