17/1 3h Formuleren H4 - foutief beknopte bijzin

Formuleren H4
Foutief beknopte bijzin
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Formuleren H4
Foutief beknopte bijzin

Slide 1 - Tekstslide

Lesplanning


  • Wat weet je al?
  • Instructie/quiz
  • Werken
  • Afsluiten

Slide 2 - Tekstslide

Schrijf drie dingen op die je
van de vorige les onthouden hebt.

Slide 3 - Woordweb

Lesdoel:
Aan het einde van deze les:
  • kan ik beknopte bijzinnen herkennen.
  • kan ik foutieve beknopte bijzinnen verbeteren.

Slide 4 - Tekstslide


A
ab
B
bc
C
bd
D
cd

Slide 5 - Quizvraag

 Formuleren
H1: zin correct begrenzen
H2: samentrekkingen controleren
H3: verwijswoorden
H4: beknopte bijzinnen

Slide 6 - Tekstslide

Hoofdzin/bijzin
Hoofdzin = zelfstandige zin --> pv en o naast elkaar
Bijzin = afhankelijke zin, kan niet zonder de hoofdzin

Je moet niet meteen boos worden als hij een fout maakt.
Ik vertrouw die politicus niet, omdat hij al vaker gelogen heeft.

Slide 7 - Tekstslide

Beknopte bijzin
Een beknopte bijzin heeft geen persoonsvorm en geen onderwerp. Een beknopte bijzin is alleen correct als het denkbeeldig onderwerp hetzelfde is als het onderwerp in de hoofdzin:
Na de computer te hebben opgestart, kon ik weer verder met mijn verslag.                                              (PV OW)

Slide 8 - Tekstslide

Beknopte bijzin
Na de computer te hebben opgestart, kon ik weer verder met mijn verslag.

beknopte bijzin: Na de computer te hebben opgestart
hoofdzin: kon ik weer verder met mijn verslag
                (PV OW)

Correct, want:  ow hoofdzin = denkbeeldig ow beknopte bijzin

Slide 9 - Tekstslide

Beknopte bijzin
Na de computer te hebben opgestart, werkte alles weer.

beknopte bijzin: Na de computer te hebben opgestart
hoofdzin: werkte alles weer
                     (PV OW)

Foutief, want:  ow hoofdzin = niet denkbeeldig ow bijzin

Slide 10 - Tekstslide

Werk voor de deze les + huiswerk: Alvast aan het werk? 
  • je begrijpt de lesstof/theorie voldoende (je kunt het groene theorieblok uit je boek gebruiken als ondersteuning) 
  • je werkt in stilte en je mag niet praten of overleggen en geen vragen stellen
  • je bent echt aan het werk!
Klaar = in stilte lezen of werken aan een ander vak

Blz. 128/129, startopdracht + opdracht 1 en 2
+nakijken en verbeteren met een andere kleur!
Wat niet af is = huiswerk
Stel de volgende les vragen over fouten die je niet begreep!

Slide 11 - Tekstslide

Trucje
  • Geef antwoord op de vraag: wie/wat + pv 
  • Geef antwoord op de vraag: wie/wat doet iets in de bijzin?
  1. Hetzelfde antwoord? -> dan goed
  2. Verschillende antwoorden? -> dan fout

Lekker op het strand wandelend, woei de wind door Jims haren.

Slide 12 - Tekstslide

Wat is de beknopte bijzin:
Om die scooter te kunnen kopen, zul je nog even flink moeten sparen.
A
om die scooter te kunnen kopen
B
zul je nog even flink moeten sparen

Slide 13 - Quizvraag

Zuchtend en steunend kwam ik na lang slapen uit mijn bed.
Benoem de beknopte bijzin.

Slide 14 - Open vraag

Lekker op het strand wandelend, woei de wind door Jims haren.
A
correct
B
foutief

Slide 15 - Quizvraag

Liggend in het gras genoot ik van de warme zonnestralen.
A
correct
B
foutief

Slide 16 - Quizvraag

Na mijn mobiel te hebben opgeladen, was hij binnen twee uur weer leeg.
A
correct
B
foutief

Slide 17 - Quizvraag

Na door de winkelier te zijn gereinigd, liep het oude horloge weer prima op tijd.
A
correct
B
foutief

Slide 18 - Quizvraag

Terwijl ik mijn boterham opeet, leer ik nog even voor mijn toets.
Maak er een zin van met een beknopte bijzin en benoem de beknopte bijzin.

Slide 19 - Open vraag

Slapend op mijn kussen, lag ik heerlijk te dromen.
Maak er een zin van met een bijzin en een hoofdzin van
en benoem de hoofdzin.

Slide 20 - Open vraag

Werk voor de deze les + huiswerk: 

Blz. 128/129, startopdracht + opdracht 1 en 2
+nakijken en verbeteren met een andere kleur!

Wat niet af is = huiswerk
Stel de volgende les vragen over fouten die je niet begreep!
timer
1:00

Slide 21 - Tekstslide

Lesdoel:
Aan het einde van deze les:
  • kan ik beknopte bijzinnen herkennen.
  • kan ik foutieve beknopte bijzinnen verbeteren.

Slide 22 - Tekstslide

Ik weet hoe ik correct een beknopte bijzin moet formuleren.
😒🙁😐🙂😃

Slide 23 - Poll

Reflectie:
Wat ging bij jou goed tijdens deze les?
Wat kan nog iets beter?

Slide 24 - Open vraag

Feedback:
Wat vond je fijn/goed aan deze les?
Wat zou je liever anders willen zien?

Slide 25 - Open vraag