Taaltrip - Het museum

Taaltrip: het museum
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
Culturele en kunstzinnige vormingBasisschoolGroep 5,6

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Introductie

TaalTrip is een project van JINC, bestemd voor kinderen uit groep 5 en 6 die moeite hebben met taal. Met TaalTrip leren ze woorden die ze nodig hebben om de les wereldoriëntatie te kunnen volgen. In deze les maken de leerlingen een digitaal uitje naar het Van Gogh Museum. Daar zien ze de woorden en begrippen die centraal staan 'in het echt', zoals ‘bezoeker’, ‘collectie’ en ‘compositie’. De woorden worden in context geplaatst en gaan zo meer leven voor de kinderen. TaalTrip bevordert de woordenschat en een bredere kennis van de wereld: twee belangrijke pijlers voor begrijpend lezen.

Instructies

Algemene leerdoelen
- De leerlingen maken kennis met het leven en werk van kunstenaar Vincent van Gogh.
- De leerlingen breiden hun woordenschat uit en leren 18 nieuwe woorden binnen het thema kunst en museum. 

Kerndoelen
12, 54, 56

Onderdelen in deze les

Taaltrip: het museum

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het museum
Hoor jij de
volgende woorden?
museum
Een gebouw waar je dingen kunt bekijken die mensen mooi, bijzonder of belangrijk vinden.
collectie
Een ander woord voor ‘verzameling’.
bezoeker
Iemand die op bezoek gaat. Hier zijn ‘bezoekers’ de mensen die het museum bezoeken.

Slide 2 - Tekstslide

Leerkracht: Klik op de woorden om de betekenis nog een keer te lezen.
Het portret (deel 1)
Hoor jij de
volgende woorden?
portret
Een schilderij of tekening of foto van iemands gezicht.
Soms staat iemands lijf er ook op, of een gedeelte daarvan.

schilder
Iemand die met verf werkt.
Een kunstschilder gebruikt verf om schilderijen mee te maken.
Een huisschilder gebruikt verf om je huis mee te schilderen.

gereedschap
De spullen die een schilder gebruikt om schilderijen mee te maken.

Slide 3 - Tekstslide

Leerkracht: Klik op de woorden om de betekenis nog een keer te lezen.
Hoe heten deze schilderspullen?
Het schildersdoek
Het palet
De penselen
De verftube
De schildersezel

Slide 4 - Tekstslide

Leerkracht: Klik op de hotspots voor de antwoorden. 
Het portret (deel 2)
Hoor jij de
volgende woorden?
palet
Een kunstschilder gebruikt een palet om verf op te mengen.
doek
Een gespannen stuk stof, waarop een schilderij wordt gemaakt
penseel
Een kwastje met fijne haartjes, waarmee je heel precies kunt schilderen.
ezel
Een standaard waarop je het doek zet, als je aan het schilderen bent.

Slide 5 - Tekstslide

Leerkracht: Klik op de woorden om de betekenis nog een keer te lezen.
Inspiratie
Hoor jij de
volgende woorden?
inspiratie
Je ziet, hoort of voelt iets waardoor je een nieuw idee krijgt om iets te maken of te schrijven.
detail
Je ziet een klein stukje van iets dat eigenlijk veel groter is. Bijvoorbeeld als je iets van heel dichtbij bekijkt.

Slide 6 - Tekstslide

Leerkracht: Klik op de woorden om de betekenis nog een keer te lezen. 
Het stilleven (deel 1)
Hoor jij de
volgende woorden?
stilleven
Een schilderij, tekening of foto waarop dingen staan die niet bewegen.
contrast
Een tegenstelling, zoals licht-donker of groot-klein.

Slide 7 - Tekstslide

Leerkracht: Klik op de woorden om de betekenis nog een keer te lezen.
Contrast-oefening!
Contrasterende (complementaire)
 kleuren zijn kleuren 
die recht tegenover 
elkaar in de 
kleurencirkel staan. 
Antwoord
Kunnen jullie de complementaire kleuren
via lijntjes met elkaar verbinden?

Slide 8 - Tekstslide

Leerkracht: Klik op het oogje voor het antwoord. Antwoorden van de leerlingen bewaren? Maak dan eerst een screenshot of foto van het scherm.
Nog een contrast-oefening!
Antwoord
Welk rood lijkt 
het roodst?
Welk blauw lijkt 
het blauwst?
Welk geel lijkt 
het geelst?

Slide 9 - Tekstslide

Leerkracht: Klik op het oogje voor het antwoord.
Het stilleven (deel 2)
Hoor jij het
volgende woord?
compositie
De mooiste manier om dingen die je wil schilderen over het doek te verdelen.

Slide 10 - Tekstslide

Leerkracht: Klik op het woord om de betekenis nog een keer te lezen.
Compositie-oefening!
horizontaal
driehoek
diagonaal
over-all
Dit zijn vier verschillende composities. Bekijk ze goed!
We gaan er zo een oefening mee doen.


Slide 11 - Tekstslide

Leerkracht: Benader de vormen van de composities door de lijnen van de betreffende compositie aan te (laten) wijzen. 
Dit zijn vier schilderijen van Vincent. 
Welke compositie hoort bij welk schilderij? Sleep ze ernaartoe.

driehoek
over-all
horizontaal
diagonaal

Slide 12 - Sleepvraag

Leerkracht: Sleep de namen van de composities samen met de leerlingen naar de schilderijen. Klaar? Klik op 'controleren' om de juiste antwoorden te bekijken.

1:  Korenveld onder onweerslucht, 1890
2: Het uitgaan van de Hervormde Kerk te Nuenen, 1884-1885
3: Een paar leren klompen, 1889
4: Amandelbloesem, 1890

Het landschap (deel 1)
Hoor jij de
volgende woorden?
landschap
Een kunstwerk waarop de kunstenaar je een stuk van het land, iets van buiten laat zien. Bossen en bergen bijvoorbeeld, of duinen aan zee, of ...

emotie
Een emotie geeft aan hoe je je voelt: blij, boos, vrolijk, droevig ...

Slide 13 - Tekstslide

Leerkracht: Klik op de woorden om de betekenis nog een keer te lezen.
Het landschap (deel 2)
Hoor jij het
volgende woord?
perspectief
De manier waarop je op een plat schilderij iets kunt schilderen, zodat het toch lijkt alsof dingen ‘dichtbij’ en ‘veraf’ zijn.

Slide 14 - Tekstslide

Leerkracht: Klik op het woord om de betekenis nog een keer te lezen.
Tot ziens!
Er valt online nog veel meer te ontdekken over Vincent van Gogh!

Klik hier voor:

Slide 15 - Tekstslide

Leerkracht: Klik op het woord om de betekenis nog een keer te lezen.