Lezen les 9, 10 en 11

Leg klaar
Leesboek
Leerwerkboek deel A
Schrift / pen
Les 9

1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Leg klaar
Leesboek
Leerwerkboek deel A
Schrift / pen
Les 9

Slide 1 - Tekstslide

timer
10:00

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoel
Deze week werken we aan:

  • herhalen theorie 1.3 (les 1 en 2)
  • fictieopdracht en SO nieuwsbericht bespreken (les 3)

Slide 3 - Tekstslide

Planning
  • Leerdoelen 1.3 lezen
  • Samen lezen tekst 3 pagina 35
  • Werken aan de leestaak 1.3
  • Vooruitblik

Slide 4 - Tekstslide

Leerdoelen 1.3 (p. 22)
  • wat is een artikel  (= uiteenzetting)
  • onderwerp/hoofdgedachte van een tekst
  • opbouw alinea's
  • functies inleiding en slot
  • tekstverbanden herkennen
  • kennis voorgaande leerjaren (opdracht 1 a/b) 
timer
3:00

Slide 5 - Tekstslide

Wat is het tekstdoel van een uiteenzetting?
A
informeren
B
overtuigen
C
activeren
D
amuseren

Slide 6 - Quizvraag

Wat is het verschil tussen het onderwerp en de hoofdgedachte van een tekst?

Slide 7 - Open vraag

Hoe vind je een kernzin
in een alinea?
A
Is altijd de eerste zin.
B
Is altijd de laatste zin.
C
Andere zinnen geven uitleg over de kernzin.

Slide 8 - Quizvraag

Welke functie van de inleiding past het best bij een betoog?
A
onderwerp noemen
B
aanleiding noemen
C
mening geven
D
samenvatting geven

Slide 9 - Quizvraag

Welke tekstvorm heeft bijna
nooit een slot?
A
betoog
B
artikel
C
klachtenbrief
D
nieuwsbericht

Slide 10 - Quizvraag

De kerstvakantie was veel te kort, met als gevolg dat ik mijn boek nog niet uit heb.
A
concluderend verband
B
oorzaak/gevolg verband
C
middel/doel verband
D
samenvattend verband

Slide 11 - Quizvraag

Samen lezen tekst 3 p. 35
  • Welke woorden ken je niet?
  • Welke signaalwoorden kom je tegen? 

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

Aan de slag
Werk in je leerwerkboek en schrift.
Kijk steeds zelf na. Verbeter met een andere kleur.
Markeer signaalwoorden / zoek onbekende woorden op

1.3 leestaak: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25.
Let op! Vraag 23a dat in regel 42.

Keuze boek doorgegeven?

Slide 14 - Tekstslide

Vooruitblik
Les 2: verder met deze opdrachten

Les 3: bezig met fictietaak

Hoe ver ben jij met lezen?

Slide 15 - Tekstslide

Leg klaar
Leesboek
Leerwerkboek deel A
Schrift / pen
Les 10

Slide 16 - Tekstslide

timer
10:00

Slide 17 - Tekstslide

Planning
  • Werken aan de weektaak
  • Einde les: vooruitblik

Slide 18 - Tekstslide

Aan de slag
Werk in je leerwerkboek en schrift.
Kijk steeds zelf na. Verbeter met een andere kleur.
Markeer signaalwoorden / zoek onbekende woorden op.

1.3 leestaak: 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25.
Let op! Vraag 23a dat in regel 42.

Slide 19 - Tekstslide

Vooruitblik
Les 3: bezig met fictietaak

Hoe ver ben jij met lezen?
Hoe ver ben je met de weektaak?

Slide 20 - Tekstslide

Leg klaar
Leesboek
Leerwerkboek deel A
Schrift / pen
Les 11

Slide 21 - Tekstslide

timer
10:00

Slide 22 - Tekstslide

Planning
  • Werken aan je fictietaak
  • SO nieuwsbericht bespreken
  • Einde les: vooruitblik

Slide 23 - Tekstslide

Werken aan je fictietaak
  • Lees goed de opdracht door in de studiewijzer.
  • Werk in een Word-document.
  • Start met een voorblad met ... (zie studiewijzer).
  • Op de pagina’s erna werk je de opdrachten uit.
  • Vermeld welke opdracht het is en werk op volgorde van de opdrachten.
  • Schrijf steeds in hele zinnen. Denk ook aan interpunctie en spelling.
  • Zorg dat het geheel er overzichtelijk uit ziet.


Slide 24 - Tekstslide

Bespreken
SO nieuwsbericht schrijven

Beoordelingsmodel

Nalezen, weer inleveren

Slide 25 - Tekstslide

Vooruitblik
  • Weektaak af voor de eerste les van volgende week.
  • Inleveren fictieopdracht via Magister opdrachten uiterlijk dinsdag 16 januari 23.00 uur. Beoordeling: handelingsdeel.
  • Bezig met herhalen 3.3 en opstarten 3.4

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Leerdoelen 3.3 (p. 186)
  • Wat is een betoog?
  • Objectieve en subjectieve argumenten herkennen.
  • Argumenten kritisch lezen
  • Argumenten, tegenargumenten en weerlegging herkennen.

Slide 28 - Tekstslide

Betoog (p. 186)
  1. Inleiding: mening van de schrijver
  2. Kern: argumenten voor die mening
  3. Slot: samenvatting of conclusie

Tekstdoel: de lezer overtuigen van zijn/haar mening
Tekstsoort: betogende tekst
Tekstvorm: klachtenbrief, column, recensie

Slide 29 - Tekstslide

Recensie / beoordeling
  1. Inleiding: beschrijven van wat je beoordeelt (informeren)
  2. Kern: mening in beoordelingswoorden (overtuigen)

Tekstdoel: de lezer overtuigen van zijn/haar mening
Tekstsoort: betogende tekst
Tekstvorm: klachtenbrief, column, recensie

Slide 30 - Tekstslide

Beoordelen argumenten (p. 187)
  • Objectief: feiten/gegevens uit onderzoek.

  • Subjectief: meningen / ervaringen / vermoedens

Welk soort argumenten zijn het sterkst?

Slide 31 - Tekstslide

Tegenargument (p. 190)

  • als je het niet eens bent met een mening, dan geven we     een tegenargument
  • een tegenargument kun je herkenen aan woorden als: ik vind echter, maar ik vind....

Slide 32 - Tekstslide

Tegenargumenten en weerlegging
Niet eens met iemands argumentatie? 

  • Met een tegenargument ontkracht je een argument.
  • Met een weerlegging ontkracht je een tegenargument.

Slide 33 - Tekstslide

standpunt, argument, tegenargument en weerlegging
Er moet op school meer aandacht besteed worden aan de vaderlandse geschiedenis,
want jongeren moeten leren trots te zijn op ons verleden.

Meer aandacht voor de vaderlandse geschiedenis zal ten koste gaan van de tijd voor de wereldgeschiedenis.
Om de wereldgeschiedenis te begrijpen, moet de vaderlandse gesichiedenis wel bekend zijn.
tegenargument
weerlegging

Slide 34 - Tekstslide

Dus...
Tegenargument ontkracht argument.

Weerlegging ontkracht tegenargument.

Doel = krachtiger maken van jouw betoog om anderen te overtuigen.


Slide 35 - Tekstslide