Les 1 Communicatie

COMMUNICATIE
Les 1
1 / 46
volgende
Slide 1: Tekstslide
CommunicatieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

COMMUNICATIE
Les 1

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Waar denk jij aan bij
communicatie?

Slide 3 - Woordweb

Aan het einde van deze les
- Kun je omschrijven wat communicatie is
- Kun je omschrijven wat zakelijke communicatie is
- Kun je de begrippen interactie, medium & feedback omschrijven
- Kun je de verschillende soorten communicatie benoemen


Slide 4 - Tekstslide

Wat is communicatie?
Communicatie is het overbrengen van informatie van de een naar de ander.


Bij communicatie gaat het altijd om het uitwisselen van woorden en signalen tussen mensen. Dat kan rechtstreeks, maar steeds vaker gebruiken we hier een medium voor.

Slide 5 - Tekstslide

Wat is zakelijke communicatie?

Slide 6 - Woordweb

Als je communiceert met een collega of klant dan noem je dat zakelijke communicatie.

Als je met een klant communiceert doe je dat namens de organisatie waarvoor je werkt.
Voorbeelden van zakelijke communicatie:

  • een zakelijke e-mail
  • een zakelijke brief
  • een zakelijk telefoongesprek
  • een zakelijk overleg
  • een bedrijfsfilm 

Slide 7 - Tekstslide

Bij zakelijke communicatie let je op het volgende:
  • wees gastvrij
  • wees niet te persoonlijk
  • wees niet emotioneel
  • wees beleefd
  • wees duidelijk
  • wees concreet
  • luister naar de ander 

Slide 8 - Tekstslide

Persoonlijke verzorging
Je communiceert ook met je kleding en uiterlijk. Bij uiterlijke verzorging hoort dat je er netjes en verzorgd uit ziet. Je kleding moet passen bij het werk dat je doet. Als je er netjes en verzorgd uitziet, voelen mensen zich bij je op hun gemak.

Slide 9 - Tekstslide

Soorten communicatie
  1. Eenzijdige communicatie
  2. Tweezijdige communicatie
  3. Verbale communicatie
  4. Non-verbale communicatie

Slide 10 - Tekstslide

Eenzijdige communicatie

  • Eenrichtingsverkeer
  • De zender is nooit tegelijk de ontvanger
  • Vaak via een tussenweg en niet rechtstreeks
Tweezijdige communicatie

  • De ontvanger heeft de mogelijkheid om te reageren op wat de ander zegt
  • Er is sprake van interactie

Slide 11 - Tekstslide

Een boek lezen is..
A
Eenzijdige communicatie
B
Tweezijdige communicatie

Slide 12 - Quizvraag


A
Eenzijdige communicatie
B
Tweezijdige communicatie

Slide 13 - Quizvraag

<b>Het lezen van een informatiebrochure</b>
<b>Intakegesprek</b>
<b>Chat in een groepsapp</b>
Eenzijdige communicatie 
Tweezijdige communicatie 
Meerzijdige communicatie 

Slide 14 - Sleepvraag

Verbale communicatie

Verbale communicatie is de communicatie waarbij iemand met woorden (gesproken of geschreven) informatie overbrengt.
Non-verbale communicatie

Alle communicatie die niet via woorden verloopt, valt onder non-verbale communicatie.

  • Bewust: Bijv.: zwaaien
  • Onbewust: Bijv.: Zweten, blozen

Slide 15 - Tekstslide


A
Verbale communicatie
B
Non-verbale communicatie

Slide 16 - Quizvraag


A
Verbale communicatie
B
Non-verbale communicatie

Slide 17 - Quizvraag

Welk misverstand is er hier?

Slide 18 - Tekstslide

Interactie
Is een ander woord voor wisselwerking, wederzijdse beïnvloeding.

Bij interactie reageert de een op de ander en gaan boodschappen heen en weer.

Slide 19 - Tekstslide

Medium
Communicatie kan direct plaatsvinden tussen twee mensen, maar communicatie kan ook indirect plaatsvinden. Er is dan sprake van een medium.

Een medium is een informatiedrager die zorgt voor de overdracht van de boodschap.

Wat zijn voordelen? Wat zijn nadelen?

Slide 20 - Tekstslide

Je zit achter de balie. Je krijgt een telefoontje van een bezoeker en hij vraagt of er een parkeergelegenheid is.
Is hier sprake van communicatie?
A
Ja
B
Nee

Slide 21 - Quizvraag

De stagebegeleider geeft feedback aan de stagiaire die onderuitgezakt zit en boos kijkt.

Is hier sprake van communicatie?
A
Ja
B
Nee

Slide 22 - Quizvraag

De stagebegeleider maakt middels een gebaar duidelijk dat de student nog even moet wachten op de gang.
Is hier sprake van communicatie?
A
Ja
B
Nee

Slide 23 - Quizvraag

De docent mailt een student dat zij een onvoldoende heeft voor haar opdracht.

Is hier sprake van communicatie?
A
Ja
B
Nee

Slide 24 - Quizvraag

"Je kunt niet niet communiceren"

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Dirk zegt tegen collega Jamila: 'Ik ga zo meneer Driesen helpen. Help jij mevr. Reus?'



Wie is de zender? Wie is de ontvanger? Wat is de boodschap?

Slide 27 - Tekstslide

Feedback
Feedback is het terugkoppelen van informatie van de ene persoon naar de andere, waarbij duidelijk gemaakt wordt hoe de boodschap (of het gedrag) van de een op de ander overkomt. 

Mondelinge communicatie zonder feedback stopt vrijwel meteen. Als zender heb je namelijk behoefte aan feedback, al zijn het maar kleine geluidjes zoals 'hmm' of knikjes van het hoofd.

Slide 28 - Tekstslide

Eenzijdige communicatie
A
Communicatie waarbij de ontvanger direct kan reageren.
B
Communicatie op begripvolle wijze, zonder oordeel of kritiek.
C
Communicatie waarbij iemand met (geschreven of gesproken) woorden informatie overbrengt.
D
Communicatie waarbij direct reageren niet mogelijk is, de zender is nooit tegelijkertijd ontvanger.

Slide 29 - Quizvraag

Wat hoort niet bij verbale communicatie
A
Boek
B
Gesproken tekst
C
Bordje met tekst erop
D
Nee schudden

Slide 30 - Quizvraag

Is dit een verbale of non-verbale communicatie?
A
verbale communicatie
B
non-verbale communicatie

Slide 31 - Quizvraag

Als je voor de televisie zit, is dit eenzijdige communicatie of tweezijdige communicatie?

A
eenzijdige communicatie
B
tweezijdige communicatie

Slide 32 - Quizvraag

Waarom is feedback belangrijk in communicatie?
A
Het geeft inzicht hoe de boodschap of het gedrag overkomt
B
Het leidt tot knikkende hoofden
C
Het maakt de boodschap duidelijker
D
Het zorgt ervoor dat mondelinge communicatie stopt

Slide 33 - Quizvraag

Non-verbale communicatie is:
A
Spreken en luisteren
B
Alleen via je lichaamstaal communiceren
C
Spreken en je lichaamstaal gebruiken

Slide 34 - Quizvraag

Wat is verbale communicatie?
A
Alles wat je met woorden zegt
B
Alles wat je opschrijft
C
Beide antwoorden zijn juist

Slide 35 - Quizvraag

Bij communicatie is er sprake van een
A
Boodschap
B
Ontvanger
C
Zender
D
Alle drie

Slide 36 - Quizvraag

Bij het communicatie gaat het om
A
Aandacht geven aan elkaar
B
Luisteren naar elkaar
C
Duidelijk een boodschap overbrengen
D
Uitwisselen van informatie

Slide 37 - Quizvraag

Communicatie zonder woorden heet ook wel
A
verbale communicatie
B
Lichaamstaal

Slide 38 - Quizvraag

Slide 39 - Tekstslide

Slide 40 - Video

Slide 41 - Tekstslide

Woorden
Wat wordt er letterlijk gezegd.
Intonatie
Hoe wordt iets gezegd (stemgebruik).

Lichaamstaal
Welke houding, gezichtsuitdrukking en gebaren heeft iemand.

Slide 42 - Tekstslide

De koning van de non-verbale communicatie

Slide 43 - Tekstslide

Slide 44 - Video

Opdracht
"Zeg het zonder woorden!"

Slide 45 - Tekstslide

Slide 46 - Tekstslide