Orthopedagogiek les 1 & 2 - interne/externe ondersteuning/ZAT + Lichamelijke beperking

Module gespecialiseerde activiteiten
1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
Orthopedagogiek MBOStudiejaar 2

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

Onderdelen in deze les

Module gespecialiseerde activiteiten

Slide 1 - Tekstslide

Waarom is de module gespecialiseerde acitiveiten belangrijk???



  • Als GPM moet jij weten welke bijzonderheden zich voor kunnen doen tijdens de ontwikkeling van een kind.
  • Jij hebt een signalerende rol  als GPM'er
  • Jij kan begeleiding bieden aan kinderen met een specifieke zorgbehoefte Daarom heeft een GPM'er kennis nodig van:


1. begrippen en theorieën uit de (ortho)pedagogiek.

2.begrippen en theorieën van beperkingen, (chronische) ziektebeelden en
ontwikkelingsachterstanden.

3. begrippen en theorieën van leer-,
gedrags en opvoedingsproblemen.










Slide 2 - Tekstslide

Gespecialiseerde opvang
Ook al gaan steeds meer kinderen met een extra zorgvraag naar de reguliere kinderopvang, er zijn nog altijd verschillende gespecialiseerde opvangmogelijkheden. Er zijn namelijk altijd kinderen met een extra zorgvraag die niet terechtkunnen in de reguliere opvangvoorzieningen.

Een goede opvangvoorziening is voor kinderen met een extra zorgvraag erg belangrijk: ook zij moeten de kans krijgen zich thuis te voelen in een veilige en prettige opvangomgeving waar gespecialiseerd pedagogisch medewerkers hen gericht stimuleren zich verder te ontwikkelen. Gespecialiseerde opvang ontlast en ondersteunt ook de ouders en eventuele broers en zussen.

Slide 3 - Tekstslide

Overzicht en kenmerken van gespecialiseerde opvang
Het is lastig een precies beeld te geven van organisaties in de gespecialiseerde opvang. Dat komt omdat er regionale verschillen zijn, waardoor namen, doelgroepen en doelen kunnen verschillen. Een aantal organisaties biedt bovendien niet alleen dagopvang aan, maar ook 24-uursopvang.
De laatste jaren zie je ook vaak dat organisaties ‘zomaar’ verdwijnen. Ze gaan fuseren, krijgen een andere naam en/of splitsen zich af. De situatie van vandaag kan een andere zijn dan die van morgen

Slide 4 - Tekstslide

Gespecialiseerde opvang
  • dagbehandeling jonge kind;
  • medisch kinderdagverblijf;
  • therapeutische peutergroepen;
  • kinderopvang plus, inclusief peuterspeelzaal-plus en bso-plus;
  • naschoolse dagbehandeling tot 12 jaar;
  • naschoolse dagbehandeling 12 jaar en ouder;
  • kinderdienstencentrum;
  • schippersinternaat;
  • behandelgroepen in de jeugdzorg;
  • begeleid wonen, kamertraining en fasehuizen.









Slide 5 - Tekstslide

Wanneer is er sprake van een gespecialiseerde opvang ?
Bv: Het kind heeft heel specifieke ondersteuning nodig die de reguliere opvang niet kan bieden. Het kind heeft bijvoorbeeld een ernstige vorm van epilepsie, waardoor medisch-specialistische kennis bij de pedagogisch medewerker nodig is.

In de gespecialiseerde opvang is altijd sprake van een multidisciplinaire samenwerking, zoek op wat dit is en wie er in het pedagogisch werk bij deze samenwerking horen.

Slide 6 - Tekstslide

Multidisciplinaire samenwerking
Multidisciplinaire samenwerking is de beroepsmatige samenwerking tussen mensen uit verschillende disciplines of vakgebieden, waarbij ieder zijn eigen expertise inbrengt.

Dankzij de multidisciplinaire samenwerking krijgt het kind of de jongere die ondersteuning en begeleiding die het nodig heeft om zich optimaal te ontwikkelen. De samenwerking leidt namelijk tot het delen van kennis: iedere beroepskracht kan van een andere beroepskracht leren

Slide 7 - Tekstslide

Voorbeelden 
Rashja (3 jaar) is vaak heel driftig. De orthopedagoog geeft adviezen aan de gespecialiseerd pedagogisch medewerkers hoe zij hiermee moeten omgaan.

Nanouk (2 jaar) heeft coördinatieproblemen. De fysiotherapeut oefent haar coördinatie op een skippybal. Ook de pedagogisch medewerkers voeren deze oefeningen op aanwijzing van de fysiotherapeut uit.

Melle (5 jaar) heeft ernstige communicatieproblemen. In de communicatie wordt gebruikgemaakt van verschillende ondersteunende communicatiemiddelen, waaronder gebarentaal. Ook de gespecialiseerd pedagogisch medewerkers gebruiken de ondersteunende communicatiemiddelen.

Slide 8 - Tekstslide

Wie werken er in een multidisciplinair team?
Orthopedagoog
Kinderrevalidatiearts
AVG - Arts verstandelijk gehandicaptenzorg
Kinderfysiotherapeut
Kinderergotherapeut
Kinderlogopedist
Vaktherapeuten



Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Ondersteunen van kinderen, ouders en opvoeders

Helaas verloopt opvoeden niet zoals verwacht. Ouders kunnen thuis problemen ervaren. Het kan ook zijn dat jij bijzonderheden bij een kind signaleert.  Welke signalen heb jij wel eens gezien bij een kind?


Verschillende soorten ondersteuning:

1. Interne Ondersteuning

2. Externe ondersteuning

Slide 11 - Tekstslide

Interne ondersteuning

Kind wordt geholpen door iemand van de (opvang)organisatie zelf.

Wanneer jij bij kinderen iets merkt waar jij geen raad mee weet

1. Ga in gesprek met collega's

2. Bespreek eventueel met leidinggevende

3. Eventueel zorgcoordinator inschakelen

Slide 12 - Tekstslide

Externe ondersteuning

Er wordt ondersteuning geboden door externe begeleider. Het gaat om ondersteuning van iemand buiten de (opvang) organisatie.

Mochten er eerdere bijzonderheden zijn geweest  en er hulpverleners bij betrokken zijn geweest. Is het verstandig om hier advies over in te winnen.

Daarna vindt er altijd eerst een intakegesprek plaats.

Let erop, dat er soms toestemming van ouders nodig is.


Hebben jullie wel eens kinderen moeten doorwijzen naar een externe instantie?

Slide 13 - Tekstslide

Zorg Advies Team (ZAT)

Zorgt ervoor dat problemen bij kinderen en jongeren op tijd worden aangepakt.

In een ZAT werken ; leerkrachten, GPM'ers en zorgverleners samen.

  • Meestal zijn onder andere; school, kinderopvang, de gemeente en jeugdgezondsheidszorg betrokken.
  • Aangedragen casussen worden pas besproken als ouders hier toestemming voor geven. Soms bespreek je een casus anoniem

Heeft iemand van jullie wel eens met een Zorg Advies Team  gewerkt?

Slide 14 - Tekstslide

Wie werken er in een
multidisciplinair team
op een kinderopvang?

Slide 15 - Woordweb

Welke twee soorten ondersteuning zijn er?

Slide 16 - Open vraag

Wat doet een ZAT?

Slide 17 - Open vraag

Volgende bijeekomst gaat over:

Stoornissen/beperkingen binnen de lichamelijke ontwikkeling

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video

Snelle - de Reünie 
Wat is de boodschap van deze videoclip?

Slide 20 - Tekstslide

Module Gespecialiseerde activiteiten

Bijeenkomst 2 

Slide 21 - Tekstslide

 Lichamelijke ontwikkeling

Een kind kan natuurlijke aanleg hebben voor problemen in de lichamelijke ontwikkeling. Ook kunnen er lichamelijke problemen vanaf of na de geboorte. Je kan te maken krijgen met beperkingen en achterstanden in de lichamelijk ontwikkeling van het kind.



Zoek op welke beperkingen we in de lichamelijke ontwikkelingen bij een kind/jongere kunnen onderscheiden. 






Slide 22 - Tekstslide

Soorten beperkingen

- Zintuigelijke beperkingen (slecht zien, blind, slecht horen, doof, spraakproblemen)
- Neurologische beperkingen (epilepsie, taalproblemen, open ruggetje)
- Motorische beperking (problemen met lopen, zitten, staan, evenwicht en het bewegen van handen en armen
- Orgaanbeperking (hart- en vaatziekten, darmproblemen, astma, suikerziekte of problemen met plassen of ontlasting)



Slide 23 - Tekstslide

Doofheid en slechthorendheid

Bij slechthorendheid is sprake van een gehoorverlies van dertig decibel of meer. Van doofheid is sprake als iemand zelf met een gehoorapparaat geen gesprek met een persoon kan volgen.


Hoe wordt het ontdekt bij kinderen?

  • Ouders merken vaak dat een baby niet goed hoort.
  • Ontwikkeling brabbelen verloopt anders.

Gaberen kan voor sommige mensen erg belangrijk zijn!! 



Aanpak: Hulp van ambulant begeleider, gewone school of school voor slechthorende  (cluster 2)

Slide 24 - Tekstslide

Blindheid en slechtziendheid

Bekende oorzaak van oogafwijkingen is een ernstig zuurstoftekort rond de geboorte en/of vroeggeboorte. Dit kan ook een verstandelijke of motorische handicap veroorzaken.

Hoe wordt het ontdekt bij kinderen?

  • Veel gevallen zal het ouders/ en of artsen opvallen dat een kind zich anders gedraagt of ontwikkelt.
  • Aantrekkelijke voorwerpen/toestellen vallen niet op.


Aanpak : Dankzij jouw emotionele ondersteuning kan een blind of slechtziende zich veilig voelen. Repect voor autonomie en structuur!!  (cluster 1)

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Video

Problemen met motoriek


  • Cerbrale parese

- Spastisch CP: de spieren van het kind voelen stijf en strak. Meeste kinderen hebben deze vorm.

- Dyskinetisch CP: de spieren van het kind bewegen onwillekeurig

- Atactisch CP: de persoon maakt schokkerige bewegingen


Oorzaak: beschadiging tijdens/na geboorte, vroeggeboorte, te laag geboortegewicht, erfelijk, alcohol of drugsgebruik, moeilijkheden tijdens zwangerschap

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Video

Spierziekten

De meeste daarvan zijn erfelijk (200.000 mensen in Nederland).

  • Spierdystrofie van duchenne (komt met name bij jongens voor, spieren breken langzaam af en dan word je minder sterk. Wordt niet oud!!!)
  • Multi Scelorese (MS) ziekte van het centrale zenuwstelsel   --> bij MS zit probleem in zenuwstelsel, niet in de spieren.
  • Spinale musculaire atrofie (SMA) verzamelnaam van voor een groep spierziekten


 

Slide 29 - Tekstslide

Developmental coordination disorder (DCD)

Is een stoornis in de ontwikkeling van de coordinatie van bewegen (motorisch). Nog onduidelijk hoe dit veroorzaakt wordt.

- moeite met soepel bewegen

- erg onhandig

- moeite met aanleren en uitvoeren van motorische taken

Slide 30 - Tekstslide

Aangeboren afwijkingen

Aangeboren afwijkingen: denk aan ; klompvoetje of hazenlip. 

Schisis/hazenlip is de meest voorkomende aangboren afwijking (1 op de 600 geboortes)

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Video

Epileptische aanvallen vallen onder
A
zintuigelijke beperking
B
motorische beperking
C
neurologische beperking
D
orgaanbeperking

Slide 33 - Quizvraag

Hoe gaan andere kinderen ermee om?

  1. Praat met de andere kinderen over wat de ziekte of aandoening hun klasgenoot of groepsgenoot inhoudt. Dit kan plagen en pesten voorkomen. 
  2. Spreek met elkaar af waar je rekening mee zou kunnen houden om alle kinderen in de groep het gevoel te geven dat ze erbij horen. 
  3. Of oefen met de kinderen hoe het is om bijvoorbeeld blind te zijn.

Slide 34 - Tekstslide

Expert Werkvorm
Jullie werken als duo binnen het multidisciplinaire team van 'BSO de Sterre' en moeten het team van PM'ers en GPM'ers een advies geven over de begeleiding van de onderstaande 7 kinderen.
Per punt geef je advies bestaande uit 3 aandachtspunten voor de begeleiding

  • twee kinderen hebben de diagnose ADHD (zijn erg druk);
  • een kind heeft de diagnose ADD (kan zich niet goed concentreren);
  • een kind heeft een nierziekte en ligt regelmatig voor langere periodes in het ziekenhuis;
  • een kind heeft een niet ontwikkelde linkerhand;
  • een kind is slechtziend;
  • een kind zit vaak te dagdromen, dan heeft hij een ‘absence’, een korte periode dat hij er niet bij is. Dat komt door zijn epilepsie.






timer
10:00

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Tekstslide