Maak 2 schetsen in kleur met het warm-koud contrast. Je doet dit op klein formaat (zie het werkblad)
Schets 1
Gebruik de primaire vormen (cirkel, vierkant, driehoek).
Je verdeeld het vlak in twee helften. De ene helft is gevuld met warme kleuren en de andere helft is gevuld met koude kleuren.
Schets 2
Maak een schets naar het voorbeeld van Munch.
Het warm-koud contrast zit verdeeld over het hele vlak.
C. Je kiest - in overleg met de docent - een van de 2
schetsen uit en maakt een definitief werk op A4 formaat.