In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
Welkom bij deze FLEXLES
Neem plaats/ga zitten
Device mag in jouw tas blijven
TTS Planagenda en etui mag op tafel
Ga alvast de tekst lezen
Geluidsniveau: STIL
Slide 1 - Tekstslide
Burgerschapsdoelen
Slide 2 - Tekstslide
Sport, voeding en gezondheid
Slide 3 - Tekstslide
Wat ga je leren/doen?
- Ik kan drie redenen opnoemen waarom mensen sporten.
- Fabels en feiten
- Sporten en voeding
- Opdracht: werkboekje opdracht: inleiding
Slide 4 - Tekstslide
Waarom sporten mensen?
Slide 5 - Open vraag
Slide 6 - Video
Waarom is vet eten zo lekker?
Slide 7 - Open vraag
Fabel of Feit?
Zijn de stelling op de volgende dia's een fabel (niet waar) of een feit (waar)?
Slide 8 - Tekstslide
De meeste vitamine C haal je uit groente
Fabel (niet waar)
Feit (waar)
Slide 9 - Poll
Fabel
Vitamine C zit met name in fruit zoals sinaasappel en kiwi en in sommige groentesoorten waaronder paprika en kool. In veel andere groenten zit een stuk minder vitamine C, maar zitten tal van andere vitamines en mineralen.
Slide 10 - Tekstslide
Vetten heb je ook nodig in je eetpatroon.
Fabel (niet waar)
Feit (waar)
Slide 11 - Poll
Feit
Er zijn vitamines die alleen in vetten zitten. Daarnaast is vet een belangrijke bouwstof. Sommige vetten zijn wel slecht voor de gezondheid, dit zijn verzadigde- en transvetten.
Slide 12 - Tekstslide
Je hebt vlees nodig om genoeg eiwitten binnen te krijgen.
Fabel (niet waar)
Feit (waar)
Slide 13 - Poll
Slide 14 - Video
Hoelang moet je hardlopen om een hamburger van de Mac Donalds (big Mac) te verbranden?
A
15 minuten
B
30 minuten
C
45 minuten
D
2 uur
Slide 15 - Quizvraag
Voor hoeveel % bestaat een komkommer uit water?
A
50%
B
75%
C
85%
D
meer dan 96%
Slide 16 - Quizvraag
Bekijk op de volgende dia het filmpje over roken en sporten.
Er volgt daarna een vraag over het filmpje.
Slide 17 - Tekstslide
Slide 18 - Video
Wat is een 'kong' bij het freerunnen?
A
je zet alleen je handen neer en springt over iets heen
B
je springt eerst over iets heen en zet dan je handen neer
C
je draait om je as heen
Slide 19 - Quizvraag
Hoe hard gaat de snelste man ter wereld? (Usain Bolt)
A
44,7 km per uur
B
45,3 km per uur
C
43 km per uur
D
44,9 km per uur
Slide 20 - Quizvraag
Wat eet Lieke?
Wat eet Oma?
Slide 21 - Tekstslide
Verschillende dagmenu's
Een topsporter heeft natuurlijk een heel ander dieet dan een oma.