Je weet wat een lineair verband, kwadratisch verband, wortelverband, omgekeerd evenredig verband en periodiek verband is en hoe de formules en grafieken eruit zien
Eerst herhalen:
Lineaire formule opstellen (start- en hellingsgetal)
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4
In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.
Lesduur is: 45 min
Dit is niet oké
Onderdelen in deze les
Leerdoelen
Je weet wat een lineair verband, kwadratisch verband, wortelverband, omgekeerd evenredig verband en periodiek verband is en hoe de formules en grafieken eruit zien
Eerst herhalen:
Lineaire formule opstellen (start- en hellingsgetal)
Slide 1 - Tekstslide
1.1 Verschillende verbanden
Wat weet je nog?
Slide 2 - Tekstslide
Welke grafiek hoort bij een wortel grafiek?
A
plaatje 1
B
plaatje 2
C
plaatje 3
D
plaatje 4
Slide 3 - Quizvraag
Wat voor een grafiek is dit?
A
Omgekeerd evenredig
B
Bergparabool
C
Wortelformule
D
Dalparabool
Slide 4 - Quizvraag
Welke grafiek is een horizontale grafiek?
A
grafiek 2
B
grafiek3
C
grafiek 4
D
grafiek 6
Slide 5 - Quizvraag
De grafiek hoort bij een kwadratische formule.
Hoe heet deze grafiek?
A
parabool
B
dalparabool
C
bergparabool
D
putparabool
Slide 6 - Quizvraag
Slide 7 - Video
Slide 8 - Video
Lineaire formule opstellen
Stel een lineaire formule op bij de tabel
Stel een lineaire formule op bij de grafiek
Slide 9 - Tekstslide
Lineaire formule
y = 0,5x + 3
steeds hetzelfde getal bij optellen
Kwadratische formule
y = 2x2 - 6
parabool
top
Niet meteen een duidelijk patroon in de tabel
x
0
1
2
3
y
3
3,5
4
4,5
x
0
1
2
3
y
-6
-4
2
12
Slide 10 - Tekstslide
Wortelverband
In de formule staat altijd een wortel!
Onder de wortel mag er geen negatief getal ontstaan.
Omgekeerd evenredig verband
Formule lijkt ...
En als het boven 3 keer groter wordt, dan wordt het onder 3 keer kleiner
y=√x+2
y=x4
x
0
1
2
3
y
-
4
2
1 1/3
Slide 11 - Tekstslide
Slide 12 - Video
Periodiek verband
De lengte van één zo'n stukje heet een periode.
De frequentie is het aantal keer dat een periode in een bepaalde tijd herhaald wordt.
Het gemiddeld van de hoogste en laagste waarde is de evenwichtsstand.
Het verschil tussen de hoogste en laagste stand is de amplitude