ZELFREGULATIE · HORMONEN
Examentraining
Hormonale regulatie: zo pak je examenvragen aan
ZELFREGULATIE · HORMONEN
Examentraining
Hormonale regulatie: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Sander van Ginkel / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
ZELFREGULATIE · HORMONEN
Wat ga je kunnen?
Ik kan een hormonale regelkring in een schema, grafiek of tabel analyseren en mijn antwoord onderbouwen met de juiste begrippen.
Deze slide heeft geen instructies
ZELFREGULATIE · HORMONEN
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: welke hormonen, klieren, waarden of weefsels staan in de opgave of in het schema?
2. Zoek: wat stijgt of daalt, en welke pijl, lijn of kolom daarbij hoort.
3. Redeneer: volg de keten van klier naar doelwitorgaan en terug naar de waarde.
4. Schrijf: gebruik de begrippen en noem oorzaak en gevolg, bijvoorbeeld met omdat en daardoor.
Deze slide heeft geen instructies
Negatieve en positieve terugkoppeling in een hormonale regelkring
ZELFREGULATIE · HORMONEN
Vraagtype 1: een regelkring in een schema
Lees eerst het schema: welke waarde wordt geregeld en welke klier of welk orgaan reageert?
Volg elke pijl en bedenk: geeft meer van het ene meer of juist minder van het volgende?
Een pijl die de afwijking tegenwerkt, hoort bij een negatieve terugkoppeling.
Voorbeeld: meer schildklierhormoon remt de hypofyse, dus de afgifte van schildklierhormoon daalt.
Image credit: Eigen schema, LessonUp
Welke pijl heeft een remmend effect op de EPO-afgifte?
Pijl P
Pijl Q
Pijl R
Pijl S
Meer zuurstof in het bloed geeft minder EPO uit de nier, dus pijl P remt. Pijlen Q, R en S versterken: meer EPO geeft meer rode bloedcellen en die geven meer zuurstof. Verwachte fout: pijl S kiezen omdat die terugloopt naar het begin van de lus. Image credit: Eigen schema, LessonUp
Op grote hoogte daalt de zuurstofconcentratie. Wat volgt op termijn?
Minder EPO en dus meer rode bloedcellen
Meer EPO en dus minder rode bloedcellen
Minder EPO en dus minder rode bloedcellen
Meer EPO en dus meer rode bloedcellen
Een lage zuurstofconcentratie laat de nier meer EPO maken en het rode beenmerg meer rode bloedcellen. Verwachte fout: denken dat een laag zuurstofgehalte de EPO-afgifte remt. Image credit: Eigen schema, LessonUp
ZELFREGULATIE · HORMONEN
Vraagtype 2: een grafiek lezen en rekenen
Lees eerst de assen en de eenheden. Bij twee lijnen horen soms twee verticale assen: kijk welke lijn bij welke as hoort.
Zoek de hoogste en de laagste waarde en het tijdstip waarop ze optreden.
Bij een rekenvraag: schrijf eerst de formule op en gebruik de getallen uit de grafiek.
Verandering in procenten = (nieuw min oud) gedeeld door oud, maal 100%.
Deze slide heeft geen instructies
Hoeveel later dan de glucosepiek wordt de insulinepiek bereikt?
0 minuten
30 minuten
60 minuten
90 minuten
De glucosepiek (8 mmol/L) ligt bij 30 minuten, de insulinepiek (60 mE/L) bij 60 minuten: 30 minuten later. Verwachte fout: 60 minuten kiezen, de tijd van de insulinepiek zelf. Image credit: Eigen grafiek, LessonUp
Glucose: van 8 naar 6 mmol/L. Daling in %?
Antwoord: 25%. Berekening: (8 min 6) gedeeld door 8 is 0,25, dus 25%. Verwachte fout: 2 door 6 delen en 33% vinden, of de 2 mmol/L als percentage noteren.
Peloton tijdens een wielerwedstrijd
ZELFREGULATIE · HORMONEN
Vraagtype 3: een context met sport of voeding
Een context geeft een situatie, zoals een wedstrijd of een maaltijd. Haal eerst de waarde eruit die verandert.
Bepaal of die waarde stijgt of daalt en welk hormoon of welke klier daarop reageert.
Redeneer dan stap voor stap tot de uitwerking op het doelwitorgaan.
Controleer of je antwoord de afwijking tegenwerkt: dat past bij negatieve terugkoppeling.
Image credit: Sander van Ginkel / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
Een wielrenner fietst uren en de glucose daalt. Wat doen de eilandjes?
Minder insuline en meer glucagon
Meer insuline en minder glucagon
Meer insuline en meer glucagon
Minder insuline en minder glucagon
Bij een dalende glucoseconcentratie remmen de eilandjes de insuline-afgifte en geven ze meer glucagon af, zodat de lever glycogeen afbreekt. Verwachte fout: meer insuline kiezen omdat de wielrenner energie nodig heeft.
Vlak voor de start stijgt de hartslag van een sprinter. Welk hormoon speelt mee?
Insuline uit de eilandjes
EPO uit de nier
Adrenaline uit de bijnier
Glucagon uit de eilandjes
Bij spanning geeft de bijnier adrenaline af, waardoor de hartslag omhoog gaat. Verwachte fout: glucagon kiezen omdat dat bij sporten hoort.
ZELFREGULATIE · HORMONEN
Vraagtype 4: afleiden uit een tabel
Een doelwitorgaan reageert alleen als zijn cellen een passende hormoonreceptor hebben.
Lees in een tabel per hormoon welke weefsels een receptor hebben: alleen die weefsels reageren.
Lees steeds de kolom van het juiste hormoon en tel zorgvuldig mee.
Deze slide heeft geen instructies
Een klier geeft veel van hormoon X af. Welke weefsels reageren?
Weefsel Q en weefsel S
Weefsel P en weefsel R
Weefsel P, Q en R
Alleen weefsel R
In de kolom van hormoon X staat ja bij P en R. Verwachte fout: de kolom van hormoon Z lezen, waar P, Q en R ja hebben. Image credit: Eigen tabel, LessonUp
Op welk hormoon reageren de meeste weefsels?
Hormoon X
Hormoon Y
Alle drie evenveel
Hormoon Z
Hormoon Z heeft drie weefsels met een receptor (P, Q en R), X heeft er twee (P en R) en Y heeft er twee (R en S). Verwachte fout: denken dat R het hormoon met de meeste weefsels bepaalt; R heeft receptoren voor alle drie. Image credit: Eigen tabel, LessonUp
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Een regelkring in een schema
Een grafiek lezen en rekenen
Een context met sport of voeding
Afleiden uit een tabel
Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen kort na met een voorbeeld.
ZELFREGULATIE · HORMONEN
Tips voor op het examen
Bepaal bij een regelkring eerst welke waarde wordt geregeld, en welke pijl de afwijking tegenwerkt.
Een klier maakt het hormoon, het doelwitorgaan reageert erop: noem ze niet door elkaar.
Rekenen met een grafiek: lees eerst de eenheid en de as af, schrijf dan de berekening stap voor stap op.
Insuline verlaagt en glucagon verhoogt de glucoseconcentratie; adrenaline verhoogt hem ook.
Deze slide heeft geen instructies