CONCEPT MARKT · MARKTVORMEN
Examentraining
Marktvormen en marktmacht: zo pak je examenvragen aan
CONCEPT MARKT · MARKTVORMEN
Examentraining
Marktvormen en marktmacht: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Fons Heijnsbroek / Wikimedia Commons, CC0
CONCEPT MARKT · MARKTVORMEN
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over marktvormen, prijsdiscriminatie en duopolie beantwoorden.
Deze slide heeft geen instructies
CONCEPT MARKT · MARKTVORMEN
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: welke markt, welk product en wie zijn de aanbieders en kopers?
2. Zoek: de marktkenmerken: aantal aanbieders, homogeen of heterogeen, toetredingsbarrières, marktaandeel.
3. Koppel: welke marktvorm past en is de aanbieder prijsnemer of (beperkt) prijszetter?
4. Beargumenteer: noem het kenmerk uit de casus en het gevolg voor het gedrag van de aanbieder.
Deze slide heeft geen instructies
CONCEPT MARKT · MARKTVORMEN
Vraagtype 1: de marktvorm bepalen
Zoek in de tekst het aantal aanbieders, het soort goed en de toetredingsbarrières.
Veel aanbieders met een gelijk goed: volledige mededinging; met een eigen product: monopolistische concurrentie.
Weinig of twee aanbieders: oligopolie of duopolie; een aanbieder: monopolie.
Deze slide heeft geen instructies
Twee veerbootbedrijven verzorgen al het vervoer naar een eiland. Marktvorm?
Monopolie
Duopolie
Monopolistische concurrentie
Volledige mededinging
Precies twee aanbieders: duopolie. Verwachte fout: monopolie kiezen omdat er weinig keuze is.
Veel telers, identieke tulpen, bekende prijs, vrije toetreding. Marktvorm?
Monopolistische concurrentie
Oligopolie
Monopolie
Volledige mededinging
Veel aanbieders, homogeen goed, hoge transparantie, geen toetredingsbarrières: volledige mededinging. Verwachte fout: monopolistische concurrentie kiezen.
CONCEPT MARKT · MARKTVORMEN
Vraagtype 2: prijsnemer of prijszetter
Heeft de aanbieder marktmacht? Dan is hij prijszetter, anders prijsnemer.
Volledige mededinging: prijsnemer en hoeveelheidsaanpasser. Monopolie: prijszetter.
Ertussen (monopolistische concurrentie, oligopolie): beperkt prijszetter.
Deze slide heeft geen instructies
Een kapper met eigen stijl heeft veel concurrenten. Wat is hij?
Beperkt prijszetter: zijn product is anders
Prijsnemer: er zijn immers veel concurrenten
Prijszetter zonder enige beperking
Hoeveelheidsaanpasser: hij kiest alleen zijn afzet
Heterogeen goed geeft enige marktmacht, concurrenten beperken hem: beperkt prijszetter. Verwachte fout: prijsnemer kiezen omdat er veel concurrenten zijn.
Waarom is een monopolist prijszetter?
Goed antwoord: hij is de enige aanbieder met veel marktmacht, door toetredingsbarrières; hij kiest een prijs en afzet op de vraaglijn. Verwachte fout: zeggen dat hij elke prijs kan vragen zonder minder te verkopen.
CONCEPT MARKT · MARKTVORMEN
Vlakken I, II en III bij een hoge en een lage prijs
Vraagtype 3: afgeroomd consumentensurplus
Eerst een prijs van 5 euro voor iedereen: er worden 100 stuks per dag verkocht.
Nu geldt 9 euro voor de eerste 20 kopers en 5 euro voor de rest.
Het afgeroomde deel is de rechthoek tussen de twee prijzen, bij de eerste kopers.
Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0
Welk vlak is het afgeroomde consumentensurplus?
Vlak I
Vlak III
Vlak II
Vlak I en III samen
Vlak II is de rechthoek van 20 kopers die 4 euro meer betalen (9 in plaats van 5). Verwachte fout: vlak III kiezen omdat het het grootste vlak is.
Welk consumentensurplus houden de kopers na prijsdiscriminatie over?
Alleen vlak II
Alleen vlak III
Vlak I en vlak III
Vlak I, II en III samen
Vlak I (boven prijs 9) en vlak III (boven prijs 5 voor de overige kopers). Vlak II is afgeroomd. Verwachte fout: vlak I, II en III, dat is het surplus bij een prijs van 5 voor iedereen.
CONCEPT MARKT · MARKTVORMEN
Vraagtype 4: gedrag van de producent verbaal
Duopolie: de winst hangt af van de keuze van de ander; let op dominante strategie en gevangenendilemma.
Monopolistische concurrentie: productdifferentiatie geeft trouwe klanten en meer marktmacht.
Alleen verbaal: noem het begrip, de keuze van de producent en het gevolg.
Deze slide heeft geen instructies
Twee bakkers kiezen tegelijk; lage prijs is voor beiden dominant. Uitkomst?
Beide kiezen laag: een gevangenendilemma
Beide kiezen hoog en verdienen samen het meest
De eerste bakker kiest hoog, de tweede laag
Er is geen uitkomst zonder prijsafspraak
Met een dominante strategie voor beiden kiezen beide de lage prijs. Verwachte fout: beiden hoog kiezen omdat dat samen het meeste oplevert; zonder afspraak is dat geen uitkomst.
Noem een kenmerk van een oligopolie.
Goed antwoord: weinig aanbieders, die elk marktmacht hebben en rekening houden met elkaar. Verwachte fout: precies één of twee aanbieders noemen; dat is een monopolie of duopolie.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
De marktvorm bepalen
Prijsnemer of prijszetter
Afgeroomd consumentensurplus
Duopolie en differentiatie
Herhaal het vraagtype met de meeste stemmen.
CONCEPT MARKT · MARKTVORMEN
Tips voor op het examen
Begin altijd met de marktkenmerken uit de tekst: aantal aanbieders, soort goed, toetredingsbarrières.
Prijsdiscriminatie vraagt marktmacht en geen doorverkoop; noem beide in een toelichting.
Bij het afromen: het afgeroomde deel is de rechthoek, de rest blijft bij de kopers.
Duopolie en differentiatie beantwoord je verbaal: noem het begrip en het gevolg voor de producent.
Deze slide heeft geen instructies