Lire: santé

Bonjour tout le monde!
Vous avez passé un bon weekend? 
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Bonjour tout le monde!
Vous avez passé un bon weekend? 

Slide 1 - Tekstslide

Hebben jullie zin in de les?

Slide 2 - Poll

Comment ça va?

Slide 3 - Open vraag

Le programme
  • Lesopening
  • Avoir mal à + lidwoord
  • Lire unité 5
  • leren: apprendre 1 & 2


Slide 4 - Tekstslide

Avoir mal à + lidwoord
Doel:
  • Je weet hoe je in het Frans kunt zeggen waar je pijn aan hebt.

Slide 5 - Tekstslide

Wat betekent het volgende?
J'ai mal à la tête.
A
Ik heb buikpijn.
B
Ik heb hoofdpijn.

Slide 6 - Quizvraag

Wat betekent het volgende?
J'ai mal au nez.
A
Ik heb pijn aan mijn hand.
B
Ik heb pijn aan mijn neus.

Slide 7 - Quizvraag

avoir mal à + lidwoord (le, la, l', les)
Als je wilt zeggen dat je ergens pijn hebt gebruik je avoir mal à + lidwoord.

1. J'ai mal au nez.        Ik heb pijn aan mijn neus.
2. J'ai mal à la tête.     Ik heb hoofdpijn.

Soms is het lidwoord 'verstopt' (zin 1). 

Slide 8 - Tekstslide

avoir mal à + lidwoord (le, la, l', les)
J'ai mal à le nez.        J'ai mal au nez.        Ik heb pijn aan mijn neus.
J'ai mal à la tête.                                                Ik heb hoofdpijn.
J'ai mal à l'oreille.                                              Ik heb oorpijn.
J'ai mal à les dents. J'ai mal aux dents.  Ik heb tandpijn.

Hoe weet je of een woord mannelijk, vrouwelijk of meervoud is?

Slide 9 - Tekstslide

au
à la 
aux
à l'
à + le 
à + la 
à + les 
à + l'

Slide 10 - Sleepvraag

Kies de juiste optie.
J'ai mal ___ bouche (v).
A
au
B
à le
C
à la
D
aux

Slide 11 - Quizvraag

Kies de juiste optie.
J'ai mal ___ genou(m).
A
au
B
à le
C
à l'
D
aux

Slide 12 - Quizvraag

Kies de juiste optie.
J'ai mal ___ bras (m, enk).
A
au
B
à le
C
à les
D
aux

Slide 13 - Quizvraag

Kies de juiste optie.
J'ai mal ___ dents (v, mv).
A
au
B
à le
C
à les
D
aux

Slide 14 - Quizvraag

On va lire le texte à p. 48

Slide 15 - Tekstslide

Faire les exercices!
  • Lees de tekst op blz. 48 
  • Als je het prettig vindt dan kan je ook meeluisteren met de tekst, scan dan de QR-code op blz. 49
Maak de opdrachten: 
  • opdracht 3 
  • opdracht 4 (je mag kiezen of je deze maakt of niet)
  • opdracht 6

Slide 16 - Tekstslide