Herhaling

 Huiswerk
AFSPRAKEN HUISWERK:
- Digitale methode je maakt het op de computer.
Via magister naar (Nova nask max)

Als je het niet hebt kunnen maken tijdens de les, maakt je huiswerk altijd de avond van tevoren af.
Je krijgt een cijfer voor je huiswerk als je alle paragrafen van het hoofdstuk af hebt!!!!!
1 / 8
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 1

In deze les zitten 8 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

 Huiswerk
AFSPRAKEN HUISWERK:
- Digitale methode je maakt het op de computer.
Via magister naar (Nova nask max)

Als je het niet hebt kunnen maken tijdens de les, maakt je huiswerk altijd de avond van tevoren af.
Je krijgt een cijfer voor je huiswerk als je alle paragrafen van het hoofdstuk af hebt!!!!!

Slide 1 - Tekstslide

par 1
1.1.1 Je kunt beschrijven waar de vakken nask en biologie over gaan.
1.1.2 Je kunt het verschil benoemen tussen een stof en een materiaal.
1.1.3 Je kunt met voorbeelden het verschil tussen natuurkunde en scheikunde uitleggen.

Slide 2 - Tekstslide

par 2
1.2.1 Je kunt benoemen wat je met je zintuigen kunt waarnemen.
1.2.2 Je kunt beschrijven hoe je voorzichtig aan onbekende stoffen moet ruiken.
1.2.3 Je kunt uitleggen waarom je bij natuurkunde en scheikunde nooit mag proeven van een stof.
1.2.4 Je kunt beschrijven wat de onderzoeksvraag en de conclusie van een onderzoek zijn.

Slide 3 - Tekstslide

par 3
1.3.1 Je kunt practicummateriaal herkennen.
1.3.2 Je kunt de toepassing van practicummateriaal benoemen.
1.3.3 Je kunt de veiligheidsregels en veiligheidsmiddelen bij practicum noemen.
1.3.4 Je kunt de werking van de brander uitleggen.

Slide 4 - Tekstslide

par. 4


1.4.1 Je kunt van een aantal meetapparaten uitleggen waarvoor je ze gebruikt.
1.4.2 Je kunt het verschil uitleggen tussen analoge en digitale meetapparatuur.
1.4.3 Je kunt beschrijven wat een grootheid en wat een eenheid is.
1.4.4 Je kunt enkele meetapparaten aflezen.
1.4.5 Je kunt enkele eenheden naar elkaar omrekenen.

Soms wil je precies weten hoe ‘zwaar’ iets is. Met je zintuigen kun je dat niet precies bepalen. Je moet het dan meten met een weegschaal.

Slide 5 - Tekstslide

practicum
* Ik kan veilig en volgens voorschriften met de gasbrander werken.
* Je kunt de werking van de brander uitleggen.

Slide 6 - Tekstslide

              Leerdoelen:
1.1.1 Je kunt beschrijven waar de vakken nask en biologie over gaan.
1.1.2 Je kunt het verschil benoemen tussen een stof en een materiaal.
1.1.3 Je kunt met voorbeelden het verschil tussen natuurkunde en scheikunde uitleggen.
1.2.1 Je kunt benoemen wat je met je zintuigen kunt waarnemen.
1.2.2 Je kunt beschrijven hoe je voorzichtig aan onbekende stoffen moet ruiken.
1.2.3 Je kunt uitleggen waarom je bij natuurkunde en scheikunde nooit mag proeven van een stof.
1.2.4 Je kunt beschrijven wat de onderzoeksvraag en de conclusie van een onderzoek zijn.


1.3.1 Je kunt practicummateriaal herkennen.
1.3.2 Je kunt de toepassing van practicummateriaal benoemen.
1.3.3 Je kunt de veiligheidsregels en veiligheidsmiddelen bij practicum noemen.
1.3.4 Je kunt de werking van de brander uitleggen.
1.4.1 Je kunt van een aantal meetapparaten uitleggen waarvoor je ze gebruikt.
1.4.2 Je kunt het verschil uitleggen tussen analoge en digitale meetapparatuur.
1.4.3 Je kunt beschrijven wat een grootheid en wat een eenheid is.
1.4.4 Je kunt enkele meetapparaten aflezen.
1.4.5 Je kunt enkele eenheden naar elkaar omrekenen.

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide