In deze les zitten 56 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.
Lesduur is: 120 min
Onderdelen in deze les
Sportmassage
"Develop a passion for learning.
if you do, you will never cease to grow"
- Anthony J. D'Angelo
Slide 1 - Tekstslide
Synarthrosen
Syndesmose
Synchondrose
Synostose
Diarthrosen
Amfi-arthrose
Articuli
Slide 2 - Tekstslide
Syndesmose
Naadverbindingen
Membraanverbindingen
Bandverbindingen
Gomfosis
Slide 3 - Tekstslide
(krimpende) naadverbinding: Satura
Bandverbinding (ligament)
Membraamverbinding: Membrana interossea
Lijmachtige verbinding tussen kaak en tanden/kiezen: Gomfosis
Slide 4 - Tekstslide
Synchondrose
Epifysairschijf
Meniscus
Discus intervertebralis
Costo-sternale overgang
Symfyse
Symfyse: kraakbeenverbinding
Slide 5 - Tekstslide
Slide 6 - Tekstslide
Slide 7 - Tekstslide
Synostose
Geen beweging
Verbeende verbinding
Epifysairschijf
Os coxae
Os sacrum
Satura
Slide 8 - Tekstslide
Wat is geen syndesmose
A
Ligament
B
Gomfosis
C
Membraanverbinding
D
Symfyse
Slide 9 - Quizvraag
De Satura is een vorm van...?
A
Syndesmoste
B
Synostose
C
Synchondrose
D
Synverzinose
Slide 10 - Quizvraag
Een anteflexie beweging vindt plaats in welk vlak?
A
Frontaal vlak
B
Transversaal vlak
C
Sagittaal vlak
D
Longitudinaal vlak
Slide 11 - Quizvraag
Slide 12 - Tekstslide
Synovium: gewricht is gevuld met vocht. Dit is een eiwit achtige substantie genaamd synovium (synoviaal vocht)
Tunica of membrana fibrosa: Dit is de buitenstelaag van het gewirchtskapsel en is een stevige bindweefsel voortzetting van het periost (beenvlies)
Capsula articularis: Het gewrichtskapsel, bestaande uit de membrana fibrosa en synovialis
Tunica of membrana synovialis: Dit is de binnenste laag van het gewrichtskapsel en is een dunnere en kwetsbaardere laag dan de fibrosa. Deze laag is verantwoordelijk voor het aanmaken van synovium (gewrichtssmeer)
Hyalien
Hyalien kraakbeen: het gewrichtskraakbeen. Glazuurachtige stevige vorm van kraakbeen. Zorgt samen met het synovium voor een soepele beweging.
Cavum
Cavum (kom)
Caput
Caput (kop)
Slide 13 - Tekstslide
Wat is de functie van synovium?
A
Smering van het gewricht
B
Stevigheid van het gewricht
C
Verbinding van kraakbeen
D
Gewricht passend maken
Slide 14 - Quizvraag
Slide 15 - Tekstslide
Slide 16 - Tekstslide
Wat is een inversie?
A
Plantairflexie, adductie en supinatie
B
Dorsaalflexie, abductie en pronatie
C
Endorotatie, anteflexie en circumductie
D
Palmairflexie, radiaaldeviatie en endorotatie
Slide 17 - Quizvraag
Arthrokinematica
Leer van de beweging van gewrichten
Indelingen:
Assen
Samenkomende gewrichtsvlakken
Aantal botstukken
"Uiterlijk / functie" --> Kogel, scharnier
Ei en zadelgewrichten: Betere aansluiting op vervolgstudies
Slide 18 - Tekstslide
Slide 19 - Tekstslide
Slide 20 - Video
Slide 21 - Tekstslide
Slide 22 - Tekstslide
Noem een voorbeeld van een zadelgewricht
Slide 23 - Open vraag
Remming en limitering
Benige limitering
Ligamenteuze limitering
Remming door weke delen
Passieve insufficiëntie
Actieve insufficiëntie
Slide 24 - Tekstslide
Articuli
Art. humeri
Art. Cubiti
Art. radiocarpea
Art. Digiti
Art. coxae
Art. genus
Art. Talocruralis & talotarsalis
Slide 25 - Tekstslide
Labrum: Gewrichtslip die de kom (cavum) vergroot
Slide 26 - Tekstslide
Slide 27 - Tekstslide
Slide 28 - Tekstslide
Slide 29 - Tekstslide
Trochlea
Trochlea = Katrol --> structuren die op een katrol lijken.
"Aldus creëert de vereniging van het trochlea van humerus en ulna een scharniergewricht zodat de onderarm kan bewegen, maar in een vlak dat bestaat uit voorwaarts en achterwaarts. Het deel van de ulna dat in verbinding staat met dit deel van de humerus wordt de trochleaire inkeping genoemd. Het gaat ook door andere termen, zoals de trochleaire inkeping van ulna, de semilunaire inkeping en de grotere signmoïde holte.
Het trochlea van de humerus zelf kan het best worden omschreven als een diepe depressie aan de onderkant van de humerus. Het bevindt zich direct onder de coronoïde fossa. Dit is een depressie die het circulaire coronoid proces van de ulna draagt voor de flexie van de onderarm. "
Capitulum
Capitulum = hoofdje (dit is het kopje aan het einde van de humurus (radius kant)) dat contact maakt met de kop van de radius (caput radii)
Slide 30 - Tekstslide
Wat is manus?
A
Voet
B
Enkel
C
Pols
D
Hand
Slide 31 - Quizvraag
Slide 32 - Tekstslide
Slide 33 - Tekstslide
Alle vingers bestaan uit 3 phalanges?
A
Ja
B
Nee
Slide 34 - Quizvraag
Slide 35 - Tekstslide
Slide 36 - Tekstslide
Slide 37 - Tekstslide
Slide 38 - Tekstslide
Waardoor is de dorsaal flexie beweging thoracaal beperkt?
A
Spieren
B
Dwars uitsteeksel
C
Doornuitsteeksels
D
Is niet beperkt
Slide 39 - Quizvraag
Hoe heet de kom van de heup?
A
Glenoid
B
Acetabulum
C
Cavum coxa
D
Cavitas femoris
Slide 40 - Quizvraag
Slide 41 - Tekstslide
Slide 42 - Video
Slide 43 - Tekstslide
Slide 44 - Tekstslide
Slide 45 - Tekstslide
Slide 46 - Tekstslide
Slide 47 - Video
00:11
Wat is het ligamentum cruciatum anterius?
A
Voorste kruisband
B
Achterste kruisband
C
Bovenste kruisband
D
Onderste kruisband
Slide 48 - Quizvraag
mediaal
Mediale meniscus: Halvemaanvormig EN vergroeit met het kapsel en mediale knieband (lig. collaterale mediale tibiale). Deze mediale meniscus is het beste in het opvangen van axiaal werkende krachten. Axiaal is de neerwaartse kracht op de meniscus.
de menisci functioneren dus als schokdempers in de knie. Wanneer er gewicht op het been gezet wordt, kunnen de beiden menisci naar buiten uitwijken. Hierdoor wordt de neerwaartse (axiale) kracht naar buiten omgezet. Denk hierbij aan een zachte bal, wanneer je hier met je voet op staat zal de bal platter worden en wijkt het naar buiten uit. Met als gevolg dat een deel van de krachten die naar beneden gericht zijn, naar buiten worden omgezet.
Lateraal
Laterale meniscus: Deze is ronder en kleiner dan de mediale meniscus en is ook niet vergroeid met het kapsel of het bandapparaat.
Hoewel deze meniscus ook functioneert als axiaal opvanger is hij geschikter voor het juist begeleiden van de beweging van het femur in de knie.
Slide 49 - Tekstslide
Slide 50 - Tekstslide
Slide 51 - Tekstslide
Slide 52 - Tekstslide
Os ilium is?
A
Zitbeen
B
Darmbeen
C
Heupbeen
D
Schaambeen
Slide 53 - Quizvraag
Wat is sleutelbeen?
A
Scapula
B
Sleutula
C
Acromion
D
Clavicula
Slide 54 - Quizvraag
Wat is rib?
A
Vertebra
B
thorax
C
Costa
D
Digitus
Slide 55 - Quizvraag
Een beweging om de sagittale as is een beweging in welk vlak?