Balans, liquiditeitsbegroting en resultatenbegroting havo 4

Test Balans, liquiditeitsbegroting en resultatenbegroting 
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
ANT2+Middelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Test Balans, liquiditeitsbegroting en resultatenbegroting 

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen
Je weet voor jezelf of je een balans, een resultatenbegroting en een liquiditeitsbegroting kan opstellen 

Slide 2 - Tekstslide

1e ronde: 4 keer swipen

Slide 3 - Tekstslide

Balans
Resultaten
overzicht
Liquiditeits-overzicht
Ontvangsten
Bezittingen
Opbrengsten
Vermogen
Kosten
Uitgaven

Slide 4 - Sleepvraag

Kosten
Opbrengsten
geen kosten of opbrengsten
Loonkosten
Omzet
Afschrijving
Aflossing
Interestkosten
Huurbetaling
BTW

Slide 5 - Sleepvraag

Brutowinst
Bedrijfskosten
Inkoopwaarde
Nettowinst
Omzet

Slide 6 - Sleepvraag

Een rijwielhandelaar verkoopt een fiets voor € 250,-.
De inkoopprijs van de fiets is € 170,-.   De btw is 21%.
De bedrijfskosten zijn € 2.500,- Hij verkoopt 100 stuks. 
Vul het schema in en bereken de brutowinst en de nettowinst.
_____________________________
_____________________________
Omzet
Inkoopwaarde

Brutowinst
Bedrijfskosten
Nettowinst
€ 2.500,-
€ 17.000,-
€ 25.000,-
€ 8.000,-
€ 5.500,-

Slide 7 - Sleepvraag

2e ronde: multiple choicevragen

Slide 8 - Tekstslide

Neem je de btw op in je liquiditeitenbegroting?
A
JA
B
NEE

Slide 9 - Quizvraag

Waardoor gaan de meeste startende ondernemers failliet?
A
Te weinig ervaring
B
Te weinig klanten
C
Te veel kosten
D
Slechte liquiditeit

Slide 10 - Quizvraag

Wat staat er op een liquiditeitsbegroting?
A
Kosten en opbrengsten
B
Kosten en ontvangsten
C
Uitgaven en opbrengsten
D
Uitgaven en ontvangsten

Slide 11 - Quizvraag

De resultatenbegroting is altijd inclusief BTW
A
Juist
B
Onjuist

Slide 12 - Quizvraag

Een resultatenrekening of winst & verliesrekening geeft inzicht in:
A
Ontvangsten en uitgaven
B
Opbrengsten en kosten
C
Bezittingen en vermogen

Slide 13 - Quizvraag

Te betalen BTW staat
A
Op de balans en de resultatenrekening
B
Op de balans
C
Op de resultatenrekening
D
Op geen van beiden

Slide 14 - Quizvraag

3e ronde: toepassingsvragen

Slide 15 - Tekstslide

Afschrijvingen staan op
A
Op de balans en de resultatenrekening
B
Op de liquiditeitenrekening
C
Op de resultatenrekening
D
Op de balans en de liquiditeitenrekening

Slide 16 - Quizvraag

Mijn loon van het café waar ik werk is betaald op 30 augustus 2025 en dat zie ik terug:
A
Op de resultaten-rekening van augustus
B
Op de liquiditeits-rekening van augustus
C
Op de resultaten-begroting van augustus
D
Op de liquiditeits-begroting van augustus

Slide 17 - Quizvraag

Eenmanszaak Pascal leende € 5.000 van de vennootschap onder firma Pharrilja. Hoe komt dit in de financiële overzichten terug van Pascal en Pharrilja:
A
EZ Pascal: Pharrilja is debiteur VoF Pharrilja: Pascal is crediteur
B
EZ Pascal: Pharrilja is crediteur VoF Pharrilja: Pascal is crediteur
C
EZ Pascal: Pharrilja is debiteur VoF Pharrilja: Pascal is debiteur
D
EZ Pascal: Pharrilja is crediteur VoF Pharrilja: Pascal is debiteur

Slide 18 - Quizvraag

Op 28 dec. ontvangt VoF Verhoeven de verzekeringspolis over 2025. De jaarpremie bedraagt €1.200. Op welke rekening verschijnt dat?
A
Op de resultaten-rekening van 2025
B
Op de liquiditeits-rekening van 2024
C
Op de resultaten-rekening van 2024
D
Op de liquiditeits-rekening van 2025

Slide 19 - Quizvraag

De lening over 2024 wordt terugbetaald op 1 jan. '25. In welke financiële overzichten verschijnt dat diezelfde dag?
A
Op de resultaten-rekening van 2025
B
Op de liquiditeits-rekening van 2024
C
Op de resultaten-rekening van 2024
D
Op de liquiditeits-rekening van 2025

Slide 20 - Quizvraag

Eenmenszaak Louiza betaalt de lening van de Rabobank over 2024 per INGbank terug op 31 dec. '24. Wat gebeurt er op de balans?
A
Vreemd vermogen daalt, bank ook
B
Vreemd vermogen stijgt, bank ook
C
Eigen vermogen daalt, bank ook
D
Vreemd vermogen daalt, bank stijgt

Slide 21 - Quizvraag

Meubelwinkel zithopper koopt 25 banken in voor totaal € 25.000 contant. Wat gebeurt er op op de balans?
A
Voorraden + € 25.000 Eigen verm. -€ 25.000
B
Voorraden + € 25.000 Bank -€ 25.000
C
Voorraden + € 25.000 Kas -€ 25.000
D
Voorraden + € 25.000 Crediteuren +€ 25.000

Slide 22 - Quizvraag

Meubelwinkel zithopper koopt 25 banken in voor € 25.000 op rekening. Wat gebeurt er op de balans?
A
Voorraden + € 25.000 Balans kas -€ 25.000
B
Voorraden + € 25.000 Bank -€ 25.000
C
Voorraden + € 25.000 Eigen verm. -€ 25.000
D
Voorraden + € 25.000 Crediteuren +€ 25.000

Slide 23 - Quizvraag

Meubelwinkel zithopper verkoopt diezelfde 25 banken voor € 30.000 op rekening. Wat gebeurt er op de balans?
A
Voorraden +€ 25.000 Eigen vermogen - € 30.000 Debiteuren + € 30.000
B
Voorraden - € 25.000 Eigen vermogen + € 5.000 Debiteuren + € 30.000
C
Voorraden + € 25.000 Eigen vermogen + € 5.000 Debiteuren - € 30.000
D
Voorraden - € 25.000 Eigen vermogen + € 5.000 Crediteuren + € 30.000

Slide 24 - Quizvraag

Ik heb het idee dat ik wel snap wat het verschil is tussen een liquiditeitsbegroting en een resultatenbegroting
A
JA
B
NEE

Slide 25 - Quizvraag