Spelling: de tussenklank in samenstellingen

spelling: tussenklanken
tussenklank: -s, -n of geen!
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 11 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

spelling: tussenklanken
tussenklank: -s, -n of geen!

Slide 1 - Tekstslide

De tussen -s:
Hoofdregel
In samenstellingen wordt een -s geschreven, wanneer deze ook wordt uitgesproken.
Dus: moederskindje, dorpsplein, scheepswrak

Slide 2 - Tekstslide

De tussen -e of -en
Hoofdregel: De tussen -en wordt geschreven wanneer het eerste woord van de samenstelling een zelfstandig naamwoord is dat alleen een meervoud heeft op -en.

Slide 3 - Tekstslide

Het is dus: kippenei, want het meervoud van kip is alleen kippen. Maar het is aspergesoep en gedaanteverwisseling,
want het meervoud van asperge is asperges.
Maar het is aspergesoep en gedaanteverwisseling,
want het meervoud van asperge is asperges. En gedaante heeft twee meervoudsvormen: gedaanten en gedaantes.

Slide 4 - Tekstslide

Uitzonderingen:
Sommige woorden houden een -e als tussenletter.
De voorbeelden zie je zo!

Slide 5 - Tekstslide

1. Woorden die verwijzen naar een unieke persoon of zaak: zonnestraal, maneschijn en Koninginnedag.

Slide 6 - Tekstslide

2. In bijvoeglijke naamwoorden waarvan het eerste deel alleen maar wordt gebruikt als versterking van het bijvoeglijke tweede deel:
apetrots, beresterk, boordevol, reuzeleuk

Slide 7 - Tekstslide

3. Woorden van het type ‘dier+plant’ vallen (vanaf 2005) onder de hoofdregel en krijgen een tussen-n:
eendenkroos, rattenkruid, paardenbloem

Slide 8 - Tekstslide

Heb je de theorie begrepen?
Heb je voorbeelden opgeschreven? 

Slide 9 - Tekstslide

Extra oefenen kan op:
www.cambiumned.nl

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Link