2.3. Het stroomgebied van de Rijn

Vandaag
Herhaling 2.2.
Hoe ontstaat een waterval?
Start 2.3. - Zelfstudie


1 / 50
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 50 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Vandaag
Herhaling 2.2.
Hoe ontstaat een waterval?
Start 2.3. - Zelfstudie


Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De onderdelen van een gletsjer

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Einde van de gletsjer
-Gletsjer schuift langzaam maar met veel kracht naar beneden
-Gevolgen:
*Gletsjertunnel, Gletsjerpoort en Gletsjerrivier
*Erosie: V-dalen -> U-dalen


Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

V-dal
U-dal

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

U-dal

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Erosie en sedimentatie
zijmorene
Gletsjerpuin aan de zijkant van een gletsjer.
grondmorene
Sediment dat onder het ijs ligt en dat achterblijft als de gletsjer smelt.
eindmorene
Verpulverd materiaal dat een gletsjer voor zich uit heeft geschoven en dat na het afsmelten van de gletsjer is blijven liggen.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorkennis test
Teken het
Ontstaan van een waterval

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Openingsfoto
Wat zie je?
Waar komt dit voor?
Waarom komt dit hier voor?
 

Slide 12 - Tekstslide

Beschrijving van de openingsfoto

De Rijn bij de Duitse stad Boppard.
mooie meander

2.3 Het stroomgebied van de Rijn

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Benodigde voorkennis 
Je weet wat een regen-, smeltwater
                 en gemengde rivier is;
Je weet wat stroomafwaarts is;
Je weet wat debiet en regiem is;
Je weet wat klimaatverandering is;
https://schooltv.nl/video/clipphanger-wat-is-communisme/

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3 soorten rivieren
Op basis van het regiem kun je rivieren indelen
Gemende rivier
Een gemengde rivier is een rivier waarvan de voeding bestaat uit smeltwater en regenwater. In de bovenloop wordt een gemengde rivier voornamelijk gevoed door smeltwater afkomstig van gletsjers en sneeuw en in de benedenloop voornamelijk door regenwater. Het regiem is vrij regelmatig. 
Gletsjerrivier
Een gletsjerrivier is een rivier die volledig wordt gevoed door het smeltwater van gletsjers. Het debiet is in het voorjaar (en begin zomer) het grootst vanwege het smelten van een gletsjer rivier. Normaal gesproken gaan gletsjerrivieren na de bovenloop over in gemengde rivieren. 
Regenrivier
Een regenrivier wordt gevoed door regenwater. In periodes van droogte is de waterstand in deze rivieren laag. Na periodes van veel neerslag stijgt het waterpeil. Het regiem is vrij onregelmatig. Het debiet is in de winter het hoogst omdat het dan het meeste regent. In de zomer is het debiet juist laag door minder neerslag en een grotere verdamping. 

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Debiet en Regiem 
  • Regiem: De veranderingen (schommelingen) in de afvoer van een rivier in de loop van de tijd.
  •  Debiet: Het debiet is de gemiddelde hoeveelheid water, die per tijdseenheid door een rivier wordt afgevoerd, uitgedrukt in kubieke meters per seconde.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De Rijn

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stroomgebied van de Rijn
Wat is een stroomgebied?

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • De hoofdrivier ontvangt water uit zijrivieren en beekjes. 
  • Al die waterlopen vormen een stroomstelsel
  • Stroomstelsel + hoofdrivier = stroomgebied 

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lees paragraaf 2.3. Het stroomgebied van de Rijn. Beantwoord de vragen in je schrift.
1. Op welke manier draagt een rivier aan de afbraak van een landschap?
2. De Rijn stroomt in de stad Basel (Zwitserland) de Boven-Rijnse Laagvlakte in. Noem twee kenmerken van de rivier in deze laagvlakte.
3. Leg in eigen woorden uit wat meanderen is.
4. Waarom gaat een rivier meanderen? Gebruik in je uitleg de begrippen erosie & sedimentatie.
5. “Laag-Nederland is eigenlijk een grote delta”. Leg uit wat er met deze uitspraak wordt bedoeld en ga daarbij in op de betekenis van het begrip delta.
6. Noem een menselijk oorzaak voor het toenemen van het overstromingsrisico in de Rijn.

Klaar? Maak opdracht 1, 2 en 6 van paragraaf 2.3. 

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lengteprofiel rivier

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bovenloop
Gemengde rivier
Rivier die behalve regenwater ook smeltwater van gletsjers afvoert.
Groot verhang
Het verval per kilometer.
Veel verwering en erosie

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Middenloop
Ook regen rivieren
Afnemend stroomsnelheid
Ontstaan meanders
Natuurlijke bocht in een rivier.
2. De Rijn stroomt in de stad Basel (Zwitserland) de Boven-Rijnse Laagvlakte in. Noem twee kenmerken van de rivier in deze laagvlakte.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De Bovenrijnse Laagvlakte
  • Vlakbij Basel (in Zwitserland) is een gedeelte van de aardkorst naar beneden gezakt door een breuk in de aardkorst.
  • Het lagere gedeelte heet een slenk. Het hogere gedeelte is een horst
  • In de laagvlakte stroomt het water langzamer, ruime bochten => meanders

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De Bovenrijnse Laagvlakte
  • Het dal is er breed en de rivier neemt ruime bochten: meanders. 
  • In de buitenbocht stroomt het water sneller dan in de buitenbocht. 
  • In de buitenbocht wordt materiaal meegenomen, in de binnenbocht wordt het neergelegd. 
  • Later ontstaan daar hoefijzermeren

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Video

Deze slide heeft geen instructies

3. Leg in eigen woorden uit wat meanderen is.
4. Waarom gaat een rivier meanderen? Gebruik in je uitleg de begrippen erosie & sedimentatie.
 

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Benedenloop
Klein verhang
Het verval per kilometer.
Lage stroomsnelheid
Sedimentatie en deltavorming

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

5. “Laag-Nederland is eigenlijk een grote delta”. Leg uit wat er met deze uitspraak wordt bedoeld en ga daarbij in op de betekenis van het begrip delta.

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Delta
Een delta is een laaggelegen gebied waar een rivier zich vertakt.
Nederland ligt in een delta.
Een delta ontstaat ook door dat een rivier zand en klei meeneemt.

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afnemende vertragingstijd
6. Noem een menselijk oorzaak voor het toenemen van het overstromingsrisico in de Rijn.

verstening
Toename van het bebouwde oppervlak en de infrastructuur.
ontbossing
Het weghalen van vegetatie

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het grote plaatje

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het grotere plaatje

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stroomgebied Rijn en Maas

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De benedenloop van de Rijn 
In de benedenloop na Bonn -> lage stroomsnelheid -> meanders -> splitsingen Rijn in Waal, Neder-Rijn en IJssel
 

Dicht bij monding -> weinig hoogteverschil -> klein verval en verhang -> veel sedimentatie -> rivierbedding raakt verstopt -> delta

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoogteverschil tussen twee plaatsen aan een rivier.

Berekening: 
Hoogteligging plaats A - hoogteligging plaats B = verval 
2500m - 2000m= verval is 500m. 

Plaats A ligt op 2500m hoogte
Plaats B ligt op 2000m hoogte

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 38 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Sleep de woorden 'Erosie' en 'Sedimentatie' naar de juiste plekken in de afbeelding!
Erosie
Erosie
Erosie
Sedimentatie
Sedimentatie
Sedimentatie

Slide 39 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Sleep de onderstaande woorden naar de juiste plekken in de afbeelding!
Bovenloop
Middenloop
Benedenloop
veel erosie
sedimentatie

Slide 40 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slepen maar!
Rijn
Maas
Regenrivier
Gemengde rivier
Groot debiet in de winter en het voorjaar
Onregelmatig regiem

Slide 41 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel landen vallen binnen het stroomgebied van de Rijn.
A
2
B
3
C
4
D
5

Slide 42 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hier stroomt het water het hardst
A
Middenloop
B
Benedenloop
C
Bovenloop
D
Achterloop

Slide 43 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het slingeren van een rivier heet
A
Meanderen
B
Rivierslinger
C
Erosie
D
Sedimentatie

Slide 44 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een lager gelegen gedeelte tussen 2 hogere stukken heet een
A
Vlakte
B
Plateau
C
Horst
D
Slenk

Slide 45 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De bovenloop van de Rijn ligt onder andere in...............  en in ...................
De middenloop van de Rijn ligt in ......................... daar gaat de Rijn al ......................
De benedenloop van de Rijn ligt in het ...................... van 
..................... Daar gaat de Rijn zich .....................    en mondt uit als ..................
Antwoorden: 
vertakken
Zwitserland 
Nederland
Duitsland 
laagland 
meanderen
de Alpen
Delta

Slide 46 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Sleep het juiste begrip naar de juiste afbeelding
Waterscheiding
Stroomgebied van de Rijn
Bovenloop
Stroomstelsel
Stroomgebied van de Maas

Slide 47 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

 ✔Alle vragen goed? TOP => dan heb jij de leerdoelen gehaald! 
 🚩 Veel vragen nog niet goed? Ga dan nog eens aan de slag met de leerdoelen die je nog niet beheerst.

Slide 48 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Werkvorm Brain dump
Schrijf in twee minuten alles op wat je weet over:
Boven-, midden- en de benedenloop

Slide 49 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mini SO

R


3p
Benoem tenminste één kenmerk van de:
(1p) bovenloop, (1p) middenloop en de (1p) benedenloop.

T1


3p
Gebruik de bron.
(1p) Beschrijf wat je ziet;
(2p) Beschrijf hoe dit landschap is ontstaan.

T2


2p
Als gevolg van verstening en ontbossing in de boven- en middenloop heeft Nederland te maken met een hogere overstromingsrisico. 
Leg dit voor beide voorbeelden uit.

I


2p
Benoem twee maatregelen die Nederland kan nemen waardoor het overstromingsrisico zal afnemen. 

Slide 50 - Tekstslide

Houdt PTD aan