Welkom leerlingen van 2J1!
doe je je jas uit?
leg je jouw telefoon(s) in de bak?
doe je je oortjes uit?
heb je je pet of capuchon af?
Dankjewel!
Welkom leerlingen van 2J1!
doe je je jas uit?
leg je jouw telefoon(s) in de bak?
doe je je oortjes uit?
heb je je pet of capuchon af?
Dankjewel!
Leerdoel en taaldoel
Leerdoel: ik kan vertellen wat uniek is aan een provincie.
Uniek = zeldzaam. Er is er maar 1 van.
Taaldoel: ik kan toepassen wat ik geleerd heb.
Toepassen = iets wat je kent ook echt doen.
Programma
Warming up!
Herhalen: samen oefenen.
Zelf op je laptop filmpje of filmpjes van provincies bekijken.
Samen bespreken wat je gezien hebt.
Goed gewerkt? Tijd over? Samen spelletje doen.
Warming up!
Zip Zap Zop.
Spelregels
houd afstand van elkaar
raak elkaar niet aan
kijk een ander aan tijdens het spel
ben je af? Ga je zitten.
minute
second
Samen aan de slag
Provincies raden.
Hoofdsteden raden.
Pak je laptop en ga naar lessonup.app.
Welke provincie is dit?
Noord-Brabant
Noord-Holland
Zuid-Holland
Zeeland
Wat is de hoofdstad van deze provincie?
Den Haag
Haarlem
Amsterdam
Rotterdam
Welke provincie is dit?
Limburg
Zeeland
Noord-Brabant
Groningen
Wat is de hoofdstad van deze provincie?
Maastricht
Middelburg
's-Hertogenbosch
Arnhem
Wat is de naam van deze provincie? En wat is de hoofdstad?
Zelf of in duo's aan de slag
Leerdoel: ik kan vertellen wat uniek is aan een provincie.
Pak een koptelefoon of oortje.
Ga naar Google en zoek op: SchoolTV Land in Zicht.
Zoek jouw provincie op en bekijk dat filmpje.
Schrijf op: wat is uniek aan jouw provincie? Wat heeft een andere provincie niet?
Klaar? Bekijk een filmpje van een andere provincie. Je mag zelf kiezen welke!
minute
second
Klassikaal bespreken
Leerdoel: ik kan vertellen wat uniek is aan een provincie.
Je gaat zo aan de klas vertellen:
welke provincie heb jij?
wat is de hoofdstad van jouw provincie?
wat is er uniek aan jouw provincie?
Spelregels
1 voor 1
Iedereen komt aan de beurt
Luister goed naar je klasgenoten!
Check
Leerdoel: ik kan vertellen wat de namen van de provincies en hun hoofdsteden zijn.
Taaldoel: ik kan toepassen wat ik geleerd heb.
Afronding
Heb je goed gewerkt vandaag?
Weet je nu meer over provincies?
Volgende week dinsdag: toets provincies. Neem een leesboek mee!
Volgende week woensdag: M&M vervalt.