Jaar 9 Voorbereiding toets 2021

Oefenen voor de toets
van volgende week!

Toets: 12 oktober 2020
1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
Beeldende vormingMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 3

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Oefenen voor de toets
van volgende week!

Toets: 12 oktober 2020

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Maak vandaag aantekeningen voor leren van de toets!


Slide 3 - Tekstslide

Dit moet je kunnen! Voorstelling
 Je kunt de voorstelling omschrijven. 

Bij het lezen van je omschrijving is het duidelijk 
wat er waar te zien is. 

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Dit moet je weten! Hulpwoorden
 Weet je de hulpwoorden nog?
Landschap, stilleven, en face, en profiel, geënsceneerd, houding, gebaar, gezichtsuitdrukking, 
naar de fantasie/naar de waarneming

Slide 6 - Tekstslide



Geënsceneerd
= In scène gezet

Slide 7 - Tekstslide



Alleen foto's (en video) kunnen geënsceneerd zijn.

Slide 8 - Tekstslide



En face / En profil 
Portret van voor / Portret van zijkant

Slide 9 - Tekstslide

Stilleven
'Dode' spullen in een compositie, vaak op een tafel

Slide 10 - Tekstslide

Hulpwoorden in omschrijving
 Ik kan de hulpwoorden toepassen in het beschrijven van een kunstwerk.
Je hoeft geen hulpwoorden te gebruiken maar het helpt je bij omschrijven voorstelling. 

Slide 11 - Tekstslide

Dit moet je weten! Voorstellingsaspecten
Bijvoorbeeld: Het schoolbord
Het rennende paard
De pratende juf
De zittende houding

Slide 12 - Tekstslide

Uitleg 
 
Een voorstellingsaspect is één opvallend ding uit de voorstelling. 

Een ander woord voor ‘ding’ is aspect daarom noemen we ‘een ding uit de voorstelling’ een voorstellingsaspect



Slide 13 - Tekstslide


Een voorstellingsaspect mag nooit uit 1 woord bestaan.
Gebruik dus een bijvoeglijk naamwoord en een zelfstandig naamwoord. 

Bijvoorbeeld: "De grote hoed"  

(Grote = Bijvoeglijk naamwoord
Hoed = Zelfstandig naamwoord)

Slide 14 - Tekstslide

Voorbeeld I

Vraag: Noem een voorstellingsaspect.
Antwoord: De grote hoed

Slide 15 - Tekstslide

Uitleg II

Om een voorstellingsaspect op te schrijven kan je soms een hulpwoord gebruiken. 

Bijvoorbeeld: "Het grote landschap"  

(Grote = Bijvoeglijk naamwoord
Landschap = zelfstandig naamwoord)



Slide 16 - Tekstslide



Vraag:
Noem een voorstellingsaspect.
Antwoord: Het en profil portret
(Je kunt een hulpwoord gebruiken maar hoeft niet)

Slide 17 - Tekstslide



Er komt 1 regel bij: Je mag geen kleuren noemen in je antwoord. 


Slide 18 - Tekstslide

Dit moet je weten! 
Antwoord geven met de Voorstellingsaspecten
Bijvoorbeeld:
Waaraan zie je dat de mensen zwemmen?
Antwoord: 
De zwemmende houding

Slide 19 - Tekstslide

Log in op Lesson Up 

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Dit portret van Rembrandt is...
A
en face
B
en profiel

Slide 22 - Quizvraag

Slide 23 - Tekstslide

Het schilderij op is naar de fantasie geschilderd.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 24 - Quizvraag

Slide 25 - Tekstslide

Noem voorstellingsaspect
A
de auto
B
de rode auto
C
de vliegende auto

Slide 26 - Quizvraag

Slide 27 - Tekstslide

Klik het juiste voorstellingsaspect aan
A
De zittende leeuw
B
lantaarnpaal
C
leeuw
D
man

Slide 28 - Quizvraag

Slide 29 - Tekstslide


Klik het juiste voorstellingsaspect aan


A
regen
B
straat
C
man en vrouw
D
de nat geregende straat

Slide 30 - Quizvraag

Slide 31 - Tekstslide


Nog een keer: Noem een voorstellingsaspect van de afbeelding.

Slide 32 - Open vraag

Slide 33 - Tekstslide

.
Noem een voorstellingsaspect waaraan je ziet dat de dames zijn gaan shoppen.
A
De oranje tassen
B
Het vele water
C
De schreeuwende gezichten
D
De grote tassen

Slide 34 - Quizvraag

Slide 35 - Tekstslide

De man is bedroefd. Aan welk voorstellingsaspect zie je dat?
A
Bomen in de verte
B
zielige gezichtsuitdrukking
C
houding
D
het wijde landschap

Slide 36 - Quizvraag

'Bomen in de verte' en 'het wijde landschap' zijn wèl voorstellingsaspecten maar geven geen antwoord op de vraag.
Want door een rij bomen ben je niet bedroefd.

Slide 37 - Tekstslide

Slide 38 - Tekstslide


De mensen zien er feestelijk uit. Aan welk voorstellingsaspect zie je dat? 

Slide 39 - Open vraag

Slide 40 - Tekstslide

De man en vrouw liggen de zonnen. Aan welk voorstellingsaspect zie je dat?
A
parasol
B
de uitgeklapte parasol
C
badbak
D
de gekleurde parasol

Slide 41 - Quizvraag

Gaf jouw antwoord echt antwoord op de vraag? 

Slide 42 - Tekstslide

Maak lessen vorige weken af indien niet af.

Alles af? Tijd om te leren en vragen stellen 

Slide 43 - Tekstslide

SUCCES!!!

Slide 44 - Tekstslide