Medicijngebruik

Quiz - Medicijngebruik
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
VerzorgendeMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Quiz - Medicijngebruik

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De sterkte en de dosering van een medicijn is het zelfde.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 2 - Quizvraag

De sterkte van een medicijn wordt vaak uitgedrukt in mg, gram of ml. 

Onder de dosering van een medicijn wordt de hoeveelheid verstaan die per keer of per dag moet worden ingenomen.
Wat is het verschil tussen de sterkte en de dosering van het medicijn

Slide 3 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Als er bij de toedieningsweg staat sublinguaal wordt er bedoeld ....

Slide 4 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Als de toedieningsweg door de huid is staat er ...

Slide 5 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Toediening via de mond of rectaal noem je ...

Slide 6 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

met toediening parenteraal wordt bedoeld...

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke werking van medicijnen ken je?

Slide 8 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Medicatie die elkaar tegenwerkt noemen we cumulatie
A
Juist
B
Onjuist

Slide 9 - Quizvraag

Toelichten cumulatie
Bij gewenning van een medicijn heb je steeds meer van het medicijn nodig, voor hetzelfde effect.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Noem de regel van 5 bij het toedienen van medicatie

Slide 11 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Als de patiënt moeite heeft met pillen slikken, mag je dit altijd vermalen.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 12 - Quizvraag

Alleen vermalen en vermengen op doktersvoorschrift.
Interactie
A
Werking van het medicijn
B
Bijwerking
C
Complicatie
D
Wisselwerking tussen medicijnen

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke hoort niet in het rijtje thuis?
Dit is een reden om inhalatiemedicatie toe te dienen
A
Remming van ontsteking
B
Verdunning taai slijm
C
Bronchusverwijding
D
Epilepsie

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je begint altijd met de luchtwegverwijder, daarna de ontstekingsremmer.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 15 - Quizvraag

Hiermee wil je bereiken dat de slijmoplosser beter zijn werk kan doen. Het is belangrijk dat je het tweede medicijn niet te snel hierna toedient. Wanneer je het direct hierna doet is de werking niet optimaal.
Waarom adviseren we een glas water te drinken na inhalatiemedicatie?

Slide 16 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar kun je informatie verkrijgen bij vragen over medicatie

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Een contra-indicatie is ...
A
Een bijwerking
B
Een complicatie
C
Een reden om het medicijn niet toe te dienen.
D
Een reden om het medicijn toe te dienen

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Oude medicatie kan gewoon inde vuilnisbak.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het verschil tussen de sterkte en de dosering van een medicijn?

Slide 20 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Sublinguale toediening betekend ...

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

De toedieningsweg via een infuus noem je ...
A
Enteraal
B
Sublinguaal
C
Transdermaal
D
Parenteraal

Slide 22 - Quizvraag

  Onder de tong Sublinguaal
  Door de huid Transdermaal
  Via infuus Parenteraal
  Rectaal Enteraal

Hoe handel je als de patiënt niet therapie trouw is?

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies