Wiskunde oefeningen meetkunde hoeken en driehoeken

Wiskunde
Wiskunde
Oefeningen meetkunde

Hoeken en driehoeken
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvmboLeerjaar 1-4

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Wiskunde
Wiskunde
Oefeningen meetkunde

Hoeken en driehoeken

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
  • Aan het einde van de les ken ik de verschillende soorten driehoeken;
  • Aan het einde van de les kan ik rekenen met hoeken;
  • Aan het einde van de les ken ik de eigenschappen van driehoeken benoemen. 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1.Een rechthoekige driehoek bevat....
A
Drie gelijke zijden
B
Twee gelijke zijden
C
Een rechte hoek van 90 graden
D
Een hoek van 180 graden

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

2.Wat voor soort driehoek is dit?
A
Gelijkbenige driehoek
B
Gelijkzijdige driehoek
C
Rechthoekige driehoek
D
Ongelijkmatige driehoek

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

3.Een gelijkbenige driehoek bevat....
A
Drie gelijke zijden
B
Twee gelijke zijden
C
Een rechte hoek van 90 graden
D
Een hoek van 180 graden

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

4.Wat voor soort driehoek is dit?
A
Gelijkbenige driehoek
B
Gelijkzijdige driehoek
C
Rechthoekige driehoek
D
Ongelijkmatige driehoek

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

5.Een gelijkzijdige driehoek bevat....
A
Drie gelijke zijden
B
Twee gelijke zijden
C
Een rechte hoek van 90 graden
D
Een hoek van 180 graden

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

6.Wat voor soort driehoek is dit?
A
Gelijkbenige driehoek
B
Gelijkzijdige driehoek
C
Rechthoekige driehoek
D
Ongelijkmatige driehoek

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

7.Een stompe hoek is een hoek....
A
Groter dan 90 graden
B
Kleiner dan 90 graden
C
Precies 180 graden
D
Precies 90 graden

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

8.Wat voor soort hoek is dit?
A
Scherpe hoek
B
Stompe hoek
C
Rechte hoek
D
Gestrekte hoek

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

9.Een scherpe hoek is een hoek....
A
Groter dan 90 graden
B
Kleiner dan 90 graden
C
Precies 180 graden
D
Precies 90 graden

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

10.Wat voor soort hoek is dit?
A
Scherpe hoek
B
Stompe hoek
C
Rechte hoek
D
Gestrekte hoek

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

11.Een rechte hoek is een hoek....
A
Groter dan 90 graden
B
Kleiner dan 90 graden
C
Precies 180 graden
D
Precies 90 graden

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

12.Wat voor soort hoek is dit?
A
Scherpe hoek
B
Stompe hoek
C
Rechte hoek
D
Gestrekte hoek

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

13.Een gestrekte hoek is een hoek....
A
Groter dan 90 graden
B
Kleiner dan 90 graden
C
Precies 180 graden
D
Precies 90 graden

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

14.Wat voor soort hoek is dit?
A
Scherpe hoek
B
Stompe hoek
C
Rechte hoek
D
Gestrekte hoek

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

15.Hoe lang is de zijde waar het vraagteken staat?

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

16.Wat voor driehoek is driehoek 3?

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

17.Wat voor driehoek is driehoek 2?

Slide 19 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

18.Wat voor driehoek is driehoek 1?

Slide 20 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

19.Wat voor hoek is dit?

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

20.Wat voor hoek is dit?

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

21.Wat voor hoek is dit?

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

22.Zijde AB kan je berekenen met:
A
Pythagoras
B
Weet ik niet
C
Gelijkvormige driehoeken
D
Goniometrie (SOSCASTOA)

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

23.Als je 2 zijdes weet en je wil de derde zijde berekenen, dan gebruik je
A
6 : Tan 15
B
tan - 1 (6/15)
C
Pyhtagoras
D
tan -1 (15 / 6)

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

24Om de zijde met ?
te berekenen gebruik je de
A
tangens
B
sinus
C
cosinus
D
Pythagoras

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

25.Bereken zijde AC.
A
6,9
B
4,62
C
8
D
2

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

26.Bereken hoek C
A
25
B
11
C
35
D
28

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

27.Bereken zijde AB
A
17,6
B
11,2
C
16,4
D
12,9

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

28.Welke zijde moet je hier berekenen?
A
De langste zijde
B
Een rechthoekszijde

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

29.Bereken zijde PQ.
A
72+32=7,615...
B
7232=6,324...
C
3272=math error
D
32+72=7,615...

Slide 31 - Quizvraag

c. Wortel van een negatief getal is niet mogelijk

a. en d. Er wordt opgeteld, terwijl je een langste zijde berekent


30.Driehoek PQC is gelijkbenig. PQ en AB zijn evenwijdig. Hoe groot is hoek B1?
A
65 graden
B
25 graden
C
180 graden
D
40 graden

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

31.hoekensom driehoek =
A
90 graden
B
180 graden
C
360 graden

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

32.Hoekensom vierhoek =
A
90 graden
B
180 graden
C
360 graden

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies