4.3 deel 3 ZWANGERSCHAP

4.3
deel 3
Zwangerschap
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

4.3
deel 3
Zwangerschap

Slide 1 - Tekstslide

Hoe noemen we
onderdeel F?

Slide 2 - Open vraag

Plaatje = schematische weergave van de
menstruatiecyclus.

Welk hormoon wordt door het ovarium
in fase M in relatieve grote hoeveelheden
aan het bloed afgegeven?
A
Oestrogeen
B
Progesteron
C
FSH
D
LH

Slide 3 - Quizvraag

Vrouwelijke mestkalveren worden soms illegaal ingespoten met hormonen. Er is dan een grote opbrengst.
Welk van de volgende hormonen zal men waarschijnlijk inspuiten om meer vlees te krijgen?
A
Progesteron
B
Oestrogeen
C
FSH
D
Testosteron

Slide 4 - Quizvraag

Na ovulatie blijft het gele lichaam
nu bestaan !!!! doordat de eicel bevrucht wordt door de zaadcel.

Gele lichaam produceert nu (oestrogenen en) progesteron.
Progesteron stimuleert de groei en ontwikkeling van het baarmoederslijmvlies.

Oestrogenen en progesteron remmen de hypothalamus en de hypofyse = negatieve terugkoppeling




Dag 14 menstruatiecyclus

Slide 5 - Tekstslide

Bevruchting vindt plaats in de eileider!

Innesteling embryo 6 dagen na ovulatie.

10-14 dagen na bevruchting produceert trofoblast/placenta het hormoon HCG.

Door HCG blijft het gele lichaam bestaan, dus nog steeds productie progesteron (en oestrogeen) door
het gele lichaam.





Slide 6 - Tekstslide

Na 3 maanden stopt de placenta met de
productie van HCG.

Gevolg? Gele lichaam sterft.

De placenta neemt de productie van progesteron (en ook oestrogenen) over.

Slide 7 - Tekstslide

Als bij een vrouw een bevruchte eicel voorkomt, waar bevindt deze bevruchte eicel
zich dan gewoonlijk?
A
Baarmoeder
B
Ovarium
C
Eileider
D
Vagina

Slide 8 - Quizvraag

Zwangerschapstesten berusten op het aantonen van een hormoon, dat alleen aan het begin van zwangerschap gemaakt wordt.
Welk hormoon is dat?
A
Progesteron
B
HCG
C
Oxytocine
D
Oestrogeen

Slide 9 - Quizvraag

FUNCTIES PROGESTERON

  1. Baarmoederslijmvlies blijft dik en klierrijk. Houdt zwangerschap in stand (zonder progesteron miskraam)
  2. Er zijn GEEN ovulaties en menstruaties (door negatieve terugkoppeling hypothalamus en hypofyse).
  3. Ontwikkeling van de melkklieren in de borsten


Slide 10 - Tekstslide

Welk hormoon hoort bij bewering 1 en welke bij bewering 2?

1. Dit hormoon houdt het baarmoederslijmvlies in stand na de eisprong.
2. Tot 3 maanden zwangerschap wordt dit hormoon door de placenta
afgegeven.
A
1= HCG 2= oestrogeen
B
1= oestrogeen 2= HCG
C
1= HCG 2= progesteron
D
1= progesteron 2= HCG

Slide 11 - Quizvraag

Waarop berust de werking van "de anticonceptie-pil" ter voorkoming van zwangerschap?
A
Op het niet innestelen van en bevruchte eicel.
B
Op het afstoten van het baarmoederslijmvlies met de eicel.
C
Op het niet meer rijpen van een follikel in het ovarium.
D
Op het doden van de eicel.

Slide 12 - Quizvraag

Slide 13 - Tekstslide

Welk hormoon zorgt ervoor dat de geboorte op gang komt (weeën)?
A
Oxytocine
B
Prolactine
C
HCG
D
Oestrogeen

Slide 14 - Quizvraag

HUISWERK
4.3 goed bestuderen
en maak opdracht  6 + 8 t/m 13

+ zelf nakijken!

Slide 15 - Tekstslide