AFP week 4.
Af regulering van de bloedsamenstelling.
ZH1 zorgvrager met een operatieve ingreep aan hart en bloedvaten in de borstholte.
AFP week 4.
Af regulering van de bloedsamenstelling.
ZH1 zorgvrager met een operatieve ingreep aan hart en bloedvaten in de borstholte.
Doel van de les.
Kennis van de functie nieren bij regulering bloedsomloop
kennis maken met Thoracale chirurgie en hart-long machine.
leren wat er komt kijken bij pre operatieve screening en post operatieve screening.
Wateruitscheiding.
Wat is terugresorptie?
Wat is ADH en wat doet het?
Wat is osmotische waarde?
Hoe beïnvloedt ADH de bloeddruk?
Weinig drinken / veel zweten
↓
Minder water in het bloed
↓
Bloed wordt geconcentreerder
↓
Osmotische waarde ↑
↓
ADH ↑
↓
Nieren halen meer water terug
↓
Minder urine + geconcentreerdere urine
↓
Meer water blijft in het bloed
↓
Osmotische waarde daalt weer
Regulering van de bloedsamenstelling.
Per dag ontstaat er ongeveer 178,5 liter voorurine.
Grootste deel van het water gaat terug naar het bloed.
Dit noemen we terugresorptie.
ADH zorgt dat de nieren water vasthouden.
Bij te weinig water:
bloed meer geconcentreerd.
meer ADH.
nieren houden meer water vast.
minder urine.
urine wordt geconcentreeder.
Meer water in het bloed --> bloedvolume
neemt toe, waardoor bloeddruk kan stijgen.
Zouten uitscheiding.
Wat zijn zouten en wat doen ze in ons lichaam? 180 l voorurine --> 4500 gr zout.
belangrijk voor vochtbalans en bloeddruk.
nieren halen zouten uit de voorurine terug (resorptie).
natrium houdt water vast.
Regeling van de zoutuitscheiding: Het RAAS.
bij een te lage bloeddruk.
renine --> nieren registreren lage bloedruk en geven renine af.
aniotensine --> renine zet angiotensinogeen om in angiotensine.
aldosteron --> angiotensine stimuleert de bijnierschorshormoon --> aldosteron komt vrij --> meer natrium terug naar het bloed --> bloedvolume stijgt.
vernauwing bloedvaten --> angiotensine vernauwt de arteriolen --> weerstand neemt toe.
RAAS = water en natrium vasthouden + bloedvaten vernauwen + bloeddruk omhoog.
Regeling van de zuurgraad.
Wat is zuurgraad?
Zuurgraad geeft aan hoe zuur of basisch een vloeistof is.
Wordt weergeven met de pH-waarde.
pH waarde wordt bepaald door de hoeveelheid waterstofionen (H) in een vloeistof.
Sleep het juiste woord naar de juiste pH waarde:
pH lager dan 7.
pH 7.
pH hoger dan 7.
Zuur.
Basisch
Neutraal
Regeling van de zuurgraad.
Waterstofionen (H)
veel H --> zuurder --> lagere pH.
weinig H--> basischer --> hogere pH.
normale pH bloed --> rond de 7,4 (licht basisch0.
Waarom is dit belangrijk.
pH moet zoveel mogelijk rond 7.4 blijven.
Te hoge/lage pH --> lichaam kan niet goed functioneren.
Rol van de nieren:
nieren helpten de pH op peil te houden.
Te veel H --> nieren scheiden H uit.
Waardoor wordt de hoeveelheid rode bloedcellen beïnvloed.
Door de nieren die het zuurstofgehalte registreren
Door de lever die gal aanmaakt.
Door de maag die voedingstoffen verteerd.
Door de nieren die rode bloedcellen afbreken.
Wat doen de nieren als het zuurstof gehalte in het bloed te laag is?
Ze geven meer insuline af.
Ze maken meer rode bloedcellen aan.
Ze nemen meer zuurstof op uit de lucht.
Ze geven meer EPO af
Wat doet EPO.
Het stimuleert het hart om meer bloed aan te maken.
Het stimuleert de longen om sneller zuurstof op te nemen.
Het stimuleert het rode beenmerg om meer rode bloedcellen aan te maken.
Het stimuleert de nieren om meer urine te maken.
Wat is (Cardio) thoracale chirurgie.
Onderdeel van de thoraxchirurgie.
d.m.v operaties behandelen van afwijkingen aan de organen in de:
borstholte.
longen.
hart.
aorta.
operatief corrigeren van de borstwand.
Welke ziektebeelden kunnen hieronder vallen?
Cardio --> hart. Thoracaal --> borstkas.
Preoperatieve screening.
Doel: patiënt zo goed mogelijk voorbereiden op de operatie en mogelijke risico's vooraf ontdekken.
Onderzoeken:
ECG --> elektrische activtieit en hartritme.
Echocardiogram --> hartspier, hartkleppen en pompfunctie.
X-thorax --> hart en longen.
Inspanningstest --> reactie van hart en lichaam op inspanning.
Longfunctieonderzoek --> werking van de longen.
Voorbereiding.
fysiotherapie --> doorademen en slijm ophoesten.
voeding --> voedingstoestand controleren.
Postoperatieve zorg.
Zorg na een operatie.
Waar letten we op na de operatie:
pijn --> goede pijnstilling helpt bij ademhaling en bewegen.
Harttamponade --> bloed/vocht in hartzakje --> hart kan zich minder goed vullen --> minder bloed rondpompen--> druk op het hart --> acute situatie.
thoraxdrain --> afvoer van bloed en vocht controleren.
wondzorg --> letten op roodheid, zwelling en lekkage.
steunkousen --> ondersteunen het been en verminderen zwelling.
mobilisatie --> bewegen stap voor stap op bouwen.
medicatie --> pijnstilling, bloedverdunners en maagbescherming.
Hart- longmachine en sternotomie.
Hart-longmachine (extracorpele circulatie)
Extra = buiten, Corporeel = lichaam, Circulatie = bloedsomloop.
neemt tijdelijk de functie van hart en longen over.
pompt het bloed door het lichaam.
voegt zuurstof (o2) toe.
verwijdert koolstofdioxide (CO2).
Sternotomie.
sternum = borstbeen.
borstbeen wordt in lengte geopend --> geeft de chirurg toegang tot het hart --> na de operatie wordt het borstbeen weer vastgezet.
Coronaire chirurgie.
Coronaire chirurgie.
operatie aan de kransslagaders.
kransslagaders voorzien de hartspier van zuurstofrijk bloed.
bij vernauwing/afsluiting krijgt de hartspier minder zuurstof.
CABG (Coronary Artery Bypass Grafting).
bijpassoperatie van de kransslagader.
er wordt omleiding langs de vernauwing gemaakt.
hierdoor kan het bloed weer naar de hartspier stromen.
Waarvan wordt bypass gemaakt?
Vena saphena magna (VSM) --> ader uit het been.
Arteria mammaria --> slagader uit de borstkas.
Aortaklep chirurgie.
Functie aortaklep.
tussen linkerhartkamer en aorta.
laat bloed richting de aorta stromen.
voorkomt dat bloed terugstroomt.
Problemen met de aortaklep:
stenose --> klep gaat niet goed open.
Insufficiëntie --> klep gaat niet goed dicht.
Aortaklep vervangen.
via sternotomie.
eventueel gebruik hart-longmachine.
vervanging door:
kunstklep.
biologische klep.
Na de operatie:
kans op ritmestoornissen.
hartritme wordt goed bewaakt.
soms tijdelijk een uitwendige pacemaker.
Aortachirurgie.
Operatie aan de aorta.
Aorta vervoert zuurstofrijk bloed van het hart naar het lichaa.
Waneer kan operatie nodig zijn?
aneurysma --> plaatselijke verwijding /verzwakking van de aorta.
dreigendeaortaruptuur --> risico dat de aorta scheurt.
arteriosclerose --> vaatwand wordt harder en minder elastisch.
aangeboren afwijkingen.
Behandeling:
Aangedane deel van de aorta wordt vervangen.
kunstof oartaprothese worden gebruikt.
Vaatveranderingen.
Arteriosclerose:
betekent verharding van de slagaders.
vaatwand wordt harder en stugger.
elasticiteit van de slagader neemt af.
slagader kan minder goed meerekken.
kan bijdragen aan hogere bloeddruk.
Aderverkalking --> processen waarbij slagaders dichtslibben. Dus foute benaming.
Vaatveranderingen.
Atherosclerose.
vetachtige stoffen/cholesterol die zich ophopen in de vaatwand.
hierdoor ontstaan plaques.
bloedvat wordt nauwer.
bloed kan moeilijker doorstromen.
plaque scheurt open --> bloedstolsel kan ontstaan--> slagader kan afgesloten raken --> bij kransslagader --> kans op hartinfarct.
Risicofactoren:
roken.
hoge bloeddruk.
diabetes.
ongunstig cholesterol/vetgehalte.
Verschillende aneurysma's
Wat is een aneurysma?
plaatselijke verwijding van een bloedvat.
vaatwand is verzwakt.
bij verdere verwijding --> grotere kans op scheuren (ruptuur).
TAA (thoracaal aorta-aneurysma).
thoracaal = borstkas.
verwijding van de aorta in de borstkas.
TAAA (thoraco-abdominaal aorta-aneurysma)
thoracaal = borstkas.
abdominaal = buik.
verwijding loopt van de borstkas door naar de buik.
Ritmechirurgie
Pacemaker.
bewaakt het hartritme.
vooral bij een te trage hartslag.
geeft kleine elektrische prikkels.
zorgt dat het hart voldoende blijft kloppen.
ICD implanteerbare cardioverter defibrillator.
bewaakt ook het hartritme.
vooral bij gevaarlijke snelle kamerritmestoornissen.
kan elektrische prikkels geven.
kan zo nodig een elektrische schok geven.
Ablatie