1 décembre 2022

  • Voca
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

  • Voca

Slide 1 - Tekstslide

Buts & Planning
1. Ik kan vertellen wat ik afgelopen weekend heb gedaan
2. Ik kan de voltooid tegenwoordige tijd gebruiken in het Frans
Planning:
1. L'interro in stilte maken
2. Uitleg over de passé composé met être
3. aan de slag met de praktische opdracht

Slide 2 - Tekstslide

Au travail....
Ga naar ItsLearning voor het volgende:
Interro vocabulaire C/G et passé composé
Klaar?
Ga dan aan de slag met:

Exercices  29 et 30 (p. 82-84) Chapitre 2, Grammaire H

timer
15:00

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Le passé composé
De passé composé is de verleden tijd met 2 werkwoorden.
Bijvoorbeeld: Ik heb gegeten = j'ai mangé.

Tot nu toe heb je geleerd dat je een vorm van het werkwoord avoir gebruikt als hulpwerkwoord, maar soms gebruik je être.

Slide 8 - Tekstslide

Le passé composé
Bij 2 werkwoorden gebruik je être als hulpwerkwoord (er zijn er meer, maar voor nu deze twee werkwoorden als voorbeeld):
  1. Aller (= gaan)
  2. Arriver (= aankomen)
Bijvoorbeeld: 
  • Tu es allé = Jij bent gegaan.
  • Il est arrivé = Hij is aangekomen.

Slide 9 - Tekstslide

Le passé composé
Als het hulpwerkwoord être is, kan het voltooid deelwoord extra letters krijgen:

mnl ev
-
Je suis allé
Tu es allé
Il est allé
vrl ev
+e
Elle est allée
mnl mv
+s
Nous sommes allés
Vous êtes allés
Ils sont allés
vrl mv
+es
Elles sont allées

Slide 10 - Tekstslide

Klopt de zin in de passé composé?
Vous avez parti à Paris.
A
B

Slide 11 - Quizvraag

Je suis revenue à huit heures.
A
B

Slide 12 - Quizvraag

Il est tombée dans la piscine.
A
B

Slide 13 - Quizvraag

Elles sont arrivés à la maison.
A
B

Slide 14 - Quizvraag

Vervoeg het werkwoord être

Slide 15 - Open vraag

Kies de juiste vorm van het hulpwerkwoord.
Nous ... arrivés au Portugal.
A
es
B
sommes
C
sont
D
êtes

Slide 16 - Quizvraag

Tu ... allé au supermarché.
A
suis
B
es
C
est
D
sont

Slide 17 - Quizvraag

Ma soeur ... arrivée à l'heure.
A
êtes
B
es
C
est
D
suis

Slide 18 - Quizvraag

Les amis ... allés au cinéma.
A
sont
B
suis
C
est
D
êtes

Slide 19 - Quizvraag

Vul het voltooid deelwoord van het werkwoord tussen haakjes in.
Elle est ... à Lille. (arriver)

Slide 20 - Open vraag

Nous sommes ... à l'école. (aller)

Slide 21 - Open vraag

Les garçons sont ... en retard. (arriver)

Slide 22 - Open vraag

Tu es ... au marché. (aller)

Slide 23 - Open vraag

Sophie et Anne sont ... en France. (arriver)

Slide 24 - Open vraag

Vervoeg het werkwoord tussen haakjes in de passé composé.
Sarah ... à la maison. (rentrer)

Slide 25 - Open vraag

Nous ... en Espagne. (arriver)

Slide 26 - Open vraag

Les filles ... au concert. (aller)

Slide 27 - Open vraag

Ils ... chez moi. (rester)

Slide 28 - Open vraag

Verbuga
Op de volgende dia staat een link naar de website www.verbuga.eu. Oefen daar met de werkwoorden in de passé composé.
  1. In de kolom links vink je présent uit en de passé composé aan.
  2. In de kolom in het midden vink je 1 werkwoord aan: aller.
  3. In de kolom rechts vink je 1 werkwoord aan: arriver.
  4. Klik op confirmer.
  5. Je krijgt dan te zien welk werkwoord je moet vervoegen bij welke persoon. Vul het hulpwerkwoord en voltooid deelwoord in.
  6. Klik op suivant om naar de volgende vraag te gaan.

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Link

La roue
Vervoeg de werkwoorden in de passé composé.
Roue 1: pronoms personnels
Roue 2: aller, arriver

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

DEVOIRS
Apprendre: 
-Présent et passé composé les verbes er, -ir, re 
Faire:
inleveren stripverhaal

Slide 33 - Tekstslide