Wat is LessonUp
Lesbibliotheek
Kanalen
aiToolsTab
Inloggen
Start gratis
‹
Terug naar zoeken
Les 002
Welkom!
opwarmer
lesje werkwoordspelling
schrijven
1 / 30
volgende
Slide 1:
Tekstslide
NT2
Enseignement Secondaire
In deze les zitten
30 slides
, met
interactieve quizzen
en
tekstslides
.
Lesduur is:
60 min
Start les
Bewaar
Deel
Printen
Dit is niet oké
Onderdelen in deze les
Welkom!
opwarmer
lesje werkwoordspelling
schrijven
Slide 1 - Tekstslide
opwarmer
https://stories.nos.nl/video/2606043-kun-je-straks-nog-wonen-in-de-stad-of-jouw-dorp?utm_source=chatgpt.com
Slide 2 - Tekstslide
Werkwoordspelling!
Slide 3 - Tekstslide
Het gebeur... regelmatig dat men fouten maakt in werkwoordspelling.
A
gebeurd
B
gebeurt
C
gebeurdt
D
gebeurdde
Slide 4 - Quizvraag
Weet je wel wat het beteken.... als je werkwoordspelling echt beheerst!
A
betekend
B
betekent
C
betekende
D
betekente
Slide 5 - Quizvraag
Werkwoordspelling
Tegenwoordige tijd = simple present
word
ik word
je/jij/hij/zij/het - wordt
word jij?
leef jij?
jij leeft - leef jij
vinden
Slide 6 - Tekstslide
Kies het juiste werkwoord:
"Het vliegtuig ..."
A
land
B
landt
C
lant
Slide 7 - Quizvraag
(Worden) je broer ook zo gek van dat wachten?
A
Word
B
Wordt
Slide 8 - Quizvraag
Ik (vermoeden) dat jij dat ook niet echt grappig (vinden).
A
vermoet, vind
B
vermoedt, vindt
C
vermoed, vindt
D
vermoed, vind
Slide 9 - Quizvraag
werkwoordspelling
A
Hij bediend.
B
Hij bedient.
C
Hij bediendt.
Slide 10 - Quizvraag
werkwoordspelling
A
Het gebeurd regelmatig dat men fouten maakt in werkwoordspelling.
B
Het gebeurt regelmatig dat men fouten maakt in werkwoordspelling.
C
Het gebeurdt regelmatig dat men fouten maakt in werkwoordspelling.
Slide 11 - Quizvraag
Werkwoordspelling
't ex kofschip
fiets
ik fietste
wij fietsten
leven - lev - leef
ik leefde
wij leefden
+te(n) / +de(n)
Slide 12 - Tekstslide
Aan het begin van het jaar (besteden, vt) we veel tijd aan werkwoordspelling.
A
besteden
B
besteede
C
besteedden
D
besteeden
Slide 13 - Quizvraag
Engelse werkwoorden
hoe schrijf je het volgende werkwoord in de hij-vorm, vt: barbecueën
A
barbecuedde
B
barbecuede
C
barbecuete
D
barbecuette
Slide 14 - Quizvraag
werkwoordspelling
A
Hij heeft de boel belazerd.
B
Hij heeft de boel belazert.
C
Hij heeft de boel belazerdt.
Slide 15 - Quizvraag
werkwoordspelling
A
Hoe oud word je moeder morgen?
B
Hoe oud wordt je moeder morgen?
Slide 16 - Quizvraag
Toen hij gisteren niet (antwoorden) (verzuchten) ik dat ik er nu echt klaar mee ben.
A
antwoorde- verzuchtte
B
antwoordde, verzuchtte
C
antwoordde-verzuchte
D
antwoorde-verzuchte
Slide 17 - Quizvraag
werkwoordspelling
A
Gisteren begeleiden wij de vrouw naar huis.
B
Gisteren begeleidden wij de vrouw naar huis.
C
Gisteren begeleidde wij de vrouw naar huis.
D
Gisteren begeleide wij de vrouw naar huis.
Slide 18 - Quizvraag
werkwoordspelling
A
Zij heeft het huis geverft.
B
Zij heeft het huis geverfd.
C
Zij heeft het huis geverfdt.
Slide 19 - Quizvraag
werkwoordspelling
A
Dit word vaak gezien als saai.
B
Dit wordt vaak gezien als saai.
Slide 20 - Quizvraag
werkwoordspelling
A
Word eens volwassen!
B
Wordt eens volwassen!
Slide 21 - Quizvraag
werkwoordspelling
A
Lachend kwam zij binnen.
B
Lachendt kwam zij binnen.
C
Lachent kwam zij binnen.
Slide 22 - Quizvraag
werkwoordspelling
A
Manou verstuurt een brief.
B
Manou verstuurd een brief.
C
Manou verstuurdt een brief.
Slide 23 - Quizvraag
werkwoordspelling
A
Vindt jij werkwoordspelling lastig?
B
Vint jij werkwoordspelling lastig?
C
Vind jij werkwoordspelling lastig?
D
Vondt jij werkwoordspelling lastig?
Slide 24 - Quizvraag
werkwoordspelling
A
Het huis is afgebrandt.
B
Het huis is afgebrant.
C
Het huis is afgebrand.
Slide 25 - Quizvraag
werkwoordspelling
A
Hij onthoud alles wat ik vertel.
B
Hij onthoudt alles wat ik vertel.
Slide 26 - Quizvraag
werkwoordspelling
A
Zij downloadt het document.
B
Zij download het document.
Slide 27 - Quizvraag
werkwoordspelling
A
Ik heb alle ingrediënten gemixd.
B
Ik heb alle ingrediënten gemixt.
C
Ik heb alle ingrediënten gemixed.
D
Ik heb alle ingrediënten gemixet.
Slide 28 - Quizvraag
werkwoordspelling
A
Ik heb de mail gedeletet.
B
Ik heb de mail gedeleted.
C
Ik heb de mail gedelete.
D
Ik heb de mail deleted.
Slide 29 - Quizvraag
Les 002
Slide 30 - Tekstslide
Meer lessen zoals deze
Spelling T2L5: Ik, jij of wij
November 2025
-
14 slides
Nederlands
Lager onderwijs
Leerjaar 4
Thema Wonen - Opdracht 1
September 2026
-
14 slides
newEditor
Algemene Vorming
Buitengewoon secundair onderwijs
Leeftijd 17
Nationale feestdag: Waarom vieren we feest op 21 juli?
Mei 2026
-
13 slides
newEditor
Geschiedenis
Burgerschapskunde
Lager onderwijs
Leerjaar 4-6
LessonUp Inspiration
Les 2: De list van Ambiorix
Oktober 2025
-
23 slides
Wereldoriëntatie
Gallo-Romeins Museum
Lager onderwijs
Leerjaar 3-6
T2L9: Supertalenten
Oktober 2025
-
10 slides
Nederlands
Lager onderwijs
Unscramble and connect!
Maart 2025
-
4 slides
Lower Secondary (Key Stage 3)
Upper Secondary (Key Stage 4)
Further Education (Key Stage 5)
Teaching and Learning Techniques
Werkfiche 02: Boodschappen met € 20
8 dagen geleden
-
14 slides
newEditor
Rekenen
Werkfiche 01: Ik ben ziek. Wat nu?
8 dagen geleden
-
13 slides
newEditor
Nederlands