cross

H5 - De kerk in de late middeleeuwen

De Middeleeuwen
De kerk en ketterij 
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

De Middeleeuwen
De kerk en ketterij 

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoel
Aan het eind van deze lessen kun je: 

- Uitleggen wat het christelijk geloof in de late middeleeuwen inhield

- Beschrijven hoe de kerk in de late middeleeuwen was georganiseerd

- Uitleggen hoe de kerk in de late middeleeuwen omging met christenen met afwijkende geloofsopvattingen

- uitleggen hoe de verhouding tussen de christelijke kerk en de islam zich ontwikkelde.  

Slide 2 - Tekstslide

- Bevolkingsgroei + heropleving handel = ontstaan steden
- Verschil ontginningen en drieslagstelsel.
- Voordeel gilden: minder concurrentie, 
goedkoper transport
, opleiding, voorzieningen voor weduwen en wezen

Slide 3 - Tekstslide

'Momento Mori'


  • In de Middeleeuwen waren de meeste mensen in Europa christenen
  •  Leven na de dood - Mensen waren van nature zondig
  • Zonde = Wat God verboden heeft: Stelen of liegen
  • Biechten en goede daden zouden zonden weer goedmaken: Zorgen voor arme en zieke mensen
  • Gedenk te sterven --> Hemel of Hel

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Bidden en Heiligen
  • Doel bidden = bescherming of steun vragen van God.
  • Heilige vereering = iemand die voor het geloof is gestorven.
  • Reis naar een heilige plek = Bedevaart (Rome/Jeruzalem).
  • Relieken = botten van heiligen.

    Sint-Valentinus, Sint-Maarten, 
    Sint-Nicolaas, Sint-Sylvester 

    Slide 6 - Tekstslide

    Hoger, beter, mooier


    • Mensen wilden erg graag na hun dood in de hemel komen.
    • Om hun God te eren bouwden ze hoge kerken.
    • Ook konden ze zo laten zien hoe rijk de stad was.
    • Het geld voor de bouw kwam van de gilden, of van de handel in aflaten.
    • Met een aflaat kon je je zonden afkopen om tóch in de hemel te komen

    Slide 7 - Tekstslide


    Hoger, beter, mooier


    De bouw van de dom (latijn: domus, huis) in Keulen is begonnen in 1248, maar de kerk was pas in 1880(!) klaar. De bouw lag vaak jaren stil omdat het geld op was, of omdat delen van de kerk tijdens de bouw instorten. De beide torens van de kerk zijn ongeveer 160 meter hoog.

    Slide 8 - Tekstslide

    Aflaat brief
    De monnik Tetzel verkoopt aflaten

    Slide 9 - Tekstslide

    Organisatie van
    de kerk
    Alle gelovingen van een dorp of stadswijk = parochie. Een parochie had een eigen kerk en een eigen pastoor = een priester.


    Parochies in een bepaald gebied vormen een Bisdom. Een Bisdom werd bestuurd door een Bisschop = baas over de pastoors in het Bisdom.


    Bisschoppen werden benoemd door de Paus = Hoofd van de katholieke kerk (Rome)

    Slide 10 - Tekstslide

    Hoe noem je de geestelijke die de kerkdiensten voor de gelovigen verzorgt?
    timer
    0:20
    A
    Priester
    B
    Monnik
    C
    Bisschop
    D
    Kardinaal

    Slide 11 - Quizvraag

    Hoe noem je een bewijs dat de kerk je zonden heeft vergeven?
    timer
    0:20
    A
    een adellijke titel
    B
    reliek
    C
    oorkonde
    D
    aflaat

    Slide 12 - Quizvraag

    Wie was het hoofd van de katholieke kerk?
    timer
    0:20
    A
    Bisschop
    B
    Paus
    C
    Kardinalen
    D
    Priester

    Slide 13 - Quizvraag

    Hoe noem je iemand die voor het geloof is gestorven?
    timer
    1:00
    A
    Monnik
    B
    Priester
    C
    Heilige
    D
    Bisschop

    Slide 14 - Quizvraag

    Waarom was het bouwen van kerken en kathedralen zo belangrijk voor de Middeleeuwse mens? Noem 2 redenen.
    timer
    1:00

    Slide 15 - Open vraag

    Waarom kochten veel mensen in de Middeleeuwen een aflaat bij de kerk?
    timer
    1:00

    Slide 16 - Open vraag

    Waarom was de verkoop van aflaten gunstig voor de katholieke kerk?
    timer
    1:00

    Slide 17 - Open vraag

    Weektaak:
    1HV
    - Lezen paragraaf 5.3
    - Maken opdracht 2-10
    1V:
    - Lezen paragraaf 5.3
    - Maken opdracht 2-14

    Slide 18 - Tekstslide

    Heb je nog een vraag over de les?

    Slide 19 - Open vraag

    De Middeleeuwen
    De kerk, ketterij en kruistochten

    Slide 20 - Tekstslide

    Geloof in de
    Late Middeleeuwen

    Slide 21 - Woordweb

    Bedelorden
    • Verzet tegen de katholieke kerk; Té rijk en té machtig
    • Er werden nieuwe kloosterorden gesticht - nieuwe en strengere leefregels voor monnikenen en nonnen. 
    • Sommige bedelorden moeten bedelen voor levensonderhoud = Bedelorden

    Slide 22 - Tekstslide

    Ketters en inquisitie


    • Inquisitie =  kerkelijk rechtbank - ketters op de brandstapel
    • Ketterij = mensen die afweken van de officiële kerkelijke leer.
    • Tegen paus of katholieke geloof, joden, homoseksueel, wetenschappers..

    Slide 23 - Tekstslide


    Bijgeloof



    • Er gebeurden veel dingen om hen heen die zie niet begrepen: natuurrampen, hongersnoden, ziektes en overlijden.
    • De mensen vroegen hulp aan de kerk, maar die kon hen niet altijd helpen
    • Daarom waren de mensen erg bijgelovig: ze probeerden met witte magie ervoor te zorgen dat dingen toch goed gingen.

    Slide 24 - Tekstslide


    Heksen
    • Dingen die misgingen waren vaak de schuld van mensen die zich bezighielden met zwarte magie.
    • Er werd gezocht naar een zondebok, iemand die je de schuld kunt geven.
    • Deze zondebokken werden vaak gevonden in mensen die andere gewoonten hebben.
    • Zo werden sommige vrouwen (én mannen) van hekserij beschuldigd.

    Slide 25 - Tekstslide


    Vervolging van heksen
    • Om heksen te 'ontmaskeren' werden de meest vreselijke ondervragingen en proeven gebruikt.
    • Zo werden heksen gewogen of in het water gegooid om te kijken of ze te licht waren (en dus bleven drijven).
    • Heksen werden verbrand om er zeker van te zijn dat de duivel werd uitgedreven.
    Vermoedelijk zijn er in Europa ongeveer tussen 1450 en 1650 ongeveer 60.000 mannen en vrouwen als 'heks' terechtgesteld. Opvallend is dat de heksenvervolging eigenlijk pas aan het einde van de Middeleeuwen plaatsvond.

    Slide 26 - Tekstslide

    Joden
    • In de Middeleeuwen vonden de mensen de Joden 'vreemd' en 'onbetrouwbaar'.
    • Zo zouden zij het drinkwater hebben vergiftigd met de pest.
    • Joden moesten vaak in andere delen van de stad wonen (getto's), mochten geen eigen grond bezitten en ze mochten geen lid zijn van een gilde.
    • Daarom hadden ze vaak beroepen als: handelaar, bankier of juwelier.
    Als er in een middeleeuwse stad de pest uitbrak of er was een misdrijf gepleegd, dan werden de Joden vaak als schuldigen aangewezen. Het gevolg was een pogrom: een uitbarsting van Jodenhaat. De huizen van de Joden werden geplunderd en vernield. De Joden zelf werden mishandeld.

    Slide 27 - Tekstslide


    De rol van de kerk
    • De kerk deed erg weinig aan de vervolgingen van Joden en heksen
    • Het christelijke geloof was het enige ware geloof: alle andere geloven waren ketters en moest worden vernietigd.
    • Voor veel christenen waren het Joden geweest die Jezus hadden gekruisigd: dit konden ze niet vergeten.

    Slide 28 - Tekstslide

    Weektaak:
    1HV
    - Lezen paragraaf 5.3
    - Maken opdracht 2-10
    1V:
    - Lezen paragraaf 5.3
    - Maken opdracht 2-14

    Slide 29 - Tekstslide