Inspanningsfysiologie

Inspanningsfysiologie

"Never say never because limits, like fears, are often just illusions"

- Michael Jordan
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
FysiologieBeroepsopleiding

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Inspanningsfysiologie

"Never say never because limits, like fears, are often just illusions"

- Michael Jordan

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Inspanningsfysiologie gaat alleen maar over sporten.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 2 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

=

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

!De formule!


ATP  --> ADP + P + Energie

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De formule
  • Energierijke fosfaat verbindingen

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

+
+
Zet de formule in de juiste volgorde
ATP
ADP
P
Energie

Slide 7 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

ATP
  • ATP voorraad mitochondrien op na 3 seconden!

  • Resynthese

  • Creatinefosfaat systeem

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

ATP-CP  Systeem
  • ATP & ATP-CP systeem --> fosfaataccu (batterij)
  • ADP omzetten naar ATP (resynthese)
  • Levert 8 - 20 seconden energie --> daarna nieuw systeem aanspreken


Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel seconden energie kan de fosfaataccu maximaal leveren?
A
3 seconden
B
13 seconden
C
23 seconden
D
43 seconden

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Lactaat systeem
  • Snelle glycolyse: Resynthese met Glucose, maar zonder zuurstof


  • Glucose + 2 ADP + 2 P ---> 2 ATP + Lactaat
  • Levert 20 tot maximaal 120 seconden energie!

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zuurstof systeem
  • Langzame glycolyse: Resynthese met Glucose (of vet) en met zuurstof

  • Hierdoor ontstaat een (gezonde) klopende formule

  • Glucose + O2 +  ADP +  P ---> 36 ATP + CO2 + H2O
  • Vet + O2 + ADP + P ---> 130 ATP + CO2 + H2O
  • Levert voor onbepaalde tijd energie

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3

Slide 16 - Video

Deze slide heeft geen instructies

00:59
Welk energie systeem was tot aan de opening actief?
A
Snelle glycolyse
B
Langzame glycolyse
C
Fosfaataccu
D
Aerobe systeem

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

01:54
Welk probleem ontstaat er nu binnen het huidige energiesysteem?
A
De voorraad glucose is op
B
Voorraad CP is op
C
Ophoping van lactaat
D
Ophoping van ADP

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

02:36
Welk systeem was tijdens deze race grotendeels actief?
A
ATP
B
ATP - CP
C
Langzame glycolyse
D
Snelle glycolyse

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zuurstofschuld
  • EPOC

  • Activiteit begint altijd anaeroob!

  • Hierdoor ontstaat er een zuurstof tekort --> inlossen na activiteit
  • Afhankelijk van meest belaste systeem
  • EPOC A-lactisch & EPOC lactisch

Slide 20 - Tekstslide

EPOC staat voor "Excess Post-exercise Oxygen Consumption". Het is een fysiologisch verschijnsel dat optreedt na het beëindigen van lichamelijke activiteit, waarbij het lichaam extra zuurstof blijft verbruiken om het lichaam te herstellen en weer terug te brengen naar de rusttoestand. Dit verbruik van extra zuurstof kan enkele uren tot zelfs dagen na de fysieke activiteit plaatsvinden, afhankelijk van de intensiteit en duur van de activiteit. EPOC wordt vaak gezien als een belangrijk aspect van gewichtsverlies, omdat het extra calorieën kan verbranden, zelfs nadat de oefening is beëindigd.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke activiteit zorgt voor een "lang" durende EPOC?
A
Rust
B
Joggen
C
Wandelen
D
Hardlopen

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Tekstslide

De activiteit van de mitochondrien is bij het begin van een inspanning nog laag en bij een zware belasting ontoereikend. Dan vindt er geen of te weinig terugvorming van NAD+ plaats in de mitochondrien. Om toch NAD+ te verkrijgen wordt pyryvaat omgezet in lactaat, zodat de glycolyse niet stil valt en 2ATP kan blijven leveren. Het optreden van lactaatvorming is daarom verbonden aan de relatieve mitochondriale activiteit en niet aan het wel of niet aanwezig zijn van zuurstof. Daarom is de term snelle glycolyse beter dan anaerobe glycolyse. Het lactaat gaat de verzuring tegen omdat het lactaat H+ bindt, waardoor NAD+ ontstaat.

De citroenzuurcyclus en de oxidatieve fosforylering kunnen niet plaatsvinden in het mitochondrion. Omdat de glycolyse alleen in het cytoplasma en niet van zuurstof afhankelijk is, kan deze wel doorgaan en 2ATP leveren voor maximaal arbeid tot 2 minuten. Er zal echter opnieuw NADH gevormd moeten worden om 2ATP te krijgen. Daarvoor wordt pyruvaat in de anaerobe dissimilatie omgezet in een negatie geladen lactaation (zuurrest van melkzuur) en een H+ ion. Tijdens deze omzetting wordt NADH omgezet in NAD+ , waardoor de glycolyse (2NAD+ wordt weer omgezet in 2NADH en 2 ATP komt vrij) door kan gaan
Het doel van de melkzuurgisting of anaerobe dissimilatie is het terugwinnen van NAD+, zdoordat lactaat H+ bindt waardoor NAD+ ontstaat odat de glycolyse 2ATP kan leveren voor maximaal 2 minuten bij maximale inspanning. De H+ ionen gaan zich namelijk stapelen en kunnen niet gebufferd worden. H+ zorgt voor de verzuring van de spieren.
Het lactaat wordt in de lever weer omgezet in glucose, dat als brandstof in de circulatie beschikbaar komt voor o.a. hersenen, de hartspier en de aeroob werkende skeletspieren. Lactaat is dus een brandstof.



Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Tekstslide

Opslag van glycogeen

Glucose kan niet direct in cellen in je lichaam opgenomen worden. Het heeft namelijk een hoge osmotische waarde, wat betekent dat het zo veel water
de cel in zou ‘trekken’ dat de cel erdoor zou kunnen knappen. Het lichaam zet glucose daarom om in glycogeen, dat wél goed in spiercellen opgenomen kan worden en slaat de energie op die manier in het lichaam op.
Een groot deel van het beschikbare glycogeen wordt in de spieren bewaard, waar je het direct kunt gebruiken. Daarnaast wordt er een klein deel in je lever opgeslagen, zo'n 100 gram. In totaal levert die voorraad genoeg energie om zo'n 90 tot 120 minuten zware inspanning te leveren.

Een groot deel van het beschikbare glycogeen wordt in de spieren bewaard, waar je het direct kunt gebruiken. Daarnaast wordt er een klein deel in je lever opgeslagen, zo'n 100 gram. In totaal levert die voorraad genoeg energie om zo'n 90 tot 120 minuten zware inspanning te leveren.

De ruimte in je spieren is echter beperkt: al kan de opslagcapaciteit door middel van training wel vergroot worden. In totaal kan er per 100 gram spier maar zo’n 2 gram glycogeen opgeslagen worden.
Als die voorraden vol zijn en er nog steeds te veel glucose in het bloed zit, zal het lichaam de rest opslaan als vetweefsel. Het kost het lichaam wel meer moeite om energie uit vet vrij te maken, maar aan de andere kant kan er in totaal ook veel meer opgeslagen worden.

De aerobe dissimilatie bestaat uit 3 fasen
(Langzame) glycolyse (deze kan met en zonder zuurstof verlopen)
Krebs of citroenzuurcyclus
Oxidatieve fosforylering of terminale ademhalingsketen of electronentransport

Bij voldoende zuurstof is sprake van aerobe dissimilatie. Deze verloopt via glycolyse (cytoplasma), krebscyclus en oxidatieve fosforylering (mitochondrion).
Het spierglycogeen wordt afgebroken door glucagon in glucose. Glucose wordt omgezet in pyruvaat en tegelijkertijd wordt 2NAD+ (energierijke stof) omgezet in 2NADH + 2H+. Deze omzetting levert 2ATP op.
2NADH moet de mitochondrion in en dit kost 2ATP.  Bij een dreigende acidose buffert bicarbonaat (HCO3) waterstofionen. Hierbij ontstaat koolzuur (H2CO3) wat zeer snel uiteen valt in CO2 en water (H2O).

Pyruvaat wordt door het enzym Acetyl-CoA afgebroken in verschillende stappen tijdens de citroenzuurzyclus die 2x loopt. Per cyclus 1 ATP dus in totaal 2 ATP. Het electronentransport zorgt ervoor, dat H+ ionen over de celmembraan worden getransporteerd tijdens de oxidatieve fosforylering en dat levert 34 ATP op.
Bruto 2 + 2 + 34= 38 ATP. Omdat het transport van 2NADH naar de mitochondrion 2 ATP kost levert de aerobe dissimilatie 36 ATP op.

In rust of bij lage intensiteit worden vetzuren door AcetylCO-A afgebroken omdat  daarvoor meer zuurstof nodig is. Dit levert 130 ATP op.

In hoeverre mitochondriën actief zijn, hangt af van de ATP/ADP-ratio. Daarbij moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan voordat de activiteit van de mitochondriën werkelijk gaat toenemen. De voorwaarden zijn de aanwezigheid van zuurstof, substraat en ADP. In het energieleverantieproces lopen de mitochondriën altijd achter op de energieleverantieprocessen, die direct beschikbaar zijn in het sarcoplasma. Door de direct beschikbare energie te gebruiken zal de concentratie ATP dalen, waardoor een verlaging van de ATP/ADP-ratio de mitochondriën aanzet. Als een interval-training tot doel heeft om juist de ‘langzame’ glycolyse te verbeteren, is het belangrijk niet te lang te pauzeren tussen de herhalingen. Een pauze met lage intensiteit van vijf minuten zorgt voor volledige resynthese van ATP, waardoor bij de volgende herhaling wordt gestart met een verhoogde bijdrage van de ‘snelle’ glycolyse. Worden de pauzes korter, dan herstelt zich de fosfaatpotentiaal niet volledig en blijven de mitochondriën actiever, zodat in totaliteit de energieleverantie uit de aerobe reactieketen domineert.

Bij onvoldoende zuurstof kan het pyruvaat niet in het mitochondrion opgenomen worden. Dus kunnen de citroenzuurcyclus en de oxidatieve fosforylering niet plaatsvinden. Omdat de glycolyse alleen in het cytoplasma en niet van zuurstof afhankelijk is, kan deze wel doorgaan en 2ATP leveren voor maximaal arbeid tot 2 minuten. ER zal echter opnieuw NADH gevormd moeten worden om 2ATP te krijgen. Daarvoor wordt pyruvaat in de anaerobe dissimilatie omgezet in een negatie geladen lactaation (zuurrest van melkzuur) en een H+ ion. Tijdens deze omzetting wordt NADH omgezet in NAD+ , waardoor de glycolyse (2NAD+ wordt weer omgezet in 2NADH en 2 ATP komt vrij) door kan gaan
Het doel van de melkzuurgisting of anaerobe dissimilatie is het terugwinnen van NAD+, zodat de glycolyse 2ATP kan leveren voor maximaal 2 minuten bij maximale inspanning. De H+ ionen gaan zich namelijk stapelen en kunnen niet gebufferd worden. H+ zorgt voor de verzuring van de spieren.