Notenschrift en intervallen (Muziek vwo), les 2: Examentraining

VAKTHEORIE · TOONHOOGTE

EXAMENTRAINING

Notenschrift en intervallen: zo pak je examenvragen aan

1 / 19
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMuziekMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining met vier vraagtypen: noten lezen in drie sleutels, voortekens en noteren, intervallen in notenschrift en intervallen herkennen op gehoor. Acht vragen, waarvan twee luistervragen.

Onderdelen in deze les

VAKTHEORIE · TOONHOOGTE

EXAMENTRAINING

Notenschrift en intervallen: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Gerarus / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE

WAT GA JE KUNNEN?

Ik kan in drie sleutels noten lezen, melodieën met voortekens noteren en intervallen benoemen, ook als ik ze alleen hoor.

Deze slide heeft geen instructies

♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE

ZO PAK JE EEN EXAMENVRAAG AAN

  • 1. Lees: wat wordt er gevraagd? Een noot, een voorteken of een interval?

  • 2. Kijk: zie je een g-, f- of c-sleutel, en welke voortekens staan er?

  • 3. Tel of luister: tel letternamen en halve tonen, of luister twee keer en volg de melodie.

  • 4. Controleer: klopt de naam van het interval met het aantal halve tonen?

Deze slide heeft geen instructies

De middelste C in de g-sleutel, f-sleutel, altsleutel en tenorsleutel

♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE

VRAAGTYPE 1: NOTEN LEZEN IN DRIE SLEUTELS

  • Je ziet een noot in de g-, f- of c-sleutel en zegt welke noot het is.

  • Kijk eerst naar de sleutel: de middelste C staat in elke sleutel ergens anders.

  • Tel vanaf een bekende noot: G in de g-sleutel, F in de f-sleutel, C in de c-sleutel.

A1: muzieknotatie of partituur volgen. Laat leerlingen eerst de middelste C zoeken. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

De sleutel is een altsleutel. Welke noot zie je?

A

F

B

A

C

E

D

G

Bovenste lijn in de altsleutel: G (de middelste lijn is C). Wie F kiest, leest de bovenste lijn als g-sleutel. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

Welke noot zie je in deze f-sleutel?

A

E

B

A

C

F

D

C

Boven de balk met f-sleutel staat op het eerste hulplijntje de middelste C. Wie A kiest, leest de bovenste lijn. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

Vier kruisen en vier mollen bij de g-sleutel en de f-sleutel

♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE

VRAAGTYPE 2: VOORTEKENS EN NOTEREN

  • Je ziet een noot met voortekens bij de sleutel en benoemt de klinkende toon.

  • Zoek eerst of de naam van de noot in de voortekens staat.

  • Bij het noteren zet je eerst de voortekens bij de sleutel, dan de noten.

A1: noteren van een aangeboden melodie in de g- en f-sleutel met maximaal vier voortekens. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

Welke toon klinkt bij deze noot?

A

A

B

A met mol (as)

C

B met mol (bes)

D

G met mol (ges)

De drie mollen staan op B, E en A. De noot in de eerste ruimte van de f-sleutel is A, dus klinkt hij als as. Wie A kiest, vergeet de voortekens. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

Welke toon klinkt bij deze noot?

A

G

B

G met mol (ges)

C

G met kruis (gis)

D

A met kruis (ais)

De vier kruisen staan op F, C, G en D. De noot op de tweede lijn is G, dus klinkt hij als gis. Wie G kiest, vergeet het derde kruis. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

Vanaf C: kleine secunde, kleine terts, overmatige kwart, verminderde kwint, kleine sext, klein septiem

♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE

VRAAGTYPE 3: INTERVALLEN IN NOTENSCHRIFT

  • Je ziet twee noten en benoemt het interval, ook in de f-sleutel.

  • Tel de letternamen voor de naam en de halve tonen voor rein, groot, klein, overmatig of verminderd.

  • Let op voortekens: een kruis of mol verandert het aantal halve tonen.

A1: intervallen herkennen en benoemen in notenschrift. De naam volgt uit het aantal letters. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

Welk interval vormen deze twee noten?

A

Overmatige kwart

B

Reine kwart

C

Reine kwint

D

Grote terts

F G A B zijn vier letters en 6 halve tonen: overmatige kwart. Wie reine kwart kiest, telt alleen de letters en let niet op de halve tonen. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

Hoeveel halve tonen telt een grote sext?

A

Acht

B

Negen

C

Tien

D

Elf

Grote sext is negen halve tonen, kleine sext acht. Wie acht kiest, verwart groot en klein.

Vanaf C: reine prime, grote secunde, grote terts, reine kwart, reine kwint, grote sext, groot septiem, rein octaaf

♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE

VRAAGTYPE 4: INTERVALLEN HERKENNEN OP GEHOOR

  • Je hoort een fragment en benoemt een interval, vaak tussen twee tonen die je moet aanwijzen.

  • Luister twee keer. Let op de richting: omhoog of omlaag.

  • Begin bij het interval waar je zeker van bent en redeneer verder.

Auditief bevraagd: reine prime, kleine en grote secunde, kleine en grote terts, reine kwart, reine kwint en rein octaaf. Luister de fragmenten twee keer. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding

Video: Strauss: Also sprach Zarathustra, Einleitung (Koninklijk Concertgebouworkest, Jansons). Wat leerlingen horen: een lange lage orgeltoon, daarna een roep van de trompetten met drie tonen (C, G, C). Goede antwoord voor de tweede en derde toon: reine kwart omhoog.

De trompetten roepen drie tonen. Welk interval vormen de tweede en derde toon?

A

Reine kwint

B

Grote terts

C

Rein octaaf

D

Reine kwart

De roep klinkt C, G, C. Van C naar G is een reine kwint, van G naar C een reine kwart; samen een octaaf.

Video: Bach: Prelude in C groot, BWV 846 (Alexandre Tharaud, Warner Classics). Wat leerlingen horen: een rustig stijgend patroon van losse tonen over dezelfde akkoordtonen. Goede antwoord: kleine terts (E naar G).

Een pianist speelt een stijgend patroon. Welk interval vormen de tweede en derde toon?

A

Kleine terts

B

Grote terts

C

Reine kwart

D

Grote secunde

Het patroon begint met C, E, G, C, E. E naar G is een kleine terts. Wie grote terts kiest, denkt aan C naar E.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Noten lezen in drie sleutels

2

Voortekens en noteren

3

Intervallen in notenschrift

4

Intervallen horen

Herhaal het vraagtype met de meeste stemmen met de bijbehorende uitlegdia uit les 1.

♪ VAKTHEORIE · TOONHOOGTE

TIPS VOOR OP HET EXAMEN

  • Zoek in een c-sleutel eerst de middelste C en tel van daaruit.

  • Kijk eerst naar sleutel en voortekens voordat je een noot benoemt.

  • De naam van een interval komt uit de letters, de kleur uit de halve tonen.

  • Luister bij een fragment twee keer en let op de richting van de sprong.

Deze slide heeft geen instructies