BSR 25/01 2ha Grammatica ZD 9 Samengestelde zin

Open alvast je boek op blz. 222-223.
Log alvast in op LessonUp
(de code staat  linksonder in beeld).

§9: Samengestelde zinnen
Hoofd- en bijzinnen

Voordat we beginnen:
2HA
GRAMMATICA
ZINSDELEN
timer
2:00
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo k, tLeerjaar 2

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Open alvast je boek op blz. 222-223.
Log alvast in op LessonUp
(de code staat  linksonder in beeld).

§9: Samengestelde zinnen
Hoofd- en bijzinnen

Voordat we beginnen:
2HA
GRAMMATICA
ZINSDELEN
timer
2:00

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • Je weet het verschil tussen enkelvoudige en samengestelde zinnen.
  • Je kunt hoofd- en bijzinnen herkennen.
  • Je kunt enkelvoudige en samengestelde herkennen.
Lesdoelen

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In deze les gaan we:
  • Verder met Cursus 5: Grammatica zinsdelen
  • de uitleg behandelen van paragraaf 9 (en hierbij aantekeningen maken);
  • Opdrachten paragraaf 9
    maken en nakijken.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kies de bijvoeglijke bepalingen.

De spelers van de A-selectie trainen op het verste veld.


A
spelers
B
A-selectie
C
trainen
D
verste

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Kies de bijvoeglijke bepalingen.

Het bevlogen orkest neemt afscheid van de componist met veel ervaring.


A
bevlogen
B
afscheid
C
componist
D
met veel ervaring

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Kies de bijvoeglijke bepalingen.

Zij van de overkant vraagt of we tijdens de vakantie op haar nieuwe woning willen passen.





A
van de overkant
B
tijdens de vakantie
C
haar
D
nieuwe

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bijvoeglijke bepaling
Een bijvoeglijke bepaling (bijv. bep) geeft binnen een zinsdeel extra informatie over de kern van dat zinsdeel. Die kern is een zelfstandig naamwoord (mens, dier of ding) of een voornaamwoord (wie). Voorbeeld:

De oude, succesvolle schrijver ontving na zijn boek een grote prijs

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Noteer van de volgende zinnen de bijvoeglijke bepalingen. Geef van elke bijvoeglijke bepaling aan bij welke kern de bepaling hoort.

1. Wil jij ook graag de allernieuwste smartphone?
2. Een hippe telefoon speelt voor veel kinderen een belangrijke rol.
3.  Sommige leerlingen van 12 jaar zijn al verslaafd aan hun mooie telefoon.
4. Een lege batterij betekent voor hen een behoorlijk drama!

Opdracht bijv. bep
timer
3:00

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



blz. 222-223
Grammatica zindelen §9

Enkelvoudige en samengestelde zinnen
Hoofd- en bijzinnen

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Enkelvoudig -  samengesteld
Sommige zinnen hebben één persoonsvorm > enkelvoudige zin.
Andere zinnen hebben meerdere persoonsvormen > samengestelde zin.
In zo'n samengestelde zin heb je altijd een hoofdzin en een bijzin.
Hoofdzin
Bijzin
Onderwerp en persoonsvorm staan naast elkaar. Er passen geen andere zinsdelen tussen.
Tussen onderwerp en persoosnvorm kunnen wel andere zinsdelen staan (het woordje 'niet' bijvoorbeeld.
De persoonsvorm staat voor in de zin: als eerste of als tweede zinsdeel.
De persoonsvorm staat vaak achter in de zin.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Een samengestelde zin
Kan bestaan uit:
  • Twee of meer samengevoegde hoofdzinnen.
Evelien werkt bij de bakker, zij bakt graag broden.
  • Een hoofdzin met een (of meer) bijzin(nen) erin.
Omdat Evelien graag broden bakt, werkt zij bij de bakker.
  • Een of meer hoofdzinnen meer een of meer bijzinnen.
Evelien werkt bij de bakker, zij bakt graag broden, omdat ze die elke dag eet.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Flevoland bestond vroeger niet,
want het IJsselmeer was nog niet drooggelegd.
Noteer de persoonsvormen van de samengestelde zin.

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies



Flevoland bestond vroeger niet,
want het IJsselmeer was nog niet drooggelegd.
Noteer de onderwerpen van de samengestelde zin.

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak van de twee zinnen bij 1 een samengestelde zin. Gebruik het voegwoord dat tussen haakjes staat.

Slide 16 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak van de twee zinnen bij 2 een samengestelde zin. Gebruik het voegwoord dat tussen haakjes staat.

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Enkelvoudige of samengestelde zin?

'Lisa is te verdrietig om naar het feest te gaan.'
A
Enkelvoudig
B
Samengesteld

Slide 18 - Quizvraag

Verander tijd: 'Miranda was te verdrietig om naar het feest te gaan.'

Alleen 'is' verandert, dus 1 persoonsvorm, dus enkelvoudige zin. 


De zin bestaat uit:
'Ali heeft me uitgenodigd voor zijn feest, maar jammer genoeg kan ik niet.'

A
hoofdzin + hoofdzin
B
hoofdzin + bijzin

Slide 19 - Quizvraag

De onderwerpen (Ali + ik) staan telkens naast de persoonsvormen (heeft + kan). Dit zijn dus twee hoofdzinnen.


De zin bestaat uit:
'Over twee weken begint de toetsweek en daarna hebben we geen les meer.'
A
hoofdzin + hoofdzin
B
hoofdzin + bijzin

Slide 20 - Quizvraag

De onderwerpen (de proefwerkweek + we) staan telkens naast de persoonsvormen (begint + hebben). Dit zijn dus twee hoofdzinnen.
Wat?
Cursus 5: Grammatica zinsdelen §9 Samengestelde zinnen. Opdracht 1 t/m 4 (blz. 222-223).
Hoe?
Zelfstandig. De eerste vijf minuten in stilte, daarna overleggen.
Hulp
Steek je vinger op als je een vraag hebt.
Tijd
10 minuten. Daarna gaan we de opdrachten bespreken.

Klaar?
Oefen verder: https://www.cambiumned.nl/zinsdelen/

Huiswerkopdrachten
timer
8:00

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • Je weet het verschil tussen enkelvoudige en samengestelde zinnen.
  • Je kunt hoofd- en bijzinnen herkennen.
  • Je kunt enkelvoudige en samengestelde herkennen.
Lesdoelen

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het verschil tussen een werkwoordelijk en een naamwoordelijk gezegde?

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf een zin met daarin
drie bijvoeglijke bepalingen.
timer
2:00

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Noteer je eigen zin nog een keer en ontleed
deze van pv t/m bwb.
timer
3:00

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wie heeft nog een vraag over wat we vandaag hebben behandeld?

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies