Havo
Paragraaf 1.3
De eerste steden
Havo
Paragraaf 1.3
De eerste steden
Planning
Doelen van de les
Vragen over het huiswerk?
Voorkennis ophalen
Instructie
Opdracht samen doen
Zelfstandig aan het werk
Afsluiten
Ik kan uitleggen hoe de eerste steden ontstonden.
Ik kan uitleggen welke groepen ontstonden in landbouwstedelijke samenlevingen.
Ik kan uitleggen welke politieke ontwikkelingen plaatsvonden.
Ik kan uitleggen welke culturele ontwikkelingen plaatsvonden.
Doelen van de les:
Kenmerkend aspect:
het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
Geef een oorzaak van het ontstaan van een landbouwsamenleving.
Schrijf op in je schrift.
Geef een gevolg van het ontstaan van de landbouwsamenleving.
Schrijf op in je schrift.
Het ontstaan van steden
Dorpen hadden in de prehistorie hooguit enkele honderden inwoners. De inwoners leefden van de landbouw.
Tussen 4000 en 2000 v.C.: eerste steden
--> bij de rivieren de Eufraat en Tigris in Mesopotamië.
Daar bouwde het volk van de Soemeriërs dorpen uit tot steden met o.a. bestuursgebouwen en tempels.
stad: van het platteland afgescheiden plaats met veel bewoners, waarvan de meesten niet leven van de landbouw
volk: grote groep mensen
tempel: gebouw waar een god wordt vereerd
De landbouwstedelijke samenleving 1/2
Oorzaak: landbouwoverschotten
--> Niet iedereen hoefde als boer te leven
Het bouwen en onderhouden van de dijken, dammen en kanalen bij de rivieren moest worden georganiseerd.
--> de elite
landbouwstedelijke samenleving (agrarisch-stedelijke of agrarisch-urbane samenleving):
maatschappij met steden waarin een minderheid van de bevolking leeft van ambachten en handel, terwijl de meeste mensen op het
platteland leven van landbouw
elite: toplaag in de samenleving, de
meest machtige, rijke of
geleerde mensen
In de steden ontstonden beroepen door specialisatie: als iemand zich richt op een bepaalde vaardigheid.
ambtenaren
priesters: de godsdienstige leiders.
vakmensen met een ambacht
Handelaren
Steden waren afhankelijk van handel: het kopen en verkopen van producten.
Dit gebeurde op een markt
De landbouwstedelijke samenleving 2/2
Politieke ontwikkelingen 1/2
De Soemerische steden in Mesopotamië werden geleid door vorsten.
De rest van de bevolking bestond uit onderdanen.
In Mesopotamië bleven de stadstaten bestaan. De koning was vaak ook opperpriester, dat versterkte zijn gezag.
In Egypte ontstond omstreeks 3000 v.C. één staat met een koning, de farao.
vorst: hoofd van een staat
onderdaan: persoon die moet
gehoorzamen aan een regering
staat: 1 regering, 2 gebied met een
regering
stadstaat: staat die bestaat uit een
stad met het omliggende gebied
gezag: 1 overwicht, 2 persoon of instelling met macht
Slaven en boeren stonden landbouwstedelijke samenleving onderaan in de sociale hiërarchie: rangorde.
Hun oogst moesten ze afstaan aan de staat.
De regering kon voedsel verstrekken aan bijvoorbeeld ambtenaren, militairen en priesters door deze belasting:
wat onderdanen aan hun regering moeten betalen.
Politieke ontwikkelingen 2/2
Culturele ontwikkelingen
De Soemeriërs hadden een hoogontwikkelde cultuur.
polytheïstische godsdienst.
Alles wat gebeurde verklaren uit het handelen van de goden in mythen.
Tussen 3300 en 2900 v.C. ontwikkelden de Soemeriërs het spijkerschrift.
Dit was een gevolg van de ingewikkelde organisatie die nodig was voor het besturen van hun steden.
beschaving: hoogontwikkelde cultuur
polytheïstisch: met veel goden
mythe: godenverhaal
Het verhaal van Gilgamesh (rolzegel, omstreeks 2250 v.C.)