In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
Keuzedeel Booglassen les 2
MAG-lassen
Slide 1 - Tekstslide
Deze slide heeft geen instructies
Wat is MAG-lassen? Vertel in je eigen woorden.
Slide 2 - Open vraag
Deze slide heeft geen instructies
Introductie MAG-lassen
MAG-lassen = Metaal Actief Gas lassen.
Een elektrode en toevoegmateriaal worden door de lastoorts gevoerd.
Voordelen: breed inzetbaar, snel, goedkoop, geschikt voor robots.
Nadelen: lastig buiten te gebruiken, omvangrijke apparatuur, lasspetters.
Slide 3 - Tekstslide
Bij MAG-lassen gebruiken we een elektrisch booglasproces waarbij lasdraad continu wordt toegevoegd.
De lasdraad dient zowel als elektrode als toevoegmateriaal.
Een plasmaboog zorgt ervoor dat het werkstuk en de draad smelten.
Het actieve beschermgas beschermt het smeltbad tegen zuurstof, waardoor het niet verbrandt.
Deze methode is snel, veelzijdig en geschikt voor diverse staalsoorten. Een nadeel is dat de apparatuur groot is en lassen buiten lastig wordt door wind.
Beschermgas
Beschermgas: actief gas (bv. CO2 of mengsel van Argon en CO2).
Beschermt het smeltbad tegen zuurstof.
CO2 beïnvloedt de kwaliteit van de las.
Slide 4 - Tekstslide
Het actieve beschermgas in MAG-lassen, zoals CO2 of een mengsel van Argon en CO2, speelt een cruciale rol. Het beschermt het smeltbad tegen invloeden van de omringende lucht.
CO2 reageert met het smeltbad, wat zowel invloed heeft op de kwaliteit als de eigenschappen van de las. Hierdoor wordt MAG-lassen ook wel CO2-lassen genoemd. Dit beschermgas bepaalt mede de sterkte en duurzaamheid van de lasverbinding.
MAG-installatie
Bestaat uit:
Stroombron.
Draadaanvoermechanisme.
Slangenpakket met laspistool.
Gasfles met drukregelaar.
Slide 5 - Tekstslide
De MAG-installatie bestaat uit vier hoofdonderdelen:
Stroombron: Zorgt voor gelijkstroom en een veilige lasspanning.
Draadaanvoermechanisme: Voert de lasdraad van de haspel naar de toorts.
Slangenpakket met laspistool: Transporteert draad, gas en stroom naar de lastoorts.
Gasfles met drukregelaar: Bevat het beschermgas en reguleert de druk voor een constante gastoevoer.
Deze onderdelen werken samen om het lasproces nauwkeurig en veilig te laten verlopen.
Wat betekent de afkorting MAG?
A
Metaal Argon Gas lassen
B
Metaal Actief Gas lassen
C
Metaal Accu Gas lassen
D
Metaal Autogeen Gas lassen
Slide 6 - Quizvraag
MAG staat voor Metaal Actief Gas lassen, omdat er actieve gassen (CO₂ of Argon/CO₂) worden gebruikt.
Wat is de functie van het beschermgas bij MAG-lassen?
A
Het koelt het laspistool af
B
Het beschermt het smeltbad tegen zuurstof
C
Het zorgt voor meer spanning op de stroombron
D
Het transporteert de lasdraad naar de toorts
Slide 7 - Quizvraag
Beschermgas voorkomt dat zuurstof of stikstof de las aantast. Zonder gas zou de las poreus en zwak worden.
Waaruit bestaat een MAG-installatie?
A
Toorts, lashelm, PBM’s en gasfles
B
Transformator, laskabel en werkbank
C
Stroombron, draadaanvoer, slangenpakket, gasfles
D
Elektrodenhouder, lastoorts, transformator
Slide 8 - Quizvraag
De vier hoofddelen zijn stroombron, draadaanvoermechanisme, slangenpakket en gasfles met regelaar.
Stroombron
Zet wisselstroom om in gelijkstroom.
Zorgt voor veilige spanning en instelbare stroomsterkte.
Bepaalt de lasstroom via draadaanvoersnelheid.
Slide 9 - Tekstslide
Bij MAG-lassen is gelijkstroom nodig. De stroombron zet wisselstroom om in gelijkstroom met behulp van een transformator en gelijkrichter. Dit verlaagt de spanning tot een veilig niveau en maakt het mogelijk de stroomsterkte te regelen. De snelheid van de draadaanvoer bepaalt de hoeveelheid lasstroom. Op de stroombron zitten aansluitingen voor de las- en werkstukkabels
Draadaanvoermechanisme
Lasdraad wordt door transportrollen van een haspel naar de lastoorts gevoerd.
Snelheid is regelbaar voor een constante toevoer.
Slide 10 - Tekstslide
De lasdraad wordt van een haspel gehaald en via een transportmechanisme naar de lastoorts geleid. Transportrollen zorgen voor een constante toevoer door het slangenpakket. De snelheid kan worden ingesteld, wat invloed heeft op de stroomsterkte en de laskwaliteit. Bij een te hoge snelheid kan de draad gaan stotteren of de boog onregelmatig worden.
Slangenpakket met laspistool
Voert stroom, lasdraad, en beschermgas naar de toorts.
Toorts bevat:
Schakelaar voor stroom en draadaanvoer.
Gasmondstuk voor gelijkmatige gasverdeling.
Slide 11 - Tekstslide
Het slangenpakket transporteert de lasdraad, de stroom, en het beschermgas van de stroombron en gasfles naar de lastoorts. In de toorts vindt stroomoverdracht plaats via een contactbuisje.
De handgreep van de toorts heeft een schakelaar om het lassen te starten of te stoppen.
Het gasmondstuk verdeelt het beschermgas gelijkmatig rond de plasmaboog.
Gasfles met drukregelaar
Gasmengsel: 80-85% Argon en 20-15% CO2.
Drukregelaar verlaagt flesdruk naar werkdruk.
Gasverbruik wordt gemeten in liters per minuut.
Slide 12 - Tekstslide
De gasfles bevat een mengsel van Argon (80-85%) en CO2 (15-20%), dat onder hoge druk (max. 200 bar) wordt opgeslagen.
De drukregelaar verlaagt de druk naar werkdruk en zorgt voor een constante gasstroom.
Het gasverbruik wordt weergegeven in liters per minuut op de stromingsmeter.
Dit gasmengsel beschermt het smeltbad en zorgt voor een goede las. Het controleren van de gasdruk en stroming is essentieel voor een stabiele lasboog.
De lasdraad is een belangrijk onderdeel van het MAG-lassen. Het vervult twee functies:
Toevoegmateriaal: Smelt in de boog en wordt een deel van de las.
Elektrode: Voert stroom over naar het smeltbad.
De juiste draaddiameter en draadaanvoersnelheid zijn cruciaal om een goede las te krijgen. Te snel of te langzaam kan leiden tot defecten zoals spatten, grove druppels of een poreuze las.
Draadaanvoersnelheid
Hoge snelheid: diepe inbranding, meer spatten.
Lage snelheid: grove druppels, poreuze lassen.
Slide 14 - Tekstslide
De snelheid van de draadaanvoer bepaalt de stroomsterkte en de laskwaliteit:
Hoge snelheid: Zorgt voor diepe inbranding en een hoge lasrups, maar kan stotteren of meer spatten veroorzaken.
Lage snelheid: Kan leiden tot grove druppels, onregelmatigheden en een minder sterke las.
Het geluid tijdens het lassen geeft aanwijzingen: een constant sissend geluid betekent dat de snelheid goed is
Uitsteeklengte
Lengte van draad uit contactbuis.
Grote lengte: minder stroom, minder inbranding.
Slide 15 - Tekstslide
De uitsteeklengte is de afstand tussen de contactbuis en het smeltbad. Een korte uitsteeklengte betekent meer stroom en warmte, wat zorgt voor betere inbranding.
Lange uitsteeklengte: Minder stroom en minder warmte, wat kan leiden tot een zwakke, poreuze las.
Het is belangrijk om de uitsteeklengte constant te houden tijdens het lassen.
Wat gebeurt er bij een te hoge draadaanvoersnelheid?
A
De boog stopt en er ontstaat geen las
B
Er ontstaat een stabiele las met weinig spatten
C
Er smelt geen toevoegmateriaal meer
D
Er treedt diepe inbranding op maar ook meer lasspetters
Slide 16 - Quizvraag
Te hoge snelheid geeft diepe inbranding, maar kan onstabiele boog en veel spatten veroorzaken.
Wat gebeurt er als de uitsteeklengte te groot is?
A
Er komt meer stroom en meer inbranding
B
De las wordt zwakker en poreuzer
C
De draad raakt de contactbuis sneller verstopt
D
Het beschermgas werkt niet meer
Slide 17 - Quizvraag
Een langere uitsteeklengte verlaagt de stroom en warmte, wat leidt tot minder inbranding en poreuze lassen.
Contactbuisafstand
Afstand tussen contactbuis en werkstuk (~12 mm).
Gelijkmatige afstand = betere las.
Speciale tang voor onderhoud.
Slide 18 - Tekstslide
De contactbuisafstand is de ruimte tussen de contactbuis en het werkstuk, meestal rond 12 mm.
Een constante afstand zorgt voor een gelijkmatige las.
Door de afstand te variëren kun je de warmte-inbreng beïnvloeden.
Onderhoud van de contactbuis is cruciaal: gebruik een speciale tang om lasspetters te verwijderen en de draad te knippen. Dit voorkomt storingen.
Genormaliseerde lasposities
Lasposities volgens NEN-EN 287-1:
Hoeklassen: 1F, 2F, 3F, 4F.
V-lassen: 1G, 2G, 3G, 4G, 5G, 6G.
Gebruik van pijpen met verschillende hoeken.
Slide 19 - Tekstslide
Bij MAG-lassen gebruiken we genormaliseerde lasposities volgens de NEN-EN 287-1-norm. Dit maakt lassen overzichtelijk en gestandaardiseerd.
Hoeklassen: Bijvoorbeeld 1F (onder de hand) of 4F (boven het hoofd).
V-lassen: Bijvoorbeeld 1G (horizontaal) of 6G (in pijp onder 45°).
Elke positie vraagt om specifieke technieken en vaardigheden.
Welke gasmengverhouding wordt vaak gebruikt bij MAG-lassen?
A
100% CO₂
B
50% Argon / 50% CO₂
C
80-85% Argon / 15-20% CO₂
D
100% Argon
Slide 20 - Quizvraag
Dit mengsel combineert de voordelen van Argon (stabiele boog) met CO₂ (diepe inbranding).
Wat geven de genormaliseerde lasposities aan?
A
De dikte van de lasdraad
B
Het type beschermgas dat nodig is
C
Het voltage van de stroombron
D
De hoek en positie waarin gelast wordt
Slide 21 - Quizvraag
Posities zoals 1F, 2F of 6G beschrijven of een las horizontaal, verticaal of onder een hoek gelast wordt.
Samenvatting
MAG-lassen: elektrisch booglasproces.
Lasdraad: toevoegmateriaal én elektrode.
Beschermgas: CO₂ of gasmengsel, voorkomt oxidatie.
Voordelen: snel, veelzijdig, geschikt voor robots.
MAG-lassen (Metaal Actief Gas) is een elektrisch booglasproces waarbij een continue lasdraad smelt als toevoegmateriaal én elektrode. Het beschermgas (CO₂ of een gasmengsel) voorkomt oxidatie en beïnvloedt de las. Voordelen: snel, breed toepasbaar, en geschikt voor robots. Nadelen: niet ideaal voor buiten en gevoelig voor lasspetters. Belangrijke factoren: draadaanvoersnelheid, uitsteeklengte, en contactbuisafstand. Toepasbaar in genormaliseerde lasposities zoals 1F, 2F, en 1G.