CONFLICT: motief en subtekst

CONFLICT 

1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
DramaMBOMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1-3Studiejaar 1

In deze les zitten 15 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 80 min

Onderdelen in deze les

CONFLICT 

Slide 1 - Tekstslide

Innerlijk Conflict
Attributen kunnen spanning brengen aan een scène.
Hoe kan een attribuut voor een probleem zorgen?

Welke voorbeelden ken je? (film, toneel, boek, etc) 

Slide 2 - Tekstslide

Motief - Strategie,1 - Tegenkracht -  Gevolg - Strategie,2



 De emotionele strijd die een personage doormaakt.

Hoe kan een motief voor een probleem zorgen?

Slide 3 - Tekstslide

Warming-Up: "Hoe gaat het?"
  • Speel een conflict uit met de mok: Het kopje is te zwaar, koffie is te heet. Koffie is smerig.

  • Gebruik je mimiek en fysiek om je conflict duidelijk te spelen.

  • Daarna geef je de mok aan de persoon naast je.

Slide 4 - Tekstslide

Warming-Up:
"Hoe gaat het?"
  • Dialoog in tweetallen mét een Motief. Gebruik alleen de tekst op het bord.
  • Het gaat er niet om wat er gezegd wordt, maar hoe het gezegd wordt. Je spel zegt meer dan woorden, gebruik je mimiek, fysiek en toon/stem om betekenis te geven. 

Slide 5 - Tekstslide

Warming-Up:
"Hoe gaat het?"
  • Dialoog in tweetallen mét een motief. Gebruik alleen de tekst op het bord.


  • Het gaat er niet om wat er gezegd wordt, maar hoe het gezegd wordt. Je spel zegt meer dan woorden, gebruik je mimiek, fysiek en toon/stem om betekenis te geven. 

A    Hoe gaat het met         je?

B    Ja goed, met jou?

A    Ook goed.

B    Mooi zo.

Slide 6 - Tekstslide

Warming-Up:
"Hoe gaat het?"
  • Dialoog in tweetallen mét een motief. Gebruik alleen de tekst op het bord.


  • Spelaanwijzing 1#:
    Persoon B heeft de fiets van A kapot gemaakt.
    Persoon A weet dit niet.
  • B wil dit ....geheim houden.

A    Hoe gaat het met         je?

B    Ja goed, met jou?

A    Ook goed.

B    Mooi zo.

Slide 7 - Tekstslide

Warming-Up:
"Hoe gaat het?"
  • Dialoog in tweetallen mét een motief. Gebruik alleen de tekst op het bord.


  • Spelaanwijzing 2#:
    Persoon B heeft de fiets van A kapot gemaakt.
    Persoon A weet dit al.
  • A wil,...dat de ander bang wordt

A    Hoe gaat het met         je?

B    Ja goed, met jou?

A    Ook goed.

B    Mooi zo.

Slide 8 - Tekstslide

Warming-Up:
"Hoe gaat het?"
  • Dialoog in tweetallen mét een motief. Gebruik alleen de tekst op het bord.


  • Spelaanwijzing 3#:
    Persoon A en B weten allebei dat de fiets van persoon A kapot is gemaakt door persoon B.

A    Hoe gaat het met         je?

B    Ja goed, met jou?

A    Ook goed.

B    Mooi zo.

Slide 9 - Tekstslide

Warming-Up:
"Hoe gaat het?"
  • Dialoog in tweetallen mét een motief Gebruik alleen de tekst op het bord.


  • Spelaanwijzing 4#:
    Persoon A (nu erg verdrietig) en B weten allebei dat de fiets van persoon A kapot is gemaakt door persoon B.

A    Hoe gaat het met         je?

B    Ja goed, met jou?

A    Ook goed.

B    Mooi zo.

Slide 10 - Tekstslide

Speloefening:
Motief - door strategie te kiezen

Slide 11 - Tekstslide

Speloefening:

  • Je krijgt een spelsituatie en motief

  • Je staat met je groepje op de vloer,
    Luister naar de situatie en je motief en speel het uit. 

  • Gebruik je mimiek en fysiek en een emotionele schakel als je een andere strategie kiest om je doel te behalen.

Slide 12 - Tekstslide

Spelopdracht: Conflictsituaties

  • Docent noemt een conflictsituatie.
    2 spelers gaan dit spelen. 

  • Persoon A heeft een motief, persoon B weet niet wat dit is.

  • Kijkvraag: wordt het conflict duidelijk gespeeld in mimiek en fysiek?
    Waar is dat aan te zien? 

Slide 13 - Tekstslide

Spelopdracht: Conflictsituaties
  • Groepje van 4: Wie is A en B?
    Kies een conflictsituatie die 2 mensen gaan spelen. Ander tweetal kijkt.

  • Persoon A heeft een motief, persoon B weet niet wat dit is.

  • Gebruik je mimiek, fysiek en stem om je motief te laten zien. Wat zeg je wel en wat zeg je niet?
timer
10:00

Slide 14 - Tekstslide

OPWARMER | NAMENBAL
Afronding les 4 
Weet jij het antwoord?

"Als tekst de woorden zijn die je zegt, wat zou dan subtekst betekenen?"

Slide 15 - Tekstslide