In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 6 videos.
Lesduur is: 50 min
Onderdelen in deze les
hst 4.1 "een stroomkring maken"
Slide 1 - Tekstslide
Leerdoelen
4.1.1 Je kunt uitleggen hoe je een gesloten stroomkring maakt.
4.1.2 Je kunt het verschil tussen geleiders en isolatoren beschrijven.
4.1.3 Je kunt een aantal geleiders en isolatoren noemen.
4.1.4 Je kunt uitleggen op welke manier je de stroomsterkte meet.
4.1.5 Je kunt beschrijven wat een elektrische stroom is.
Slide 2 - Tekstslide
Slide 3 - Video
Elektriciteit om ons heen
Slide 4 - Tekstslide
Introductie
In huis zijn er allerlei apparaten die op elektriciteit werken. In oplaadbare apparaten, zoals een mobiele telefoon of een draadloze koptelefoon, zit een accu of batterij.
Slide 5 - Tekstslide
Voor een stroomkring heb je nodig:
- een spanningsbron (hier de batterij)
- verbindingen (hier de snoeren)
- een apparaat (hier het lampje)
Slide 6 - Tekstslide
Slide 7 - Tekstslide
Slide 8 - Tekstslide
Gesloten stroomkring
Slide 9 - Tekstslide
Slide 10 - Video
Een gesloten stroomkring
Met een batterij kun je een lampje laten branden. Dat lukt alleen als de stroom rond kan stromen: van de batterij naar het lampje, door de gloeidraad van het lampje en weer terug naar de andere kant van
de batterij (afbeelding 1).
Er is dan een gesloten stroomkring. Als je de stroomkring onderbreekt, gaat het lampje weer uit.
Slide 11 - Tekstslide
Slide 12 - Video
Geleiders en isolatoren
Geleiders geleiden elektrische stroom (en warmte) goed:
V.b.; alle metalen, koolstof, water met zout.
Isolatoren laten haast geen elektrische (stroom) en warmte door.
V.b. Glas, rubber, plastic, hout.
Slide 13 - Tekstslide
Slide 14 - Tekstslide
Slide 15 - Video
Slide 16 - Tekstslide
Omreken ampère/milliampère
Het symbool van stroomsterkte: I
De eenheid: A
1 A = 1000 mA
1 m A = 0,001 A
V.b Reken om a) 3 A = .....mA b) 200 mA =....A
Slide 17 - Tekstslide
Slide 18 - Video
aan het werk
Maak opdracht 1 t/m 10 op blz 146
timer
10:00
Slide 19 - Tekstslide
https:
Slide 20 - Link
Slide 21 - Video
Wat voor soort stroomkring zie je hier?
A
Open stroomkring
B
Gesloten stroomkring
Slide 22 - Quizvraag
Wat kun je zeggen van een stroomkring waarvan het lampje brandt?
A
De stroomkring is gesloten
B
De stroomkring is rond
C
De stroomkring is open
D
Er is geen stroomkring
Slide 23 - Quizvraag
Metalen zijn..
A
goede geleiders
B
goede isolatoren
Slide 24 - Quizvraag
Noem 3 voorbeelden van isolatoren.
Slide 25 - Open vraag
Een gesloten stroomkring loopt van.........
A
de batterij naar het lampje
B
het lampje naar de batterij
C
de batterij, via het lampje, terug naar de batterij
Slide 26 - Quizvraag
Wat is de functie van de snoeren in een stroomkring?
A
lading geven
B
lading omzetten
C
lading vervoeren
Slide 27 - Quizvraag
Wat is GEEN isolator?
A
Lucht
B
Rubber
C
Aluminium
D
Kunststof
Slide 28 - Quizvraag
Geleiders laten de stroom ........ door
A
Goed
B
Slecht
C
Niet
Slide 29 - Quizvraag
Hieronder staan 4 stoffen. Welke stoffen zijn isolatoren?
A
goud
B
lucht
C
plastic
D
hout
Slide 30 - Quizvraag
Bij een open stroomkring werken apparaten
A
Wel
B
Niet
Slide 31 - Quizvraag
Een open stroomkring
A
Laat elektronen rond stromen
B
Laat elektronen niet rond stromen
Slide 32 - Quizvraag
Een gesloten stroomkring bevat.....
A
Geen schakelaars
B
Geen isolatoren
C
Geen geleiders
D
Geen elektronen
Slide 33 - Quizvraag
Wat is de eenheid voor stroomsterkte?
A
Meter
B
Volt
C
Ampere
D
Kilo
Slide 34 - Quizvraag
de stroommeter plaats je altijd
A
in serie
B
bij de batterij
C
maakt niet uit
D
parallel
Slide 35 - Quizvraag
Vul het ontbrekende woord in: Een ......... is een bron die elektrische energie levert!!!
A
voltmeter
B
spanningsbron
C
amperemeter
Slide 36 - Quizvraag
Vul in. 0,375 A =……………. mA
Slide 37 - Open vraag
Vul in. 56 mA =………….. A
Slide 38 - Open vraag
Bekijk in elke foto goed welk meetbereik gekozen is. Dat zie je aan het rode snoer. Lees de stroomsterktes af die de meters aangeven.