B&L lesgever leereenheid 5 - Organisatie

Lesgever leereenheid 5
Organisatie
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
B&LMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Lesgever leereenheid 5
Organisatie

Slide 1 - Tekstslide

Inhoud
  • Wat is organiseren
  • Functies van organiseren
  • Organisatie in het didactisch model
  • Opstellingen
  • Organisatiemomenten
  • Differentiatie

Slide 2 - Tekstslide

Wat is organiseren?
  • De elementen tijd, ruimte, materiaal, de groep en jezelf als lesgever, in de les zodanig regelen, dat er een goed lopend geheel ontstaat
  • Deelnemers, materialen en lesgever → opstelling.

Slide 3 - Tekstslide

Wat is organiseren?
  • Als lesgever:
Les kunnen starten
Les op gang houden
Les afsluiten
  • Les zodanig organiseren: lesdoel zo goed en zo veilig mogelijk wordt bereikt


Slide 4 - Tekstslide

Functies van het organiseren
  • Een veilig verloop van de les -> opstelling deelnemers, toestellen, materialen
  • Een intensief verloop van de les -> veel beweging/groepsgrootte
  • Een doelmatig verloop van de les -> Zo organiseren dat de deelnemers voldoende oefentijd en oefenbeurten krijgen; differentiëren
    .

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Opstellingen
  • Bepaalde organisatie van de lesgever, deelnemers en de materialen.
  • Keuze opstelling bepaald door beginsituatie, doelstelling en bewegingsvormen.

Slide 7 - Tekstslide

Opstellingen
3 belangrijke vaardigheden onderscheiden:
  1. het komen tot een opstelling
  2. het aanpassen van een opstelling
  3. het veranderen van een opstelling

Maak gebruik van de 6 w's (wie, wat, waar, wanneer, waarlangs & wat daarna)

Slide 8 - Tekstslide

Basisopstellingen
  • Frontrij-opstelling
  • Halve cirkel
  • Vrije opstelling
  • etc.

Zie boek Sportleider als Lesgever.

Slide 9 - Tekstslide

Maak een organisatietekening van een front rij opstelling

Slide 10 - Open vraag

Maak een organisatietekening van een vrije opstelling

Slide 11 - Open vraag

Maak een organisatietekening voor de start van jouw les:

Slide 12 - Open vraag

Ga naar good2move.nl. Maak zelf een organisatie tekening voor jouw eigen les

Slide 13 - Tekstslide

Organisatiemomenten
  • Lesvoorbereiding
  • Vlak voor de les
  • Start van de les
  • Tijdens de les
  • Einde van de les
  • Na de les
Lees de tips in het boek goed door, om dit goed te regelen in je les!!!

Slide 14 - Tekstslide

Differentiatie
  • Op eigen niveau laten werken
  • 2 manieren differentiëren:
  1. Organisatie aan te passen (organisatorische differentiatie)
  2. Bewegingsvorm aan te passen (inhoudelijke differentiatie, leereenheid bewegingsvormen)

Slide 15 - Tekstslide

Differentiatie
  • Voorbeeld van veranderen van opstelling van materialen: Hoger/lager of smaller/breder
  • Voorbeeld smash volleybal: Situatie I → smash over laag gedeelte van het net
    Situatie II → smash over dameshoogte
    Situatie III → smash over herenhoogtes
  • Voorbeeld handstandoverslag:
Situatie I → handstandoverslag van hoog naar laag
Situatie II → handstandoverslag op de airtumbling
Situatie III → handstandoverslag op de lange mat


Slide 16 - Tekstslide

Noem 3 functies van organiseren

Slide 17 - Open vraag

Geef een praktijkvoorbeeld van een inhoudelijke differentiatie

Slide 18 - Open vraag

Geef een praktijkvoorbeeld van een organisatorische differentiatie

Slide 19 - Open vraag

De sportleider moet proberen de deelnemers zoveel mogelijk te laten bewegen. Welke functie van een goede organisatie wordt hier bedoeld? Een goede organisatie leidt tot:
A
Een intensief verlopende les
B
Een veilig verlopende les
C
Een doelmatig verlopende les
D
Een gezellig verlopende les

Slide 20 - Quizvraag

Welke onderstaande tip past het beste bij veiligheid?
A
Zorg dat de opstelling van het materiaal een bijdrage levert aan een vlot verloop
B
Kies een positie van waaruit je de situatie goed kunt overzien
C
Maak bewust een keuze uit een vrijeopstelling of een gebonden opstelling
D
Bij een buitenactiviteit houd je rekening met de zon en de wind

Slide 21 - Quizvraag

Martijn wil bij een spelvorm even sterke partijen hebben. Wat is de beste manier om in deze situatie de partijen te maken?
A
Afnummeren
B
De SB-deelnemers de partijen laten maken
C
Martijn zelf de partijen laten maken
D
Loten

Slide 22 - Quizvraag

Wat wordt verstaan onder inhoudelijke differentiatie?
A
Je past de organisatie aan
B
Je past de bewegingsvorm aan
C
Je besteed alleen aandacht aan de betere bewegers in de groep
D
Je biedt alleen moeilijkere vormen aan

Slide 23 - Quizvraag

Vragen?

Slide 24 - Tekstslide