Schrijven: H3: Les 1: Van tekstdoelen naar bouwstenen

TRAJECT SCHRIJVEN

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsSecundair onderwijsBeroepssecundair onderwijsLeerjaar 7

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

TRAJECT SCHRIJVEN

Hoofdstuk 3: Structureren

Je leert …

... het tekstdoel gebruiken om keuzes te maken voor de opbouw van je tekst;

... geschikte bouwstenen selecteren voor je onderwerp en schrijfvraag;

... bouwstenen logisch ordenen;

... verschillende tekststructuren herkennen;

... een passende tekststructuur kiezen op basis van je tekstdoel en inhoud;

... je keuze voor een tekststructuur verantwoorden.

Wat is het verschil tussen een hoofdzaak en een bijzaak?

Waar staan we?

Onderwerp - tekstdoel - schrijfvraag - voorkennis - informatievragen - betrouwbare bronnen - informatie selecteren


We hebben dus heel wat bouwmateriaal.

En nu...

In welke volgorde gaan we al die informatie aan onze lezer geven? = STRUCTUREREN



Wat zijn bouwstenen?

Losse informatie breng je samen in grotere inhoudelijke onderdelen. Die onderdelen noemen we bouwstenen.


Mogelijke bouwstenen zijn bijvoorbeeld:

definitie – oorsprong/geschiedenis – oorzaken – kenmerken – gevolgen – oplossingen – voordelen – nadelen – verschillen – soorten – fasen


Niet elke tekst heeft dezelfde bouwstenen nodig.

Tekstdoel bepaalt mee de bouwstenen

  • Informeren: je lezer moet iets weten of begrijpen.

    • definitie – kenmerken – soorten – oorzaken – gevolgen...

  • Instrueren: je lezer moet weten hoe hij iets moet doen.

    • benodigdheden – fasen/stappen – aandachtspunten...

  • Argumenteren: je wilt een standpunt onderbouwen.

    • standpunt – argumenten – tegenargumenten – weerlegging...

  • Overtuigen / activeren: je wilt dat de lezer iets gelooft of doet.

    • probleem – gevolgen – voordelen – oplossing/maatregel...

Bouwstenen zijn geen vaste vakjes

Aandachtspunt:

Geen willekeurig bouwstenen kiezen

Je vertrekt vanuit:

schrijfvraag + tekstdoel + verzamelde informatie


Dan:

Welke grotere inhoudelijke onderdelen zie ik hierin?


Dat zijn je bouwstenen.

VOORBEELD

Schrijfvraag: Welke invloed heeft het gebruik van generatieve AI op de schrijfvaardigheid van leerlingen?


1. Gebruik / toepassingen: Hoe gebruiken leerlingen generatieve AI bij schrijfopdrachten?

2. Voordelen: Op welke manieren kan AI het schrijfproces ondersteunen?

3. Nadelen / risico's: Welke problemen kunnen ontstaan wanneer leerlingen AI gebruiken?

4. Gevolgen voor de schrijfvaardigheid: Welke invloed kan het gebruik uiteindelijk hebben op het zelf leren schrijven?


OEFENING BLZ 14

a)       Gebruik de schrijfvraag en de geselecteerde informatie uit de vorige hoofdstukken.

b)      Bekijk de bouwstenen. Welke bouwstenen helpen jou om je schrijfvraag volledig te beantwoorden? Noteer hier maximaal vijf bouwstenen.

c)       Noteer per bouwsteen kort welke informatie je in dat onderdeel wilt verwerken.

d)       Denk aan je lezer. Controleer of je lezer voldoende informatie krijgt.

Wat is een tekststructuur?

Een tekststructuur is de manier waarop de belangrijkste informatie in een tekst logisch geordend wordt.


De structuur hangt samen met:

  • het tekstdoel;

  • de schrijfvraag;

  • de inhoud;

  • de gekozen bouwstenen.

Mogelijke tekststructuren

  • Chronologische structuur: info geordend volgens de tijd.

  • Opsommende structuur: verschillende aspecten naast elkaar

  • Handelingsstructuur: stappen in een vaste volgorde.

  • Onderzoeksstructuur: vertrekt vanuit een onderzoeksvraag en werkt toe naar bevindingen/conclusie.

  • Probleemstructuur: bespreek een probleem, oorzaken/gevolgen en oplossingen.

  • Evaluatiestructuur: beoordelen obv voor- en nadelen of criteria.

  • Maatregelstructuur: bespreek een maatregel/oplossing en het effect

Welke structuur herken je?

Eerst open je de AI-tool. Vervolgens formuleer je een duidelijke prompt. Daarna beoordeel je het antwoord en ten slotte verwerk je bruikbare informatie in je eigen tekst.

A

Onderzoeksstructuur

B

Probleemstructuur

C

Opsommende structuur

D

Handelingsstructuur

Welke structuur herken je?

Generatieve AI kan tijdens het schrijven verschillende functies hebben. Leerlingen kunnen AI gebruiken om ideeën te verzamelen, om feedback te vragen, om formuleringen te verbeteren en om teksten te controleren.

A

Onderzoeksstructuur

B

Probleemstructuur

C

Opsommende structuur

D

Handelingsstructuur

Welke structuur herken je?

Steeds meer leerlingen gebruiken generatieve AI om volledige stukken tekst te laten schrijven. Daardoor bestaat het risico dat ze bepaalde schrijfvaardigheden minder zelfstandig oefenen. Een mogelijke aanpak is om duidelijke afspraken te maken over wanneer en waarvoor AI gebruikt mag worden.

A

Onderzoeksstructuur

B

Probleemstructuur

C

Opsommende structuur

D

Handelingsstructuur

VOORBEELD

Tekstdoel: informeren

Schrijfvraag: Welke invloed heeft het gebruik van generatieve AI op de schrijfvaardigheid van leerlingen?

Bouwstenen:

  • gebruik/toepassingen;

  • voordelen;

  • nadelen/risico's;

  • gevolgen voor schrijfvaardigheid.


Welke tekststructuur past het best? Opsommende structuur

OEFENING BLZ 16

a)       Welke tekststructuur past het best bij jouw tekst?

b)      Leg in enkele zinnen uit waarom je voor deze structuur kiest.

c)       Controleer of je tekststructuur aansluit bij je tekstdoel.

Welke bouwsteen is volgens jou het belangrijkst om jouw schrijfvraag te beantwoorden? Waarom?