Fictie

Welkom!
Pak vast je lesboek en je pen, dan kunnen we zo beginnen.
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Welkom!
Pak vast je lesboek en je pen, dan kunnen we zo beginnen.

Slide 1 - Tekstslide

Vandaag:

Verhalen!

Slide 2 - Tekstslide

Op welke manier geniet jij van verhalen?
Sociale media (Stories maken of bekijken)
Games
Films en series
Boeken
Songteksten en gedichten
Theater, musical of cabaret

Slide 3 - Poll

Wat voor lezer ben jij?
Leesverslaafde: zo vaak en zo veel mogelijk!
Plezierlezer: regelmatig en ik geniet ervan.
Af-en-toe-lezer: alleen als het moet, is wel ok.
Niet-lezer: alleen als ik gedwongen word.

Slide 4 - Poll

Verhaal:
Het ongemakkelijke dagboek van Henry K. Larsen
Lesboek blz. 11
1) WAT? Je leest het verhaal voor jezelf, in stilte.
2) DAARNA? Je maakt opdracht 3 a tot en met 3g.
3) NIET AF? Huiswerk voor morgen.

Slide 5 - Tekstslide

Welkom!
Pak vast je schrift, lesboek en leesboek ......

....en start met lezen.

Slide 6 - Tekstslide

Lesdoelen van vandaag:
  • Verschil tussen fictie en non-fictie;
  • verschil hoofdpersoon en bijfiguren in een verhaal.

Slide 7 - Tekstslide

Fictie en non-fictie
Wat is het verschil?

Slide 8 - Tekstslide

Het Jeugdjournaal is...
A
fictie
B
non-fictie

Slide 9 - Quizvraag

Het leesboek 'Het leven van een loser' is...
A
fictie
B
non-fictie

Slide 10 - Quizvraag

Het Klokhuis is...
A
fictie
B
non-fictie

Slide 11 - Quizvraag

Het verslag in de krant van een voetbalwedstrijd is...
A
fictie
B
non-fictie

Slide 12 - Quizvraag

De Donald Duck is.....
A
fictie
B
non-fictie

Slide 13 - Quizvraag

Een gedicht is...
A
fictie
B
non-fictie

Slide 14 - Quizvraag

De gebruiksaanwijzing bij FIFA is...
A
fictie
B
non-fictie

Slide 15 - Quizvraag

Huiswerk bespreken
 Opdracht 3c t/m g.

Slide 16 - Tekstslide

Hoofdpersoon in een verhaal

-De belangrijkste persoon;
-karaktereigenschappen,
  uiterlijk , vrienden, familie;
-heeft een doel, probleem of
 opdracht;
-ondervindt vaak hobbels op de weg bij bereiken doel

Bijfiguren in een verhaal

- Minder belangrijk persoon;
- je weet er minder van;
- is vaak de helper of tegen-
  stander van de hoofdpersoon

Slide 17 - Tekstslide

Ik weet nu wat fictie en non-fictie betekent.
😒🙁😐🙂😃

Slide 18 - Poll

Welkom!
Pak vast je schrift, lesboek en leesboek....

....en start met lezen.

Slide 19 - Tekstslide

Wat is het verschil tussen fictie en non-fictie?

Slide 20 - Open vraag

Wat is het verschil tussen een hoofdpersoon en een bijfiguur in een verhaal?

Slide 21 - Open vraag

Aan de slag:
1. Blz. 20-21: opdracht  8a, b, c, d 
 

KLAAR? Maken opdracht 9 a, b, c, d, e (blz. 21-22) 




Slide 22 - Tekstslide

Maken/huiswerk:
  • Blz. 22 opdracht a, b, c, d, e

Slide 23 - Tekstslide

Welkom!
Pak vast je schrift, lesboek en leesboek ......

....en start met lezen.

Slide 24 - Tekstslide

Lesdoelen:
Het verschil tussen realistische en niet realistische verhalen.

Slide 25 - Tekstslide

Wat is het verschil tussen fictie en non-fictie?

Slide 26 - Open vraag

Huiswerk bespreken
In tweetallen: vergelijk jullie antwoorden van opdracht a t/m e op blz.22






Vragen?
timer
5:00

Slide 27 - Tekstslide

Realistisch verhaal
- mensen lijken echt
-gebeurtenissen zijn in werkelijkheid ook mogelijk
-omgeving lijkt echt
-problemen zoals in het echte leven
-afloop is logisch en zou echt kunnen.

Niet-realistisch verhaal
- verzonnen wereld
- ongeloofwaardige gebeurtenissen
- problemen/oplossingen zijn onvoorstelbaar
-afloop te mooi om waar te zijn

Slide 28 - Tekstslide

Aan de slag:
Maken: opdracht 10 a t/m e op blz. 23

Slide 29 - Tekstslide