Kristallen van het zout haliet (steenzout) (foto: James St. John, CC BY 2.0)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · ZOUTEN · OPLOSBAARHEID
Examentraining
Zouten en oplosbaarheid: zo pak je examenvragen aan
Kristallen van het zout haliet (steenzout) (foto: James St. John, CC BY 2.0)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · ZOUTEN · OPLOSBAARHEID
Examentraining
Zouten en oplosbaarheid: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: James St. John / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · ZOUTEN · OPLOSBAARHEID
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over zouten, oplossen en neerslagreacties beantwoorden met de juiste vaktaal.
Deze slide heeft geen instructies
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · ZOUTEN · OPLOSBAARHEID
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat is gegeven (naam, formule, tabel) en wat moet je geven?
2. Ionen: schrijf de ionen met hun lading op en laat de ladingen compenseren.
3. Controleer: klopt de vergelijking in atomen en in lading, en staan de toestanden erbij?
4. Schrijf: een kort antwoord met de juiste begrippen (ionbinding, hydratatie, neerslag).
Deze slide heeft geen instructies
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · ZOUTEN · OPLOSBAARHEID
Vraagtype 1: formule en naam van een zout
Schrijf de ionen met lading op: de totale lading is 0.
Gebruik haakjes bij een samengesteld ion dat vaker dan één keer voorkomt.
Bij een metaal met meer ladingen staat het Romeinse cijfer in de naam.
Zoek namen en ladingen zo nodig op in Binas of ScienceData.
Deze slide heeft geen instructies
Roest bevat Fe₂O₃. Wat is de naam van deze stof?
ijzer(II)oxide
ijzer(III)oxide
ijzer(III)hydroxide
ijzer(II)sulfide
Fe₂O₃: totale negatieve lading 3 × 2− = 6−, dus twee ionen met 3+: ijzer(III). Het negatieve ion is O²⁻: oxide. Verwachte fout: ijzer(II) kiezen omdat er twee ijzerionen zijn. Syllabus M1.10.
Geef de verhoudingsformule van ammoniumfosfaat.
Goed antwoord: (NH₄)₃PO₄. Controle: 3 × 1+ = 3+ en PO₄³⁻ is 3−, samen 0. Verwachte fouten: NH₄PO₄ (lading klopt niet) of NH₄₃PO₄ zonder haakjes. Syllabus M1.10.
Hydratatie van een Na⁺-ion en een Cl⁻-ion (eigen figuur)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · ZOUTEN · OPLOSBAARHEID
Vraagtype 2: verklaren op microniveau
Noem de deeltjes: ionen of moleculen.
Noem de binding: ionbinding, atoombinding of vanderwaalsbinding.
Bij oplossen worden ionbindingen verbroken en ontstaat hydratatie.
Een watermolecuul heeft een gedeeltelijk positieve H-kant en een gedeeltelijk negatieve O-kant.
Image credit: Eigen figuur voor deze les
Glucose en NaCl lossen allebei op in water. Wat is het verschil op microniveau?
Alleen bij glucose komen losse ionen vrij
Bij beide stoffen komen losse atomen vrij
Bij beide stoffen worden atoombindingen verbroken
Alleen bij NaCl komen losse ionen vrij
NaCl is een zout: ionen worden uit het rooster getrokken en gehydrateerd. Glucose is een moleculaire stof: hele moleculen komen los van elkaar, de atoombindingen blijven heel. Verwachte fout: denken dat bij oplossen altijd atomen vrijkomen. Syllabus M1.9 en M3.8.
Welke kant van een watermolecuul wijst bij hydratatie naar een Cl⁻-ion?
De H-kant, want die is gedeeltelijk positief
De O-kant, want die is gedeeltelijk negatief
Beide kanten even sterk
De H-kant, want die is gedeeltelijk negatief
Het negatieve Cl⁻ trekt de gedeeltelijk positieve H-kant aan. Bij Na⁺ wijst de O-kant naar het ion. Verwachte fout: de polariteit van water omdraaien. Syllabus M3.1 en M3.8.
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · ZOUTEN · OPLOSBAARHEID
Vraagtype 3: oplosvergelijking en rekenen
Schrijf links het zout met (s) en rechts de losse ionen met (aq).
De coëfficiënt voor een ion is het aantal ionen per formule-eenheid.
Controleer de vergelijking in atomen en in lading.
Mol ionen = mol zout × coëfficiënt van het ion.
Deze slide heeft geen instructies
Je lost 0,25 mol CaCl₂ op in water. Hoeveel mol Cl⁻ komt er vrij?
0,25 mol
0,125 mol
0,50 mol
0,75 mol
CaCl₂(s) → Ca²⁺(aq) + 2 Cl⁻(aq): molverhouding CaCl₂ : Cl⁻ = 1 : 2, dus 0,25 × 2 = 0,50 mol. Nagerekend: 0,50. Verwachte fouten: de molverhouding vergeten (0,25), delen in plaats van vermenigvuldigen (0,125) of alle ionen tellen (0,75).
Geef de oplosvergelijking van CaCl₂(s).
Goed antwoord: CaCl₂(s) → Ca²⁺(aq) + 2 Cl⁻(aq). Controle: 1 Ca en 2 Cl links en rechts, lading 0 = 2+ + 2×1−. Verwachte fouten: Cl₂²⁻ opschrijven, de coëfficiënt 2 vergeten of de toestandsaanduidingen weglaten. Syllabus R1.2.
Eigen, vereenvoudigde oplosbaarheidstabel voor deze les
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · ZOUTEN · OPLOSBAARHEID
Vraagtype 4: neerslag voorspellen met de tabel
Noteer de ionen van beide oplossingen.
Maak nieuwe combinaties van een positief ion uit de ene en een negatief ion uit de andere oplossing.
Slecht oplosbaar in de tabel (s): neerslag. Goed oplosbaar: ionen blijven opgelost.
Schrijf de neerslagvergelijking met alleen de ionen die samenkomen.
Image credit: Eigen figuur voor deze les
BaCl₂(aq) en Na₂SO₄(aq) worden gemengd. Wat zie je?
Een neerslag van natriumchloride
Een neerslag van bariumchloride
Een neerslag van bariumsulfaat
Geen neerslag, alle ionen blijven opgelost
Ionen: Ba²⁺, Cl⁻, Na⁺ en SO₄²⁻. Nieuwe combinaties: BaSO₄ (s) en NaCl (g). Dus BaSO₄ slaat neer. Verwachte fout: 'geen neerslag' kiezen omdat de twee beginzouten goed oplossen. Syllabus M3.9. Image credit: Eigen figuur voor deze les
Geef de neerslagreactie bij Ca(NO₃)₂ + Na₂CO₃.
Goed antwoord: Ca²⁺(aq) + CO₃²⁻(aq) → CaCO₃(s). De ionen Na⁺ en NO₃⁻ blijven opgelost en staan niet in de vergelijking. Controle: 1 Ca, 1 C, 3 O en lading 0 links en rechts. Verwachte fouten: de ionen Na⁺ en NO₃⁻ meeschrijven of CaCO₃ als (aq) noteren. Syllabus M3.9 en R1.2.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Formule en naam van een zout
Verklaren op microniveau
Oplosvergelijking en rekenen
Neerslag voorspellen met de tabel
Deze slide heeft geen instructies
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · ZOUTEN · OPLOSBAARHEID
Tips voor op het examen
Schrijf bij elke zoutformule eerst de ionen met lading op en laat de ladingen compenseren.
Een samengesteld ion blijft heel: schrijf SO₄²⁻ of NO₃⁻ nooit uit elkaar.
Controleer elke vergelijking in atomen en in lading en zet de toestandsaanduidingen erbij.
Bij een neerslag kijk je alleen naar de nieuwe combinaties van een positief en een negatief ion.
Deze slide heeft geen instructies