Zinsontleding

Zinsontleding
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 4

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les

Zinsontleding

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat hoort er ook
al weer bij?

Slide 2 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Lidwoorden 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zelfstandig naamwoord

Slide 4 - Tekstslide

Een woord voor iets of iemand. Ervoor kan een lidwoord of een bijvoeglijk nw staan. 
werkwoord (persoonsvorm)

Slide 5 - Tekstslide

Om de pv te vinden zet je het in een andere tijd. 
- De stoel staat / de stoel stond 

Of maak de zin vragend
- Staat de stoel? 

PV heeft meerdere woorden in samengestelde zinnen. 
- Hans eet chips, omdat hij dat lekker vindt.  
Bijvoeglijk naamwoord

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorzetsel

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het onderwerp 

Slide 8 - Tekstslide

Hoe vind je het onderwerp:
1. Stel de vraag: ‘Wie of wat doet iets in de zin?’
De boswachter loopt in het bos.
Wie loopt er in het bos?  
-> de boswachter.

2. Verander de persoonsvorm van aantal
De boswachter loopt door het bos.
De boswachters lopen door het bos

Ik loop naar huis
Wat is het werkwoord?

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Zij roept naar Pieter.
Wat is het voorzetsel?

Slide 10 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat een lieve hond!
Wat is het bijvoeglijk naamwoord?

Slide 11 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

De leerling eet een appel.
Wat is het lidwoord?

Slide 12 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat een stomme les.
Wat is het zelfstandig naamwoord?

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

De boswachter liep door het bos.
Wat is het onderwerp?

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

De boswachter liep door het bos.
Wat is het werkwoord?

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

De boswachter liep door het bos.
Wat is het lidwoord?

Slide 16 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

De boswachter liep door het bos.
Wat is het zelfstandig naamwoord?

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

De boswachter liep door het bos.
Wat is het voorzetsel?

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

De boswachter liep door het groene bos.
Wat is het bijvoeglijk naamwoord?

Slide 19 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag 

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies